Vermijdbare lekkage

Tijdens een zomerstortbui in 2014 begeeft de regenpijp in het souterrain van een Amsterdams winkelcentrum het. De kelders lopen deels onder, met als gevolg schade aan de voorraad van een schoenenzaak en een beddenzaak. Uit onderzoek blijkt dat de ‘onderonderaannemer’ verzuimde de afvoerbuizen te verlijmen, waardoor ze bij grote waterdruk uit elkaar konden schuiven. De verzekeraar vindt dat niet alleen een wanprestatie, maar ook onrechtmatig tegenover de winkeliers. De verzekeraar was circa 180.000 euro kwijt aan de winkeliers.

De rechter hoeft alleen de vraag te beantwoorden of de wanprestatie van de aannemer hier ook als onrechtmatige daad jegens de winkeliers telt. De wanprestatie wordt niet betwist. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat dit ‘onder omstandigheden’ wel aangenomen kan worden. Maar dan hebben we het over open normen als zorgvuldigheid, het ‘ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer’ en de omstandigheden van het geval.

Wie een regenpijp door een opslagruimte aanlegt, maakt zich schuldig aan ‘gevaarzetting’ als hij dat onzorgvuldig doet, vindt de rechter. Dat de onderonderaannemer niet wist dat die kelder gevuld zou worden met dure schoenen en matrassen doet er niet toe. „Wie in een café een kelderluik open laat staan, hoeft niet te weten wie daarin zal vallen om rekening te moeten houden met de mogelijkheid dat er iemand in valt”, aldus de rechter. Omdat de aannemer geen redelijke maatregelen trof om het uit elkaar schuiven van de pijpen te voorkomen, handelde hij onrechtmatig. Hij moet de proceskosten betalen en de schade van de verzekeraar volledig compenseren, met rente.