Persoonlijk pensioen van SER biedt te weinig keuzekracht

Pensioenen zijn in Nederland van oudsher collectieve regelingen. Gekoppeld aan werk. Vandaar dat de werkgevers en de vakbonden dat als hun domein beschouwen. Voor werknemers is pensioen uitgesteld loon, de werkgever betaalt het grootste deel van de pensioenpremie en op basis daarvan bezetten zij samen de meeste zetels in de besturen van de pensioenfondsen die ongeveer 1.400 miljard euro beheren. De overheid legt met de AOW de basis voor het werknemerspensioen en stimuleert met fiscale maatregelen dat werknemers voor hun pensioen sparen. Daarom zit zij ook aan tafel.

Maar hoe past de individuele werknemer of gepensioneerde hierin? Pensioen is voor de meesten een ver-van-hun-bedshow.

De collectieve regelingen en hun pensioenfondsen zijn nog altijd dominant, terwijl werknemers, uit eigen beweging of noodgedwongen, mobieler zijn en minder zekerheid hebben. Dus is het tijd dat de pensioenen beter aansluiten bij die veranderingen op de arbeidsmarkt. Maar ook bij de behoefte van mensen aan simpeler uit te leggen en te begrijpen regelingen. Bij duidelijkheid over wie de eigenaar van het pensioen is. En bij de gebleken behoefte van in elk geval een minderheid van de werknemers om zelf keuzes te maken. Over de hoogte van pensioen. En over de manier waarop het pensioenkapitaal wordt belegd.

De pensioenen staan er belabberd voor, bleek vorige week uit een brief van De Nederlandsche Bank, de toezichthouder. De urgentie voor een nieuw stelsel is extra groot door de ultralage rente.

Maar de vrijdag gepubliceerde verkenning van de Sociaal-Economische Raad van een nieuw soort pensioenregeling valt tegen. Met het zogeheten „persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling” doet de SER wat hij moet doen: de geesten rijp maken voor verandering, zonder dat er, zoals in 2010-2012, een nieuwe pensioencrisis bij de FNV uitbreekt. Dit uitgewerkte SER-idee maakt duidelijker wat een individuele werknemer aan pensioen heeft gespaard. Dat is winst. Maar ook in deze variant moeten bestuurders complexe keuzes maken, die voor verschillende groepen (ouderen, jongeren, hoger en lager betaalden) verschillend kunnen uitwerken. Over dat bestuur zwijgt de SER.

De overstap naar een nieuw stelsel is extra lastig omdat ook de verdeling van de pensioenpremies moet veranderen. Nu worden ouderen en jongeren over één kam geschoren, straks moeten ouderen meer en jongeren minder premie betalen.

De complexe keuzes die anderen over de pensioenen blijven maken en de weinig uitgewerkte individuele keuzekracht maken deze SER-variant nog geen wenkend perspectief.