Theater Utrecht: lof voor artistieke koers, subsidieadvies 0 euro

118 instellingen die in aanmerking (willen) komen voor rijkssubsidie, ontvingen vorig week donderdag uitsluitsel. 27 instellingen kregen op hun aanvraag van de Raad voor Cultuur een keihard ‘nee’.

Donderdag was het judgment day voor de 118 instellingen die in aanmerking (willen) komen voor rijkssubsidie. 27 instellingen kregen op hun aanvraag van de Raad voor Cultuur een keihard nee.

Eén daarvan is Theater Utrecht. Dat gezelschap krabbelde de laatste drie jaar uit een financiële krater, geslagen door de vorige directie. Schulden moesten worden terugbetaald, een lening ingelopen, daardoor was er minder geld voor producties, en dus minder inkomsten door kaartverkoop. De eigen inkomstennorm van 23,5 % werd drie jaar op rij niet gehaald. De nieuwe directie heeft keihard gewerkt om de financiën op orde te krijgen. In de organisatie werd gesnoeid, decormateriaal wordt hergebruikt. En het is gelukt: TU is financieel gezond. Daarbij lukte het het gezelschap óók nog om een paar artistiek geslaagde producties te maken, zoals Crave (2014), Stad der Blinden (2015) en Een soort Hades (2016), die werd geselecteerd voor het Theaterfestival. De gepaste reactie daarop is lof. Maar de lange arm van Zijlstra – die de inkomenseis als harde weigeringsgrond in de wet liet opnemen – belet dat. Dus kon de RvC wettelijk alleen maar een ‘nee’ laten horen. Nul euro subsidie.

En toch aten ze bij Theater Utrecht donderdag taart. Niet als morbide verwijzing naar de beroemde uitspraak van Marie Antoinette en haar lot onder de guillotine, maar als blijk van vertrouwen en dankbaarheid. Het advies van de RvC over TU was namelijk wél positief. De raad prijst de ‘enorme bevlogenheid’ en ‘het nieuwe elan’ van het gezelschap, en waardeert de ideologische gedrevenheid en het engagement van de plannen. Toch lof dus. En taart.

Het is een kafkaëske patstelling: Theater Utrecht doet het goed, maar kon door omstandigheden buiten de schuld van de huidige directie onmogelijk voldoen aan de wettelijke norm. Wat nu? RvC-voorzitter Joop Daalmeijer zei donderdag in deze krant met zoveel woorden dat hij hoopt dat minister Bussemaker de hardheidsclausule toepast: een middel om af te wijken van de wet als een gezelschap de norm naar redelijkheid en billijkheid niet kón halen. Dat geldt zeker voor Theater Utrecht, al zou de minister nog kunnen aarzelen uit angst voor precedentwerking.

Deze omslachtige bureaucratische procedure voor iets dat heel simpel lijkt – Theater Utrecht verdient zijn subsidie – doen vragen rijzen over de houdbaarheid van Zijlstra’s wetsartikel. Die heeft de raad met zijn negatieve advies succesvol op de ministeriële agenda gezet.