Recensie

Pianospel Grigory Sokolov maakt dronken van geluk

Zou het optreden dat Grigory Sokolov zondagavond in het Concertgebouw gaf de geschiedenis in gaan als legendarisch? Ja, zijn uitvoeringen van Schumanns Fantasie Opus 17 en Chopins Tweede sonate waren weergaloos. Wat je er tegenin zou kunnen brengen, is dat Sokolovs uitvoeringsstandaard zo hoog is, dat het publiek ook elke keer een onvergetelijk recital verwacht. Het was onvergetelijk, maar één van zijn vele onvergetelijke recitals.

Wat hem onderscheidt? Technisch meesterschap - sublieme toonvorming - is slechts het fundament. Sokolov lijkt compleet vrij als hij zijn handen boven de toetsen heft, vrij om af te gaan op de ingeving. Maar bovenal is het zijn timing, waarmee hij iets onbeduidends nog boeiend kan maken; het zijn de nuances die hij weet aan te brengen in zijn frasering. Hij speelt als een dribbelaar bij wie de bal als met elastiek aan zijn voeten lijkt vastgemaakt. Iedere kans een goal, maar het gaat om hoe hij ze maakt.

In zijn interpretaties zocht de Rus de uitersten op, vooral in Chopin, maar Sokolov heeft zoveel tussenstanden dat die uitersten nooit als extreem overkomen. Ook werd de spanning opgevoerd doordat hij nauwelijks rustmomenten tussen de delen toeliet, zodat je eindelijk eens hoorde wat het Presto nou echt doet na de Marche funèbre. Sokolov dwong een zeldzame concentratie af, het publiek verliet de Grote Zaal dronken van geluk nadat het hem synchroonklappend tot zes toegiften had verleid. Maar ook dat is standaard voor Sokolov.