Nieuwe president is dol op Europa

Alexander van der Bellen De Oostenrijkse kiezer twijfelde lang, maar deinsde op het laatste moment toch terug voor een extreem-rechtse president.

De linkse kandidaat Alexander Van der Bellen maandag, net nadat bekend was geworden dat hij de extreem-rechtse Norbert Hofer (FPÖ) nipt had verslagen. Foto Dieter Nagl/AFP

Dat Alexander Van der Bellen maandag president van Oostenrijk werd, mag gerust een mirakel heten. De 72-jarige economieprofessor, die allang met pensioen was, is bijvoorbeeld dol op de Europese Unie. En dat zégt hij ook gewoon, frank en vrij, midden in een verkiezingscampagne, in een land dat met Europese liefdesverklaringen weinig opheeft. In elk Europees land is dit tegenwoordig een suïcidale uitspraak voor een politicus. Maar Van der Bellen verklaarde laatst, tijdens een debatavond:

„Als de EU niet bestond, moest je haar uitvinden.”

Hij zei ook dat de Europese problemen „niet door de EU worden veroorzaakt, maar door de lidstaten. Die maken er een potje van. Ze blokkeren alles”. Van der Bellen heeft „niets tegen een Europese transferunie, want Oostenrijk is ook een transferunie. Het verschil is alleen dat wij in Oostenrijk mensen niet vertellen hoeveel geld er heen en weer geschoven wordt. In Europa doen we dat wel, en ja, dan wordt het een probleem.”

Doodbedaard, geestig, eigenwijs

In normale omstandigheden was Van der Bellen, een doodbedaarde, geestige en eigenwijze man, geen president geworden. Maar dit zijn geen normale omstandigheden. Veel Oostenrijkers kozen hem, omdat ze op het laatste moment bedachten dat ze zijn tegenstander, Norbert Hofer, nog minder lustten.

Ze hadden Hofer in de eerste ronde, eind april, laten winnen om de regeringscoalitie van socialisten en conservatieven de stuipen op het lijf te jagen. Ze hebben genoeg van het cliëntelisme, de economische stagnatie en het politieke gezwabber over pensioenen en vluchtelingen. Maar zondag in de tweede, beslissende ronde deinsden net genoeg mensen toch terug. De ‘gematigde’ kandidaten waren afgeserveerd. Alleen Hofer en Van der Bellen waren over. Op het laatst durfden zij, met een verschil van 31.026 stemmen, een keus voor de FPÖ niet aan. Toen de briefstemmen waren geteld bleek Van der Bellen 50,35 procent van de stemmen te hebben, Hofer 49,65. De FPÖ overweegt nu een klacht in te dienen wegens verkiezingsfraude, al hebben ze geen bewijs van onregelmatigheden geleverd.

Van der Bellen kreeg steun uit alle politieke hoeken, behalve van de FPÖ. Hofer kreeg overwegend stemmen van FPÖ’ers. In die zin heeft Van der Bellen, die zichzelf een „linkse liberaal” noemt maar volgens zijn oude buurman in Tirol „evengoed een conservatieve intellectueel kon zijn” een gemengder publiek achter zich dan zijn rivaal.

Rus met Nederlandse roots

Foto Kim Traill/abc

Foto Kim Traill/abc

Het zal hem moeite kosten sympathie van die andere helft te krijgen. De FPÖ duwde vorige week brochures door brievenbussen waarin Van der Bellen voor communist, ecologisch extremist enzovoort werd uitgemaakt. Een wolf in schaapskleren, kortom, een verrader van de Heimat. Dat tekent hoezeer verkiezingen tegenwoordig draaien om indrukken en spin en hoe weinig om feiten en inhoud. Het is publiek bekend dat Van der Bellen in 1945 als jongetje met zijn ouders voor het Rode Leger naar Tirol vluchtte. Zijn vader was een Rus met protestants-Nederlandse voorouders, zijn moeder een Estse. Een communist is hij zeker niet.

Hij is evenmin iemand die per se wil behagen. Hij wil vooral het land op koers houden door een keurige, ceremoniële president te zijn. Zo staat het in de grondwet, al mag de president ook verkiezingen uitschrijven en de regering naar huis sturen. Hij wil het ceremonieel houden: een president die, net als zijn voorgangers, lintjes uitdeelt, met bedrijven buitenlandse reizen maakt voor de ‘Austro-promotie’, en achter de schermen gedoseerd zegt wat hij denkt. Met saaiheid, traagheid en een Witz op zijn tijd wil hij de nieuwe socialistische bondskanselier Christian Kern de kans geven – de laatste kans? – om de regering te revitaliseren. Ook wil hij Oostenrijkers tegen zichzelf beschermen.

Dat Oostenrijk als reactie op economische en sociale tegenslag een president zou krijgen uit de FPÖ, die zich met parafernalia omringt uit de oorlogstijd, wilde Van der Bellen niet. Dan zou iedereen steeds naar de FPÖ kijken, niet naar de regering. Was er geen beter alternatief voor de uitgebluste regeringscoalitie?

Frisse ideeën

Op de vraag wat hij het leukst vindt, zegt hij altijd:

„Professor. Omringd zijn door jonge vitale mensen en frisse ideeën. Geen baas hebben, vrij zijn om te doen wat je wilt.”

Pas in 1994 werd hij lid van de Groenen, toen nog een geitenwollensokkenpartij. Zij zochten een Mensch die de partij groter en breder kon maken – minder vegetarisme, meer wereldvisie. Binnen drie jaar had Van der Bellen de score verviervoudigd. Nu is hij lid af. Dat was een campagnetruc om kiezers te trekken, maar het kostte hem geen moeite. Op de foto gaan op een bergweitje, voor de affiches, vond hij lastiger. Uiteindelijk zijn de foto’s gemaakt in Tirol, waarvan hij het dialect spreekt. In Wenen noemen mensen hem liefkozend Sascha. In het Kaunertal wordt dat zelfs Saschi. Zelfs de conservatieve burgemeester heeft op hem gestemd.