Helemaal uit Taiwan voor eerste JSF

Vliegtuigspotters In Marsum komen honderden vliegtuigspotters van over de hele wereld de landing van de eerste JSF vastleggen. Klik-klik-klik. „Ik had er meer van verwacht.”

Spotters leggen op luchtmachtbasis Leeuwarden de aankomst van het eerste JSF-toestel op Nederlandse bodem vast. Foto ANP

Het keukentrapje is het verlengstuk van de vliegtuigspotter. Op de Spottersbult in Marsum staan er tientallen opgesteld, van drie tot wel zeven treden. Mannen in windjacks torenen hoog uit boven andere mannen in windjacks. De spotters steggelen onderling over de opstelling. „Haal je ’m daar even weg? Anders krijg je het met mij aan de stok.”

Zo’n 4.000 mensen zijn maandagavond afgekomen op de eerste landing van de nieuwe straaljager JSF in Nederland. Twee toestellen afkomstig uit de VS kunnen elk moment landen op de vliegbasis van Leeuwarden.

De drie mannen met de grootste camera’s, denk: maatje bazooka, hebben vandaag géén trapje bij zich. „Geen plek in de auto”, zegt Jeroen van Veenendaal (31) uit Veenendaal. „Wij hadden onze Taiwanese vriend mee.”

Wuliyu (45) bedoelen ze. Hij is speciaal overgevlogen uit Taiwan, ze kennen hem van Facebook. Wuliyu gaat volledig in camouflagedracht gekleed. Nerveus steekt hij de ene na de andere sigaret op. De hele wereld reist hij over voor zijn hobby, gisteren was hij nog in Spanje voor een vliegshow.

Hoe bijzonder is dit moment voor hem? Schaal 1 tot 10? Hij kijkt verbaasd.

„Dit is de eerste keer dat we ’m te zien krijgen. Een 10 natuurlijk!”

De scanner kraakt. De groep luistert hiermee het radioverkeer rond het vliegveld af. Iets over straaljagers. „Ssst, hoor je dat?” Roelof-Jan Gort (36) steekt zijn vinger in de lucht. Een onheilspellende fluittoon in de verte. „F-16’s!” Twee straaljagers rijden achter de boomgrens tevoorschijn. Zij moeten de JSF ophalen en begeleiden. Dan rinkelt een bel. Het geroezemoes stopt. De spotters verdringen zich met hun camera’s. Een diepe bas in de maag. Vuur. En ze stijgen op. Klik-klik-klik. Als de F-16’s door het wolkendek verdwenen zijn, begint het gegrinnik. „Ik had er meer van verwacht!”

De nummertjes- vs. de beeldspotters

Je hebt twee soorten vliegtuigspotters, legt Jeroen uit: ‘nummertjesspotters’ en ‘beeldspotters’. De eerste groep zijn verzamelaars. „Het gaat hun om het serienummer. Ze willen elk toestel gewoon een keer gezien hebben. Wij horen bij de tweede categorie: wij willen de mooiste foto’s maken.”

Die proberen ze dan te slijten aan internationale vliegtuigbladen. Niet voor het geld, wel voor het prestige. De concurrentie vandaag is groot. Honderden spotters, vanuit dezelfde hoek, die naar hetzelfde ding kijken.

Zo’n twintig uur per week besteden ze aan hun hobby. Bij Guus Winter (57) ontwaakte de liefde in 1975.

„Een jongen van school vroeg of ik meekwam naar Soesterberg. Daar maakte ik mijn eerste foto. Een Phantom. Ik was meteen verkocht.”

De onrust neemt toe. Wuliyu begint chagrijnig te worden van het wachten in de kou. 20.45 uur, de JSF’s zijn nu ruim drie kwartier te laat. Het is bewolkt. En het wordt al donker! „Echt rampzalig dit.” Op de schermpjes van hun telefoons houden de spotters de positie van het vliegtuig bij. Overal hoor je mannen overleggen over de instellingen van hun camera. Hoe leg je het toestel goed vast onder deze omstandigheden?

Dan rinkelt de vliegveldbel weer. Keukentrapjes kraken. Camera’s in de aanslag. Roelof-Jan: „Ik zie lichtjes!” Her en der beginnen wat mannen te schreeuwen.

Vals alarm. Het is maar een F-16. Obligaat worden her en der wat foto’s geschoten.

Het wordt donkerder en donkerder. Zijn ze voor niets gekomen? „Daar! Daar! Daar!” Een straaljager komt uit het wolkendek tevoorschijn. Op honderd meter afstand scheert het vliegtuig aan de menigte voorbij. Het geschreeuw van motoren, rokende banden. Applaus. Een uur en een kwartier te laat is de eerste JSF op Nederlandse bodem geland. Niet veel later volgt de tweede.

Recht van voren, ja

De spotters kijken alweer naar hun camera. De buit wordt onderling vergeleken. Erg tevreden zijn ze niet. Te donker. Ook esthetisch is er wel een en ander op het ding aan te merken. „Hij is lomp”, zegt Guus. „Vroeger zat er nog wat lijn in de straaljagers, aerodynamica. Met de huidige techniek kun je een baksteen nog in de lucht houden.” Roelof-Jan: „Recht van voren is hij wel mooi.” Guus: „Recht van voren wel, ja.” Jeroen haalt zijn schouders op.

„Er zijn maar weinig vliegtuigen die er van voren niet mooi uitzien.”

Stilte. De mannen denken even na. Dan geeft Roelof-Jan zich gewonnen. „Dat is ook wel weer waar.”