Een tepel kun je tatoeëren

In Erasmus MC in Rotterdam maakt Marja Wolf getatoeëerde tepels. Soms komen er speciale verzoeken: zoals een ‘pink ribbon’ of een ster.

Op de poli van de afdeling Plastische Chirurgie van het Academisch Ziekenhuis Erasmus MC in Rotterdam zit een volleerde tatoeëerder. Al 19 jaar maakt huidtherapeut Marja Wolf littekens minder heftig en tekent ze nieuwe tepelhoven.

„Blinde bollen noemen we die”, zegt Marja Wolf (63), terwijl haar eerste patiënt van de dag, Katinka, het plastic folie van haar borsten trekt. „Borsten zonder tepelhoven.” De 42-jarige bloemiste uit Etten-Leur is drager van een gen dat 60 tot 80 procent kans op borstkanker geeft en heeft twee jaar geleden haar borsten laten verwijderen.

Katinka’s oma, moeder, twee nichten en haar zus van 38 zijn aan de gevolgen van borstkanker overleden. Haar nieuwe borsten konden in haar geval niet gereconstrueerd worden van haar buikvet, daar had haar ranke lijf niet genoeg van. Dus is er voor protheses gekozen.

De verdovingscrème is ingetrokken en de tatoeëerder van het Erasmus MC kan aan de slag. Terwijl ze met ontbloot bovenlichaam op het behandelbed plaatsneemt, mengt Marja Wolf de inkt. Dit is de derde behandeling voor Katinka.

„Ik had grote zware borsten, die waren ook gaan hangen. Dus bij de operatie heb ik gevraagd of ze wat kleiner konden, en ik wilde ook een mooier tepelhof.”

Vandaag brengt Wolf zogeheten „kippenvel” aan op de tepelhoven, rondom de gereconstrueerde tepels. De witte puntjes maken het geheel af. De ‘blinde bollen’ zijn nu verleden tijd.

Af en toe een man

Twee keer per week komen vrouwen uit heel Nederland langs op de poli om zich door Marja Wolf nieuwe tepelhoven aan te laten meten. Ze behandelt zo’n acht vrouwen per week, en heel af en toe een man. De vrouwen hebben een lang traject achter de rug. Vaak hebben ze besloten hun borsten preventief te laten verwijderen.

De techniek van Wolf is niet anders dan die van bijvoorbeeld tatoeëerder Henk Schiffmacher. Ze gebruikt dezelfde disposable naalden en de inkt is TNO-goedgekeurd: er zitten geen kankerverwekkende stoffen in. „Maar waar Schiffmacher schilderijen maakt, breng ik terug wat er niet meer is.”

Na Katinka komt schoenenverkoopster Monique (42) binnen, samen met haar moeder Carla. Ze komt voor haar eerste behandeling en haar moeder begeleidt haar al jaren op haar ziekenhuisbezoeken. Die begonnen in 2008 toen er een tumor in haar borst gevonden werd. Nadat bij DNA-onderzoek werd ontdekt dat ze via haar 16 jaar eerder overleden vader BRCA-gen (een erfelijk borstkankergen) draagster was, is haar tweede borst preventief verwijderd.

Marja Wolf kijkt nauwkeurig naar de huidskleur van Monique. „Ik denk aan de kleur van gekookte lever voor jou”, zegt ze. Ze kiest uiteindelijk voor asblond, een koelere kleur. „Die kleur heeft mijn haar ook”, zegt Monique.

Marja Wolf mengt de inkt in een potje zo groot als een vingerhoed en test de kleur op de binnenkant van Moniques pols. Moeder en dochter keuren de kleur goed. Marja tekent uit de losse pols met een rode stift op iedere borst een cirkeltje en vult dat met de tattoonaald.

„Ik had altijd een 10 voor tekenen op school”, zegt ze. „Gevoel voor kleur kun je niet leren, dat heb je of dat heb je niet.”

In haar behandelkamer wordt het bijna gezellig. De vrouwen, praten allemaal honderuit over hun operatie, hun kinderen, hun lijf.

Monique: „Ik heb nooit borsten gehad en had daar altijd een minderwaardiheidscomplex over. Nu heb ik ze dus wel.”

Moeder en dochter maken een afspraak voor de volgende behandeling en vertrekken terwijl Marja de kleuren die ze gebruikt heeft in haar computersysteem invoert.

Huid-oedeemtherapie

Marja begon ooit als kapster. Op haar veertigste begon ze met een studie huid- en oedeemtherapie aan de Hogeschool van Eindhoven en haalde ze haar paramedische bachelor aan de Hogeschool van Utrecht. In die periode had ze haar eigen praktijk in Hillegersberg in Rotterdam en volgde ze cursussen in permanente make-up en medische tatoeage.

Nadat zij twintig jaar geleden een brief aan Steven Hovius, hoogleraar en hoofd van de afdeling Plastische en Reconstructieve Chirurgie, had gestuurd met de vraag of zij op zijn poli mocht komen werken, werd ze uitgenodigd voor een gesprek. „Na zes maanden zat ik hier. Het Erasmus MC was het eerste ziekenhuis dat dit op zo’n grootschalige manier aanpakte. Tegenwoordig kan het ook in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam.”

‘Dit’ houdt meer in dan tepelhoven creëren. Wolf laat voor- en nafoto’s zien van een Afrikaanse vrouw met een groot litteken op haar onderbeen, opgelopen bij een brand. Met donkere inkt heeft Wolf het scheenbeen weer meer toonbaar gemaakt. „Voor de tepelhof van donkere vrouwen doe ik er soms een druppel zwarte inkt bij.”

Vrouwen die een borstreconstructie hebben ondergaan komen soms met een bijzonder verzoek. Zo was er een vrouw die een pink ribbon, het op haar linkerborst wilde, het logo van borstkankerstichting Pink Ribbon. „Ze wilde dat ik het deed, en niet iemand in een tattooshop. En er was ook een vrouw die na amputatie van haar beide borsten sterren in plaats van tepelhoven wilde. Heb ik ook gedaan.”

Zonder tepels

Sommige vrouwen willen helemaal geen tepels meer, maar alleen de tepelhoven. Zoals Anke (41). Zij is drager van het BRCA2-gen. „Die tepels van mij zijn niet bewaard. Waarom zou ik? In tepels zit ook borstweefsel en dus heb je meer kans op ontstekingen.”

Marja Wolf kiest voor de inktkleur ‘golden sand’ en ‘reebruin’ voor de tepelhof. Voor de virtuele tepel kiest zij ‘licht koraal’. Door met de inkt nuances aan te brengen, lijkt het alsof Anke toch echte tepels heeft. Het is voor een emotioneel moment. „Het zit ’m in de tepel!”, roept Anke uit. „Pas dan is het af. Kijk maar naar Nipplegate met Janet Jackson bij de superbowl. Pas toen haar tepel te zien was werd iedereen gek!”

Marja Wolf kijkt met haar timmermansoog naar de borsten van Anke. „De tepels moeten niet te laag komen, want dan kijken ze naar beneden. Maar ook niet te hoog.”

Na de behandeling is Anke opgelucht. „Ik was hier banger voor dan voor de operatie.”

Marja Wolf heeft zelf geen tattoos en nauwelijks tepels. Op haar negende is ze voor dertig procent verbrand geraakt nadat ze een pan soep over zich heen had getrokken. „Ik heb 28 keer in het ziekenhuis gelegen vanwege mijn brandwonden. Ik kwam al in Erasmus als patiënt voordat ik hier begon te werken.”

In januari 2017 stopt ze en moet Erasmus op zoek naar een nieuwe tatoeëerder. Wolf: „Niet te jong en met ervaring. En een vrouw. Dat is belangrijk, ook voor de allochtone vrouwen.”