Van Gaal faalt in zijn laatste grote job

Louis van Gaal moet vertrekken bij Manchester United. In twee jaar gaf hij 300 miljoen euro uit aan spelers. In zijn laatste seizoen kwam hij niet verder dan winst in de FA Cup en een vijfde plaats in de competitie.

Louis van Gaal kijkt toe bij een competitiewedstrijd van Manchester United tegen Everton. foto Michael Regan / Getty Images

Toen Louis van Gaal in de zomer van 2014 trainer werd van Manchester United, noemde directeur Ed Woodward hem niet alleen intelligent en doordacht, maar ook een „larger than life character”. In het Engels is dat een gangbare benaming voor een sterke persoonlijkheid die unieker en machtiger is dan normale personen. Dit aura van grootsheid, zoals een Engels woordenboek het omschrijft, wordt ook toegedicht aan mensen als Donald Trump, Winston Churchill en honkballer ‘Babe’ Ruth.

In dat opzicht beleefde Van Gaal (64) een grote entree in de Premier League. Als een trainer van stand, die Manchester United zelfverzekerd de grootste club ter wereld noemde. Zelf was hij net terug uit Brazilië, waar hij met het Nederlands elftal verrassend derde was geworden op het WK. Eerder won hij onder meer de Champions League met Ajax en behaalde hij zeven landstitels bij vier verschillende clubs. King Louis, stond er op de shirts die straatventers bij Uniteds eerste competitiewedstrijd verkochten.

In die dagen werd er nog nederig naar hem geknikt. Nu niet meer. De man die United erbovenop moest helpen na een teleurstellend seizoen onder zijn voorganger David Moyes, is maandag officieel ontslagen. Evenals Moyes heeft ook Van Gaal niet aan de verwachtingen kunnen voldoen. De voormalige trainer van onder meer FC Barcelona en Bayern München won zaterdag wel de FA Cup, het Engelse bekertoernooi, maar die prijs kon hem niet behoeden voor een afscheid dat met de week waarschijnlijker werd. Temeer omdat zijn ploeg eerder al werd uitgeschakeld in de groepsfase van de Champions League.

Maar wat hem het meest kan worden aangerekend is de vijfde plek van dit seizoen, waardoor United volgend seizoen niet uitkomt in de Champions League. De club loopt daardoor ruim 50 miljoen euro mis en stroomt nu de Europa League in, waarin het niet Juventus of Barcelona kan loten maar pak ’m beet Heracles Almelo. Feest in de polder, maar buitengewoon pijnlijk voor een club die zich de status van de beste, rijkste en grootste club ter wereld wil aanmeten.

Wereldwijde populariteit

Dat is misschien wel de essentie van de breuk met Van Gaal. Niet langer kon Manchester United zich permitteren dat de prestaties afwijken van de reputatie van de club. Mondiaal geldt United als een voetbalimperium dat sympathie opwekt bij één op de tien mensen. Specifieker: bij 325 miljoen Aziaten, 90 miljoen Europeanen, 173 miljoen mensen uit het Midden-Oosten en 71 miljoen inwoners van Noord- en Zuid-Amerika. Aldus de uitkomst van een onderzoek dat de club in 2012 zelf liet uitvoeren door een onafhankelijk bureau. Door uitgekiende exploitatie van die fanbase draaide de club vorig seizoen een omzet van 519 miljoen euro, tegen 112 miljoen eind jaren negentig.

Alles is United eraan gelegen om die wereldwijde populariteit in stand te houden, en dit is waar Van Gaal weer in beeld komt. In de nasleep van het Moyes-drama moest hij successen laten herleven. Aan de hand van het stijlvolle voetbal waar United om bekendstaat. Naar voren gericht en gespeeld door sterren waarmee fans zich graag afficheren. Die zoveel indruk maken dat ze figureren in reclames van Maleisische chipsfabrikanten, Nigeriaans bier en Indonesische noedels. United vervaagt al jaren grenzen.

Aan die wens heeft Van Gaal niet voldaan. Onder zijn leiding speelde United flets, te defensief en maakte het dit seizoen de minste doelpunten sinds het jaar 1989-1990. „De spelers zijn verveeld, de supporters zijn verveeld, iedereen is verveeld”, zei oud-speler Paul Scholes begin dit jaar op televisie. Zijn oude club had die avond ternauwernood met 1-0 gewonnen van derdedivisieclub Sheffield United. Van Gaal vond juist dat morrende fans in het verleden leefden. „Je kunt de situatie niet met tien jaar geleden vergelijken omdat het voetbal is geëvolueerd. Er zijn nu meer clubs met geld en die in staat zijn om iets te winnen.”

Als een boemerang kwamen die opmerkingen bij hem terug. Want al werden kleinere clubs rijker door een betere tv-deal, dan nog stonden hun uitgaven in schril contrast met de sommen die Van Gaal mocht uitgeven. Liefst 300 miljoen euro over twee seizoenen. Grootste aankoop was Angel di María voor 75 miljoen euro, die na één zwak seizoen alweer werd verkocht voor 64 miljoen. Wanhopige transfers waren het, waarbij de vraag was of er wel grondige research voorafging aan die koopwoede. Van Gaal, van oudsher meer opleider dan koper, kan hooguit trots zijn dat dankzij hem enkele jonge talenten zijn opgestaan.

Laatste klus als hoofdtrainer

De toekomst van die jonge spelers lijkt nu in handen te liggen van José Mourinho, Van Gaals hoogstwaarschijnlijke opvolger. Hem noemen ze The Special One. Een al even zelfverzekerde trainer die met acht landstitels en twee Champions League-titels nog rijker gedecoreerd is dan Van Gaal. Zo lijkt United voor zekerheid te kiezen, in een fase dat de belangen groot zijn. Concurrent Manchester City stelde de veelgeprezen trainer Pep Guardiola aan, terwijl United zelf weer de best verdienende club ter wereld kan worden.

Deloitte, het financiële adviesbureau dat elk jaar een klassement opstelt van clubs met de meeste omzet, verwacht dat de Engelsen Real Madrid van de top zullen stoten als gevolg van de verbeterde tv-deal die de Premier League heeft gesloten. Maar, benadrukten experts: op de lange termijn is die positie alleen houdbaar als de prestaties verbeteren.

In dat opzicht kunnen de directieleden hun besluit beargumenteren. Onder Van Gaal kwam glorie nooit nabij, hoe spijtig ook voor een trainer die zich vermoedelijk meer had voorgesteld van wat waarschijnlijk zijn laatste job als hoofdtrainer is geweest.