Save the United States

Schrijfster Pia de Jong woont met haar gezin in Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Als ik de haven van Philadelphia binnenrijd, torent de elegante boeg torenhoog boven de kade uit. Ik ben hier voor een bezoek aan de SS United States, een gigantisch stoomschip dat ooit het ultieme symbool was van reizen in grootse stijl. Het schip bracht duizenden passagiers naar Europa en terug. Maar in tegenstelling tot de onfortuinlijke Titanic kent niemand de United States. Toch was het luxer, mooier, groter – zo groot, dat als je het meer dan 300 meter hoge Chrysler-gebouw plat op het dek zou leggen, je eromheen zou kunnen lopen.

Toen het schip in 1952, midden in de Koude Oorlog, werd gedoopt, lag het al in het water. Niemand mocht zien hoe krachtig de propellers waren. Het was een geheim dat het schip niet alleen bedoeld was om burgers over de oceaan te vervoeren. Het kon in één keer veranderen in een oorlogsschip dat tot zo’n 1.500 manschappen naar het slagveld kon brengen. Haar topsnelheid, meer dan 45 knopen, was een staatsgeheim. De SS United States heeft nog steeds de Blue Riband, de onderscheiding voor het snelste lijnschip ter wereld.

Maar nu ligt de grande dame werkeloos in de haven. Een oud dametje vol groeven. Mijn gids Ray, een vriendelijke jongen van een jaar of dertig, neemt me pas mee het schip op, nadat ik een stapel formulieren heb ondertekend waarmee ik alle verantwoordelijkheid op me neem voor eventuele blootstelling aan asbest en pcb’s. Het vergt het uiterste van mijn inlevingsvermogen om in dit totaal kaalgeplukte, verroeste schip de grandeur van toen te zien.

Op de tennisbaan lijkt een bom te zijn gevallen. De bar is totaal uiteengereten, net als het door roest aangevreten theater, dat in het weekend omgebouwd werd tot synagoge. Ik probeer me voor te stellen hoe ooit Grace Kelly hier danste.

De trots van het oppermachtige Amerika uit de jaren vijftig ligt hier onbeschaamd te verroesten. Ray met zijn scheepsliefde en rijke fantasie houdt dat verleden krampachtig levend. Elke dag klimt hij in het kraaiennest waar hij zijn lunch nuttigt. De organisatie die hem betaalt, heeft maar één doel: de SS United States weer te laten varen. Eerherstel van de tijd die eens was. Maar hoe? Al die roest moet worden weggewerkt, de gestolen en geveilde kunst teruggekocht. En waar is de inboedel? Alles is weggehaald. De stoelen staan in restaurants over het hele land. Al met al heeft de organisatie een miljard dollar nodig. Dat is een bedrag met negen nullen. En dat in een stad als Philadelphia waar bruggen en snelwegen op instorten staan.

Ray vereenzelvigt zich totaal met dit schip, dat voor hem de kers op de allang opgegeten taart is.

„Gaat het ooit lukken?”, vraag ik hem.

We can make America great again”, zegt hij onmiddellijk.

Ik hoor Donald Trump, die de Amerikaanse rust belt, waar ooit zware industrie voor banen en welvaart zorgde, eenzelfde loos eerherstel belooft. Naar welke tijd verwijst Trump eigenlijk? De tijd waar een jongen als Ray behoorde tot een trotse middenklasse? Een tijd waarin Amerika over de oceanen heerste? Met een schip dat sneller was dan de Queen Mary, luxer dan de Titanic?

Ik maak snel een selfie waar ik op de roestige boeg sta. Ik waan me Kate Winslet met hoogtevrees. Als ik wegrijd, draai ik me nog een keer om. Save the Unites States, staat er in koeienletters op het schip.