Gruwelijke details in kwaliteitsdrama

Loes Haverkort in ‘De Jacht’ (SBS6)

Tien jaar geleden, toen Talpa nog een zender was en de NPO vrij weinig aan dramaseries deed, viel actrice Loes Haverkort me voor het eerst op, als politieagent in de serie Van Speijk. Nu is Talpa Fictie onder leiding van Will Koopman een bloeiende tak van het bedrijf van John de Mol en kreeg Haverkort - terecht - een nominatie voor een Gouden Kalf als rechercheur in De Jacht (SBS6).

Afgelopen maandag en de komende twee maandagen worden steeds twee afleveringen achter elkaar vertoond. De opening, geregisseerd door Koopman zelf, trok rond de 900.000 kijkers en viel niet tegen. Het is vakwerk volgens het boekje met verrassend goede en grote acteurs tot in de kleinste rolletjes. Ook is er in die tien jaar wel wat veranderd in ons verwachtingspatroon van expliciete beelden in politieseries. Wat je vroeger hooguit in een enkele controversiële bioscoopfilm te verstouwen kreeg, is nu standaardonderdeel van de televisiegrammatica.

Europa is daarin verder gevorderd dan de VS. De Jacht volgt vrij precies de visuele stijl van het door bestsellerauteur Elsebeth Egholm bedachte Deense origineel Den som dræber (2011) en heeft vrij weinig te maken met de Amerikaanse bewerking Those Who Kill (met Chloë Sevigny, 2014). Daarin zijn veel zonlicht, een beetje genormaliseerd gezinsleven van de hoofdpersoon en uitleggerige verhaallijntjes toegevoegd, om het niet te erg te maken.

De Jacht laat zien wat er gebeurt als je een graf van een paar jaar oud opent, hoe een seriemoordenaar zijn vrouwelijke slachtoffers in een grimmige loods martelt (vooral geestelijk) en windt geen doekjes om de obsessies van de jagers. Rechercheur Lea (Haverkort) lijkt zelf te zijn misbruikt door een stiefvader en kan alleen maar denken aan wraak op al die rotzakken. Haar eveneens geobsedeerde sidekick is een uitgerangeerde forensisch psycholoog (Fedja van Huêt) die zich ook iets te veel met zijn werk vereenzelvigt.

De engerd van dienst (Martijn Nieuwerf) vergeet je niet snel, met zijn afgemeten en gecontroleerde gedrag. Er zijn bloedstollende cliffhangers en nachtmerrieachtige beelden van onalledaags sadisme.

Vroeger, vóór Dexter, maar ook The Killing en Men Who Hate Women en andere scandinoir, zouden we ons hebben afgevraagd of het moreel wel in orde was om zulk amusement te vervaardigen en vertonen. Nu leven we in een tijd waarin de vragen anders luiden. Is het geloofwaardig en gruwelijk genoeg in relatie tot de werkelijkheid van 2016? En waarom luisteren we niet vaker naar de artistieke en excentrieke stemmen die ons meer inzicht kunnen verschaffen in de oorsprong en de werkwijze van het kwaad, dat immers echt lijkt te bestaan?

Ik ben blij met de kwaliteit van De Jacht, die niet uitzonderlijk meer is voor een Nederlandse televisieserie. Alleen die lappen tekst waarin veel uitgelegd moet worden, die zouden nog iets meer aandacht van regie en acteurs kunnen krijgen.