Verzekeringsman

De nieuwe bewoner van een paar huizen verderop werkte bij de helpdesk van de zorgverzekering waar ik klant van ben. Zo zien ze er dus uit, dacht ik, toen hij bij de deur een handje kwam geven. Misschien hadden we elkaar vorige week wel heel onprettig gesproken vanwege de door een systeemfout nog steeds niet betaalde tandartsrekeningen.

„Is dat leuk werk?”, vroeg ik.

„Ach”, zei hij, „de mensen klagen te veel. Het is allemaal ikke-ikke-ikke…”

„En de rest kan stikken?”, vulde ik gezellig aan.

„Nou, dat nu ook weer niet”, antwoordde hij.

We waren eigenlijk wel uitgepraat, dacht ik zo, maar toen wees hij naar de zwarte BMW.

„Ik wil niet klagen”, zei hij, „maar is die auto van u? Zou u die dan een paar meter willen verplaatsen? Ik ben een man van de eigen auto voor de eigen deur.”

Ik ben een man van de eigen auto voor de eigen deur, zei hij

Ik zei dat ik ook een eigen auto voor de eigen deur man was, maar dat dat soms niet ging omdat er al een andere auto voor de eigen deur stond en dat de vriendin hem daarom weleens voor een andere deur parkeerde. Zijn deur in dit geval. Ik voegde er meteen aan toe dat ze niet thuis was en dat ik nog steeds geen rijbewijs heb waardoor ik niet acuut iets aan de situatie kon veranderen, want aan de lichaamstaal te zien was dat toch wel de bedoeling van dit ‘Ik ben nieuw hier en ik kom u even een handje geven’-bezoekje.

„Als ze thuiskomt zal ik het haar meteen zeggen”, zei ik.

„Hoe lang duurt dat ongeveer?”, vroeg hij.

Ik had geen idee en zei dat je daar geen peil op kon trekken. Ze kon over twintig minuten alweer thuis zijn, maar het kon ook zomaar een paar dagen duren. Dat zeiden ze van zijn helpdesk ook altijd tegen mij, dat het probleem bekend was, dat ze het gingen doorgeven aan de juiste persoon of afdeling en dat het zich daarna binnen een paar uur of binnen een paar dagen vanzelf zou oplossen.

„En anders nog een keertje aanbellen.”

Hij bleef me aankijken, net zolang totdat ik uit mezelf begon te zeggen dat mijn antwoord een poging tot humor was.

„Ik vraag het maar een keer”, zei hij, waarna hij zich omdraaide en in zijn corduroybroek het pad afliep. Twee dagen later wist ik nog steeds niet of dat ook een poging tot humor was.