Chinese molens staan vaak stil

Windenergie In slechts vijftien jaar is China volgezet met windturbines. Het land heeft nu de meeste molens ter wereld, maar ze werken op halve kracht.

Foto AFP

Geen land heeft zoveel windparken gebouwd als China. Het totale vermogen van alle windturbines is het dubbele van de nummer twee, de Verenigde Staten. Maar turbines neerzetten is iets anders dan ze laten draaien en elektriciteit laten leveren. Want wat blijkt? China wekt nota bene nog mínder windstroom op dan de VS. De oorzaak van die inefficiëntie somt een maandag gepubliceerd artikel in Nature Energy op.

Het onderzoek is van belang omdat China en de VS samen bijna de helft van alle wereldwijd uitgestoten broeikasgassen voor hun rekening nemen. China heeft beloofd dat zijn uitstoot tegen 2030, liefst eerder, piekt. Maar dan zal er wel iets moeten verbeteren. In hun artikel noemen de zes Chinese en Amerikaanse onderzoekers de prestatie van China wat betreft windenergie ronduit „onbevredigend”.

Als oorzaak komen ze uit op drie factoren: de turbines zijn van mindere kwaliteit, ze worden niet, of vertraagd, op het elektriciteitsnet aangesloten, en als ze dat wel zijn worden ze vaker dan in de VS uit de wind gedraaid. Het idee dat Chinese turbines op minder gunstige – windarme – plekken zijn neergezet, blijkt niet het geval. „Dat heeft ons verrast, want dat is wel een breed levend idee”, laat Xi Lu van de Tsinghua University in Peking via e-mail weten. Hij is eerste auteur van het artikel.

De oorzaken klinken Peter Eecen „bekend in de oren”. Hij is specialist in windenergie bij het Energieonderzoek Centrum Nederland in Petten. Eecen erkent dat de kwaliteit van Chinese turbines „een tijdje een probleem” is geweest. „Maar de Chinezen leren heel hard, en hun turbines worden steeds beter”, zegt hij.

Chinese windmolens worden niet, of vertraagd, op het elektriciteitsnet aangesloten

De lage kwaliteit van de Chinese windturbines heeft volgens de onderzoekers ermee te maken dat Chinese bedrijven relatief laat op de markt zijn gekomen. „Maar ze moesten er wel opeens heel veel leveren”, schrijft Lu. Want de Chinese staat had grootse plannen, en gaf lokale producenten voorrang.

Van het geïnstalleerd vermogen in China komt slechts zo’n 10 tot 15 procent van buitenlandse turbines. Het totale geïnstalleerde vermogen in China bedroeg 145 gigawatt tot en met 2015, tegen 75 GW in de Verenigde Staten (en 3,4 GW in Nederland).

Verder heeft de Chinese staat lange tijd vooral de aanschaf en het plaatsen van turbines gesubsidieerd, en niet het leveren van stroom. Daardoor was in 2010 eenderde van het geplaatst vermogen niet op het net aangesloten. Daarbij speelde ook een rol dat vergunningen voor windparken onder de 50 megawatt direct door de provincies mochten worden afgegeven. Dat gebeurde massaal, maar zonder afstemming met de netbeheerders. Dit is in de regelgeving inmiddels aangepast.

Verder krijgen de wel op het net aangesloten turbines in China geen voorrang bij de energieproductie. „In de meeste West-Europese landen is dat wél het geval”, zegt Eecen. Bij een overaanbod aan elektriciteit moet, om het net stabiel te houden, de stroomproductie meestal worden teruggeschroefd.

Kolencentrales, die in China zo’n 70 procent van alle stroom leveren, zijn minder makkelijk uit en aan te schakelen dan gascentrales of windturbines. Die situatie is in China nog verergerd doordat kolencentrales steeds vaker ook warmte leveren. Dat maakt het, zeker in de winter, extra lastig om kolencentrales tijdelijk uit productie te nemen. Lu: „Maar er zijn tekenen dat de Chinese regering dit probleem aanpakt.”