Thomas heeft een fascinatie met vuur

Wie: Thomas

Kwestie: inbraak, brandstichting, diefstal

Waar: rechtbank Rotterdam

Ergens halverwege de zitting valt het woord „uitvreter”, terwijl de verdachte tot dan vrij welwillend is behandeld. Thomas, krullend lang haar in een staart, herinnert zich weinig tot niks. Of is dat „jouw manier om aan je verantwoordelijkheid te ontkomen”, citeert de rechter een van de gedragsrapporten. Eén ervan beschrijft hem als een 21-jarige, getalenteerde jongeman met gemiddelde intelligentie, hoge eigendunk, neiging tot betweterigheid en parasitaire levensstijl. Iemand met een inhoudsloos bestaan die profiteert van het gebrek aan weerstand bij zijn familie om hem bij diefstal aan te geven. Advies: klinische behandeling in een gesloten setting.

De verdachte vindt dat beeld niet juist. „Ik heb totaal geen zelfvertrouwen’’, zegt hij. Een inrichting „werkt niet voor mij”. Betweterig is hij niet. Hij heeft „gewoon bepaalde ervaringen opgedaan”.

Thomas heeft problemen met drugs, alcohol, relaties, werk en psychische gezondheid. Hij ligt meestal tot ’s middags twee uur in bed. Z’n tijd besteedt hij aan z’n vriendin en z’n dieren. Hij gaat gekleed als een gothic. Dagelijks gebruikt hij antidepressiva en een antipsychoticum. „Maar dat laatste alleen om te slapen.” Cannabis hoort er al sinds z’n elfde bij. Tussen z’n 15de en 18de was hij eraan verslaafd. Maar nu gebruikt hij „regulier”, zegt hij: dagelijks. Hoewel er ook dagen zijn dat hij geen zin heeft in wiet. „Ik weet wat verslaving is.” Als hij dat voelt aankomen, houdt hij er een paar dagen mee op.

„U wordt door uw moeder gesteund?”, vraagt de rechter. „Verwend misschien?” Thomas erkent het. De psycholoog zoekt de oorzaak voor zijn daden in een „impulsdoorbraak” onder invloed. Zelf denkt hij aan een psychose, verstandsverbijstering of gewoon „kortsluiting”.

In januari brak hij in een willekeurige portiekflat in. Hij vernielde er wat, stak wat voorwerpen in z’n zak, pakte een blikje bier, ging in de woonkamer zitten en stichtte daar een brandje. Volgens de overbuurvrouw, die vlammen zag, zat hij er rustig naar te kijken. Toen de brandweersirenes klonken, sloeg hij op de vlucht. Later die avond kreeg hij ruzie met z’n vriendin die wilde weten wiens horloge hij om z’n pols had. Dat liep zo uit de hand dat de politie moest komen – die vond de gestolen spullen.

De deskundigen vinden hem verminderd toerekeningsvatbaar en zien hem als borderlinepatiënt met een antisociale inslag en „theatrale trekken”. Zelf zegt Thomas dat hij „veel stress” ondervond van de vader van zijn vriendin en een vriend van haar. De eerste zette hem onder druk en de tweede maakte hem jaloers. Maar „we hebben die personen nu uit ons leven gezet”.

Thomas heeft thuis nu een eigen kamertje waar hij zich terugtrekt als de stress te veel wordt. Alles is nu in orde – hij is gemotiveerd om te werken. „Ik wil geactiveerd worden.” U kunt ook uzelf activeren, zegt de rechter. Thomas beaamt het gauw.

De kans op herhaling acht hij „niet zo bizar groot”. Hoewel hij wel „een of andere fascinatie met vuur” heeft. Zo mag hij graag vlammen tekenen. De rechter is bezorgd. De wereld is immers vol mensen die hem stress kunnen bezorgen, en wat gebeurt er dan? „Je kan wel veel slapen, maar je kan niet alles vermijden.”

De officier vindt dat de brandstichting slachtoffers had kunnen maken. Hij eist 24 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk, met als voorwaarde 7 weken klinische opname voor detoxificatie en diagnose. Voor tbs onder voorwaarden is te weinig informatie, zegt hij, spijtig.

De rechtbank houdt het op 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk en 120 uur taakstraf. „Gevaar voor personen” is niet bewezen. De rechtbank vindt Thomas verminderd toerekeningsvatbaar en acht de kans op herhaling groot. Daarom krijgt hij ook een meldplicht, een behandelplicht, „dagactivering middels vrijwilligerswerk” en toezicht van de reclassering.