Tientallen versies van één Kamerbrief

De jargonloze zin is, schat ik, rond de eeuwwisseling ontstaan. De jargonloze zin dankt zijn bestaan aan de groei van de mediatrainers, die politici afleerden in afkortingen en andere mistigheid te spreken. Zo had je jarenlang bewindslieden die het publiekelijk over de „MEM” hadden: Meerjarige Echte Minima. Nu heb je in Den Haag zelfs geen backbencher meer die dit soort taal nog aandurft.

Politiek draait nu om instant helderheid. Niet alleen in Nederland. Bij de presidentsverkiezingen in de VS en Oostenrijk en het Brexit-referendum zie je hetzelfde. Scherpe keuzes, harde overgangen, geen omwegen.

Maar veel van die instant helderheid is maar taal. De praktijk in de binnenwereld is lastiger. Wie wil weten hoe lastig, moet woensdag hoofdstuk vier van het rapport van de tweede commissie-Oosting lezen.

Je kunt klagen dat dit wéér over de Teevendeal gaat (‘het bonnetje’), maar dat is een onderschatting: het onderzoek, laat ik mij vertellen, geeft een schitterend beeld van hoe bewindslieden, hun ministerie en politieke omgeving verstrikt raakten tussen hun hang naar openbare helderheid en de weerbarstige werkelijkheid.

Van der Steur in 2014: is er wel goed naar het bonnetje gezocht?

Het hoofdstuk draait om de periode na de eerste Nieuwsuur-scoop, in 2014. Een extern onderzoeker heeft bekeken of het onderliggende dossier over de deal uit Teevens tijd als officier van justitie (een miljoenenoverboeking aan crimineel Cees H.) is te vinden. De onderzoeker concludeert van niet, het ministerie begint aan een Kamerbrief hierover.

Het interessante is: Oosting blijkt alle concepten van die brief gevonden te hebben. Dit zijn er, hoor ik, 25 à 35 (!). Allerlei pikanterie. Toenmalig Kamerlid Ard van der Steur (ja, hij) die vraagt of er genoeg naar het Teevendealdossier is gezocht. Dezelfde Van der Steur die ook opwerpt of een passage uit een concept wel naar de Kamer moet.

Als 3 juni 2014 dan eindelijk de Kamerbrief is verstuurd, blijkt ineens dat ICT’ers het onderliggende dossier toch kunnen vinden. Helaas staat in de Kamerbrief het omgekeerde. Zit je met je helderheid. De hoogste ambtenaar van VenJ zou op de hoogte geweest zijn, en er driekwart jaar niets mee gedaan hebben.

Een vreemde, verdachte, gelaagde geschiedenis. Woensdag horen we welke conclusie Oosting eraan verbindt. Mij laat het ook zien dat politici met hun heldere taal en simplismen een schijnwereld scheppen – waardoor ze de ingewikkeldheid van hun werk buiten beeld houden.