Ultieme inleiding tot een fantastische natuurschrijver

Rick Bass is een natuurschrijver. Wie denkt dat dit cowboyverhalen over het ruige Westen inhoudt, ontzegt zichzelf een van de grootste Amerikaanse korte-verhalenschrijvers van de afgelopen dertig jaar. Alleen van Joyce Carol Oates, Lorrie Moore en Alice Munro zijn er jaarlijks meer verhalen opgenomen in de prestigieuze Best American Short Fiction -serie. Bass (1958) publiceerde zijn eerste verhalenbundel, The Watch, in 1989. Daarna volgden nog vijf bundels, vijf romans en non-fictie boeken over de rap verdwijnende Amerikaanse wildernis. For a Little While is een verzameling van achttien van zijn beste werken en zeven nieuwe verhalen. Voor wie Bass nog niet kent, is dit de ultieme inleiding tot zijn werk, voor bestaande lezers een herontdekking. Bij elkaar gebracht in één bundel tonen ze verbanden die een trouwe lezer ontgaan kunnen zijn. Bass was ooit geoloog en weet dat een leven, net als een steen, uit lagen sediment bestaat. We lezen anders op verschillende punten van ons leven. ‘Geen steen is ooit af,’ schrijft hij in ‘The Lives of Rocks’, ‘alle stenen worden voortdurend opnieuw gemaakt, tot ze van de aardbodem verdwijnen.’ Om deze reden voelen zelfs de oude verhalen fris en nieuw aan.

De vroege verhalen spelen zich af in Texas, waar Bass is opgegroeid. Veelal gaan ze over jongeren op de valreep van volwassenwording. In ‘Pagans’ vinden drie tieners een oude hijskraan, verzonken in een rivier. ‘Ze hadden een luie plek ontdekt, een zoete plek, om rond te hangen, in de wervelstroom tussen hun kindertijd en wat daarop zou volgen.’

Latere verhalen spelen zich af in Mississippi en Montana en gaan over oudere personages, zoals Jyl in ‘Her First Elk’, die na de dood van haar vader voor het eerst alleen op jacht gaat naar een eland. Terugblikkend als volwassen vrouw, ‘gewoven van verlies en gewin’, beseft ze dat deze ervaring haar dichter bij de natuur heeft gebracht en daardoor dichter bij haar verloren vader. Ze heeft ‘nu bergen in haar hart, en geweien, en poema’s, en zonsopgangen, en uitgestrekte bossen van dennen en sparren en lariks, en elanden, allemaal onbedwingbaar.’

Bass specialiseert zich in menselijke drama’s die botsen met de overweldigende, verbluffende krachten van de natuur. In ‘The Hermit’s Story’ brengen twee vrienden de nacht door in een opgedroogde rivierbedding onder een laag ijs, waar het voelt ‘of ze op een plek waren, in een positie, waar ze bergen geboren konden zien worden.’ Een jong meisje ziet een kudde elanden ‘langsdrijven als water, of langzaam flakkerende vlammen.’

De nadruk ligt op de vergankelijkheid van ons leven en de verschillende lagen sediment daarin. Onze jeugd, onze liefdes, onze kinderen – ze zijn maar intermezzo’s. Wat ons onsterfelijk maakt, zijn die momenten waarop we onszelf ontstijgen en een band aangaan, hoe onzeker ook, met de natuurwereld om ons heen.