De zangerige essentie is uit Beethovens muziek verdwenen

Violist en dirigent Joan Berkhemer wil het ‘grote romantische gebaar vol emoties’ terugbrengen in de concertzaal.

Violist en dirigent Joan Berkhemer Foto Peter Paul Huf

Het leek zo overzichtelijk. Begin twintigste eeuw werd de muziek van Beethoven overdreven romantisch uitgevoerd, bijvoorbeeld door Willem Mengelberg, met glijtonen en veel vibrato. Na 1945 werd de volvette interpretatie voortgezet door maestro’s als Herbert von Karajan. Maar in de jaren zestig en zeventig voltrok zich een revolutie, geleid door Nikolaus Harnoncourt, waarna voorgoed de opvatting veranderde over hoe de klassieken moeten klinken: puntig, dansant, transparant en met weinig vibrato. Het is een geaccepteerde samenvatting van de uitvoeringspraktijk van de twintigste eeuw. Behalve als je het Joan Berkhemer vraagt. Volgens hem was het júíst Mengelberg die de intenties van Beethoven dichter benaderde dan Harnoncourt ooit. Violist en dirigent Joan Berkhemer (1951) wil het ‘grote romantische gebaar’ vol ‘ongegeneerde emoties’ terugbrengen in de concertzaal. Dus begon hij een eigen orkest: Mokum Symphony, dat zaterdag een Beethovenconcert geeft in de Keizersgrachtkerk.

Hoe wilde Beethoven dat zijn muziek werd uitgevoerd?

„We weten dankzij getuigenissen dat Beethoven als pianist veel rubato toepaste, ofwel soms wel 26 verschillende tempi in één langzaam deel speelde. De huidige opvatting dat je als musicus alles vrij strak in de maat moet spelen, klopt dus al niet. En zo zijn er nog honderdduizend regels bedacht die niet aansluiten bij mijn innerlijke behoefte als musicus.”

Wat is die behoefte precies?

„Ik mis de warmte en het zingen. Begin jaren zeventig luisterde ik naar oude platen die toen al als curieus en sentimenteel werden gezien. Maar Willem Mengelberg was slechts two handshakes away van Beethoven: hij had directielessen van Franz Wüllner, die weer de leerling van Beethovens assistent Anton Schindler was. Vergelijk dat met Harnoncourts geestverwant Frans Brüggen, die veertig jaar na Mengelberg ‘authenticiteit’ claimde. Vibreren en noten aaneensmeren mocht niet meer. Met alle respect: Mozart hield juist zo heel erg van zingen! Vibrato en glissandi zijn wezenlijke uitdrukkingsmiddelen van de ziel. Er bestaat een traktaat uit 1620 dat dit benadrukt.”

Harnoncourt stelde dat de muziek van Beethoven retorisch bedoeld werd: met duidelijke komma’s, punten en uitroeptekens.

„Natuurlijk, maar door daar eindeloos op te hameren, is de zangerige essentie van Beethovens muziek verdwenen. En daarmee de emotie. Alle voorhoudingen klonken opeens hetzelfde, strak en bleek. Het contrast wordt helemaal absurd als je mezzosopraan Cecilia Bartoli hoort zingen: terwijl ze een bijna hysterische expressiviteit gebruikt, klinkt het begeleidende barokorkest puntig en strak en saai.”

Stuiten uw ideeën op veel verzet?

„Ik krijg juist veel bijval, ook van een nieuwe generatie musici die de regels van specialisten uit de jaren zeventig moet opvolgen, waarbij ze hun emotie moeten abstraheren en niet uit de maat mogen spelen. Ook ervaren rotten en enkele musicologen werken mee aan Mokum Symphony. Die naam verwijst naar het Hebreeuwse ‘Makum’: een stad of plaats waar je je veilig voelt.

„Het perfectionisme overheerst. Vergelijk dat met een oude opname van Mengelberg: daar spelen musici voortdurend ongelijk, maar met maximale expressie. Stel je voor hoe het zou klinken als je vioolgroep zou bestaan uit allemaal extraverte individuen!”

Wat zijn de toekomstplannen?

„Een reconstructie spelen van Mengelbergs Matthäus-Passion uit 1939, met in totaal vierhonderd uitvoerenden, dat is mijn droom.”