Theaters: minder personeel, meer publiek

Cijfers 2015 schouwburgen en concertzalen De Nederlandse theaters en concertzalen trekken meer bezoekers per voorstelling. Maar personeel verdwijnt.

iStock

Het aantal mensen dat bij Nederlandse theaters in dienst is, neemt af. Theaters en concertzalen zijn meer met inhuurkrachten en vrijwilligers gaan werken. Dat blijkt uit cijfers die de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) maandag publiceert.

Per theater zijn er in 2015 gemiddeld bijna drie betaalde voltijdsbanen verdwenen, een daling met bijna tien procent. „Onder druk van bezuinigingen zijn theaters genoodzaakt om te kiezen voor meer flexibiliteit in de inzet van personeel”, zegt VSCD-directeur Hedwig Verhoeven. „Maar er zijn bijvoorbeeld ook jonge theatertechnici die de zelfstandigheid verkiezen, zich specialiseren en zo veel meer klussen kunnen draaien bij gezelschappen, theaters en festivals.”

Het effect van lokale bezuinigingen is bij veel theaters en concertzalen nog groot. De omzet van de theaters steeg licht naar 4,5 miljoen euro per theater, maar het aandeel van subsidies daarin daalde van gemiddeld 46 naar 41 procent. „Vroeger waren theaters voor vier jaar van hun overheidssteun verzekerd. In steeds meer gemeenten zie je dat langdurige jaarcontracten wordt opengebroken, toegezegde subsidies worden verminderd en er ieder jaar meer vanaf gaat.”

Dat de omzet toch stijgt, komt doordat theaters erin slagen hogere eigen inkomsten te realiseren. Vooral uit kaartverkoop en horeca. Het gemiddeld aantal bezoekers per theater is gestegen van 78.351 naar 88.501, het bezoek per voorstelling neemt toe van gemiddeld 350 naar 370. Verhoeven: „Met minder subsidie slagen de theaters erin door iets meer voorstellingen te programmeren een groter aantal bezoekers te trekken en daardoor de zaalbezetting te verhogen.”

Populaire muziek heeft met 18 procent voor het eerst het hoogste aandeel in publiek, deels doordat Tivolibezoekers door het gefuseerde TivoliVredenburg voor het eerst in de cijfers meetellen. Ook het aandeel van klassiek neemt toe. Van toneel en dans neemt het licht af. Het bezoek aan rijksgesubsidieerde voorstellingen daalde van 16 naar 13 procent.

Er zit groei in de overige activiteiten. Daaronder vallen collegetours en themavoorstellingen. „Noem dat het succes van het concept van ‘expanding theatre’, de verbreding van programmering”, zegt Verhoeven. „Daarnaast gebruiken theaters hun pand intensiever, door vaker de hele dag open te zijn. Bijvoorbeeld voor culturele activiteiten van lokale toneelgezelschappen, koren of fanfares. De theaters versterken zo hun sociaal-culturele rol en bereiken een groter en diverser publiek.”