Stop met het ontkennen van nucleaire realiteit

Opinie

Minister Koenders’ idee om de NAVO-doctrine te denucleariseren is ondoordacht en speelt Poetin in de kaart, schrijft Elmar Hellendoorn.

Den Haag, 1987. Protest tegen het NAVO-besluit om kruisraketten te plaatsen. Foto Leo van Velzen

Rusland probeert stukje bij beetje zijn verloren invloedssfeer in Europa te herstellen. Om westerse tegenwerking te voorkomen, dreigt het Kremlin daarbij met de inzet van kernwapens. Het Russische leger oefent in nucleaire oorlogsvoering, nieuwe kruisraketten worden getest, en Moskou hint op het plaatsen van tactische kernwapens op de Krim en nuclear capable raketten staan al in Kaliningrad. Het gaat niet alleen om Oost-Europa. Ook Denemarken wordt expliciet bedreigd en bewapende Russische nucleaire bommenwerpers vliegen over de Noordzee. De boodschap is duidelijk: Rusland is bereid een beperkte kernoorlog te beginnen.

De Russische nucleaire dreigementen tegen het Westen moeten stoppen. De spanningen kunnen uit de hand lopen. Een Russische nucleaire aanval is niet ondenkbaar zolang de NAVO daar geen adequaat antwoord op formuleert. Een evenwichtige relatie met Rusland is nodig voor nucleaire ontwapeningsbesprekingen. Dat is tevens van belang voor minister Koenders van Buitenlandse Zaken, die hamert op ontwapening. Onlangs pleitte hij zelfs voor de denuclearisering van de NAVO-doctrine. Maar een duidelijke strategische visie bleef uit. Daarmee worden de risico’s op Russische nucleaire escalatie niet minder. Het Westen moet op zoek naar realistische benaderingen om de Russische dreiging te stoppen.

Sommigen hopen vooral op wederzijdse kernontwapening om de nucleaire spanningen te beteugelen. Russische ontwapening ligt echter niet in de lijn der verwachting. Rusland ontleent zijn status als grootmacht in belangrijke mate aan zijn kernwapenarsenaal. Bovendien acht het Kremlin kernwapens noodzakelijk als afschrikkingsmiddel tegen de conventionele legers van de NAVO en China.

Gedeeltelijke nucleaire ontwapening is eveneens problematisch. Mogelijk zou het Kremlin bereid zijn alle strategische en tactische kernwapens uit Europees Rusland te verwijderen. Dat zal niet alleen gepaard moeten gaan met de ontmanteling van Amerikaanse kernwapens in West-Europa, maar ook van de Franse en Engelse arsenalen. Frans-Engelse ontwapening is toekomstmuziek. Een Europese kernwapenvrije zone zou bovendien gekoppeld moeten worden aan conventionele wapenbeheersing, wegens de NAVO-legers aan de Russische grens. Maar bij hernieuwde spanningen zal Rusland Europa met zijn overgebleven kernwapens weer kunnen bedreigen.

De NAVO moet weer een positie van kracht en eenheid ontwikkelen

Een politiek compromis met Moskou over Oost-Europa zou een andere mogelijkheid zijn. Volgens die benadering, gesuggereerd door Henry Kissinger, brengt herstel van de Russische invloedssfeer in Europa hernieuwde stabiliteit. De Russische nucleaire dreiging zou dan afnemen door die stabiliteit. Het betekent wel dat democratische NAVO-bondgenoten en EU-lidstaten worden uitgeruild aan autocratisch Rusland. Uitbreiding van de Russische invloedssfeer is echter geen garantie op stabiliteit. Een geopolitiek compromis kan een adempauze opleveren en de nucleaire dreiging tijdelijk doen verminderen. Het historische precedent biedt weinig hoop: tijdens de Jalta-conferentie in 1945 werd de westerse bondgenoot Polen door Amerika uitgeruild aan Rusland. Desondanks ging het Kremlin door met de uitbreiding van zijn invloedssferen en Europa werd nog lang geteisterd door Russische politieke intriges en de pressie van het Rode Leger.

Versterking van de NAVO als nucleaire alliantie kan het Kremlin wel afhouden van verdere nucleaire dreigementen. De angst voor Russische atoomaanvallen zou de NAVO kunnen verlammen. Het lot van de oostelijke partners staat op het spel. De kans dat de alliantie zijn bondgenoten niet beschermt tegen Rusland, werkt ondermijnend en vergroot het risico op Russische militaire assertiviteit in Oost-Europa. Daarom is het noodzakelijk dat de NAVO de geloofwaardigheid van de Russische nucleaire dreiging onderuithaalt. Het is alleen de vraag of de NAVO een doctrine weet te formuleren die zo krachtig is, dat Rusland niet langer durft te dreigen met kernwapens. Om Rusland effectief af te schrikken zal de NAVO de rol van kernwapens in zijn doctrine moeten onderstrepen. Dat betekent niet per definitie meer kernwapens, maar wel dat het bondgenootschap zijn karakter als nucleaire alliantie onderstreept.

De Russische dreiging in Oost-Europa zal niet afnemen zolang Moskou twijfelt aan de Amerikaanse bereidheid kernwapens voor de NAVO in te zetten. Maar ook de Europese twijfel aan de nucleaire slagkracht van de NAVO is gevaarlijk en kan leiden tot een nieuwe wapenwedloop. Als ze niet langer op Amerikaanse nucleaire bescherming kunnen rekenen, gaan de Oost-Europese bondgenoten mogelijk over tot ontwikkeling van eigen kernwapens. Die landen worden niet gerustgesteld door het Nederlandse debat over denuclearisering van de NAVO.

De NAVO moet weer een positie van kracht ontwikkelen, gefundeerd op politieke eenheid en militaire capaciteiten. Zonder politieke eenheid is afschrikking onmogelijk. Door uit te gaan van een positie van kracht kan het Westen onderhandelingen aangaan met Moskou. Pas als het vertrouwen tussen Rusland en het Westen is hersteld, en er stabiliteit in Oost-Europa is, kunnen stappen richting nucleaire ontwapening worden gezet.

Pleiten voor nucleaire ontwapening, zoals Koenders doet, komt te vroeg. Zijn idee om de NAVO-doctrine te denucleariseren is ondoordacht en speelt Poetin in de kaart. Koenders doet er goed aan om zijn ontwapeningsbeleid te koppelen aan een strategische agenda die de militaire en dus nucleaire doctrine van de NAVO versterkt. Ontkenning van de nucleaire realiteit maakt de nucleaire gevaren alleen maar groter.