Tussen gettozwart en bourgeoisiewit

Een zwarte familie associeert zich dwangmatig met de normen en waarden van de blanke middenklasse. Margo Jefferson vertelt hoe haar familie de sociale ladder beklom en hoe zij daaronder leed.

Een bar in het stadsdeel South Side in Chicago in 1941. Foto Farm Security Administration

Margo Jefferson (1947) houdt van droge opsommingen. In Negroland stelt ze haar voorouders ‘in chronologische volgorde’ voor: van slaven tot juristen, rechters en artsen. Eén beroep springt er uit: makelaar. Jefferson had twee grootmoeders die in de huizenmarkt een goede boterham verdienden. Hun kinderen plukten er de vruchten van: ze konden doorleren. Door studie en huwelijk werkten ze zich op tot de Afrikaans-Amerikaanse elite.

Voorlopig eindstation van de Jeffersons was ‘Negroland, afdeling Chicago’. Hier werd Margo in 1947 geboren. Haar vader was specialist in het oudste zwarte ziekenhuis van Amerika, haar moeder sociaal werker die zich na haar huwelijk omschoolde tot ‘echtgenote-in-volledige-dienst’ en lid van de zwarte beau monde.

De voorouders van Jefferson waren onderdeel van wat De Grote Migratie wordt genoemd: de volksverhuizing tussen 1910 en 1970 van ruim zes miljoen Afrikaans-Amerikanen van het platteland in het Zuiden van de Verenigde Staten naar een metropool in het Noorden of Westen. Chicago trok als geen andere stad. De ouders van Margo vestigden zich eerst in de wijk Bronzeville, die Harlem naar de kroon stak als centrum van de zwarte stadscultuur. Later woonden ze in het chique Park Manor. Vlakbij, maar nog net gescheiden van, de blanke bourgeoisie.

Van slaven tot prominente leden van de zwarte meritocratie; stof voor een dramatisch verhaal met een hoopvol einde. Maar Jefferson hoedt zich ervoor om deze opwaartse curve om te buigen tot een vlot leesbare Amerikaanse familiesaga. Dat andere gebaande pad van de zwarte egoliteratuur laat ze ook links liggen.

Negroland is geen bittere aanklacht tegen de blanke cultuur; het grijpt de lezer niet naar de keel als het vorige jaar verschenen Between the World and Me van Ta-Nehisi Coates, het best verkochte en meest besproken pamflet van een generatie in Amerika. Wel is alles aan Negroland onconventioneel. Inhoudelijk verkiest Jefferson analyse en begrip boven sentiment of woede. Haar taalgebruik is afwisselend subtiel en vlijmscherp; de vorm barok, met een grillige verhaallijn en verrassende terzijdes. Het boek blaast het stoffige genre van memoires daarmee nieuw leven in en is terecht bekroond met de National Book Critics Circle Award voor autobiografie.

Dit is volgens Jefferson het doel van haar herinneringen: antwoord geven op de vraag wat haar heeft ‘gevormd en verminkt’. Aan dat laatste woord blijven je ogen haken, ook al omdat een verklaring voor die verminking in eerste instantie uitblijft. In plaats daarvan volgt weer een opsomming, nu van ‘enkele basisgegevens, (alsmede) tegenstellingen en kenmerken van deze groep’, dat wil zeggen: zwarte Amerikanen. Zoals: ‘leest en schrijft probleemloos/kan enigszins lezen maar niet schrijven/leest en schrijft een beetje/kan lezen noch schrijven.’

Lezen en schrijven: Jefferson maakte er haar beroep van. Zij was jarenlang als recensent verbonden aan The New York Times. „Slim van me, om criticus te worden”, schrijft ze. „Wij critici lezen nauwkeurig en tonen onze eruditie voor een hoger doel. In het algemeen belang. Onze zeden, onze smaken, onze oordelen worden gewaardeerd. Levenslange superioriteit. Behalve als we door de mand vallen. Behalve als we worden weggezet of veroordeeld als jaloers en kleingeestig; als afhankelijk van anderen, een afgeleide. Levenslang tweederangs.” In gedachten voeg je er een woord aan toe: levenslang tweederangs burgers. Persoonlijke fouten, aldus Jefferson, werden niet alleen jou aangerekend, maar ook je ouders en je ras.

Het Derde Ras

Negroland is een generieke naam voor een verzameling wijken en buurten, verspreid over diverse steden in Amerika. Hier maakte de Afrikaans-Amerikaanse elite de dienst uit in de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en de opkomst van Black Power twintig jaar later. Die elite omschreef zichzelf trots als Het Derde Ras: ingeklemd tussen bourgeoisblank en gettozwart. De eerste groep diende als ijkpunt, de tweede als waarschuwing. Met de normen en waarden van de blanke middenklasse associeerden de inwoners van Negroland zich dwangmatig; tegen de chaos en liederlijkheid van het getto zetten zij zich af. Als Margo bij een bushalte een gettomeisje tegen het lijf loopt bijt ze haar toe dat ze haar benen moet scheren.

De Jeffersons – vader, moeder, twee dochters – gaven zich net als de blanke middenklasse over aan ongebreidelde consumptie. Ze lazen thuis Vogue en Ebony, voor blanke én zwarte mode. Negroland is ook een staalkaart van huidskleuren, haarstijlen, neusvormen en modestijlen – afgezet tegen het onbereikbare blanke schoonheidsideaal. Als Margo eind jaren zestig haar etnische identiteit zoekt en een Afrokapsel laat groeien teemt haar moeder: ‘Als een vlieg erin verstrikt raakt breekt hij zijn vleugeltjes in een poging zich los te wurmen.’ Slumming it, het omarmen van de vrije stijl en seks van het getto, zag Margo niet als een wenkend perspectief. De zwarte machocultuur bestond voor haar uit dood, verderf en gevaar van ongewenste zwangerschappen.

De kinderen van de zwarte elite waren snobs met een minderwaardigheidscomplex én pioniers. Ze gingen naar blanke privéscholen en op zomerkamp. Ze speelden muziek, volgden theaterles, lazen de Angelsaksische literatuurcanon. Na de middelbare school volgden prestigieuze universiteiten, met een beetje geluk en volharding uitmondend in een geïntegreerde droombaan in politiek, advocatuur of ziekenhuis. Margo was begin jaren zeventig de eerste zwarte journalist van Newsweek.

Flirten met zelfmoord

Een geprivilegieerde jeugd, een knappe loopbaan als journalist, schrijver en hoogleraar. Waaruit bestond dan de verminking die Margo later deed flirten met zelfmoord?

Voor een dochter van de zwarte elite was (het streven naar) perfectie geen optie maar een gebod. „We konden onze fouten, gebreken en onzekerheden niet in het openbaar bespreken. Hoe klein het vergrijp ook was, het zou tegen ons worden gebruikt als ras. De meeste blanken lieten geen ruimte voor de doctrine ‘menselijk, al te menselijk’: onze tekortkomingen waren (bewijs voor) onze onmenselijkheid of voorwaardelijke menselijkheid.” En dus werd van haar verwacht dat ze uitblonk – op school, in haar werk en vooral in het kweken van een aangename persoonlijkheid. Alles onder controle. Depressie was geen optie. Bevrijding is er pas op latere leeftijd, als zij toegeeft aan haar voorliefde voor populaire cultuur, van zwart én blank. Bevrijding is er ook in het afwijzen van de burgerlijke moraal: geen huwelijk en geen kinderen. „Je verklaring (niet helemaal onwaar, maar ook niet helemaal toereikend) is dat je jezelf al hebt laten vormen door zo veel conventies, verwachtingen en verplichtingen (van instituties en mensen), door zo veel angst voor afkeuring, dat de discipline van eenzaamheid – strenge eenzaamheid – een vereiste is om je een gevoel te geven van eigen onafhankelijkheid.”

Negroland doet in intensiteit niet onder voor Random Family, het portret van het Amerikaanse gettoleven waarin journaliste Adrian Nicole LeBlanc zich onderdompelde. Jefferson beschouwt zichzelf als ‘chroniqueur, deelnemer-observator, treurdichter, andersdenkende en bewonderaar’ van het milieu van haar ouders. Ze blikt als ervaringsdeskundige terug op de wereld waarin ze opgroeide en die niet meer bestaat. Negroland is omver geblazen door ontwikkelingen in de jaren zestig en zeventig: wetgeving op het gebied van huisvesting, etnische bewustwording, uitholling van het gezin. En een nieuwe volksverhuizing: de trek naar de buitenwijken.