Op elke Albanees drie marechaussees

Door 30 Albanezen met een speciale vlucht uit te zetten wil Nederland mensen in Albanië duidelijk maken dat illegalen niet mogen blijven. Bij aankomst in Tirana staan cameraploegen klaar. Het is landelijk nieuws in Albanië.

Met een speciale charter van het ministerie van Justitie vertrekken uitgewezen Albanezen onder begeleiding van marechaussees vanaf Rotterdam Airport. Foto’s Merlin Daleman

Albanezen komen op het vliegveld aan in een geblindeerde witte bus. De dames en heren van de marechaussee staan al klaar: in twee lange rijen tussen bus en vliegtuigtrap in de miezerregen. Wijdbeens, gele, fluorescerende vestjes met ‘Escort The Netherlands’ op de rug. Een escorte van drie man vergezelt steeds één Albanees het vliegtuig in, tussen de dichte haag van mensen door.

Vrijdag werden dertig Albanese vreemdelingen teruggevlogen naar hun land. Omdat ze geen verblijfsvergunning hadden, moesten ze Nederland verlaten, maar ze deden dat niet. Of ze zaten al vast omdat ze waren opgepakt op een plek waar ze niet mochten zijn: meestal de Rotterdamse haven of Europoort (bij Hoek van Holland) in een poging illegaal naar Engeland te komen.

Voor het eerst ging het uitzetten met een ‘eigen’ vliegtuig. Tot nu werden individuele Albanezen onder begeleiding van enkele marechaussees met een lijnvlucht terug naar Albanië gevlogen.

Er komen sinds een jaar zoveel Albanezen naar Nederland, dat Justitie het handiger vond een hele groep in een keer terug te brengen. Bovendien wil het ministerie met een vlucht als deze laten zien dat illegaal verblijf niet wordt geaccepteerd en dat illegalen worden uitgezet. Dat leidt in Albanië tot meer publiciteit dan individuele uitzettingen.

Deze dertig meegeteld zijn er in 2016 tot half mei 500 Albanezen zoals dat in jargon heet „aantoonbaar” vertrokken. Zo’n 200 mensen vertrokken gedwongen, zoals de passagiers op deze vlucht. Dan zaten ze tijdelijk in de vreemdelingengevangenis. Ongeveer 300 Albanezen vertrokken op eigen houtje en kregen 200 euro mee.

Albanië is veilig

Slechts een deel van de Albanezen die naar Nederland komen, vraagt asiel aan. In de laatste vier maanden van 2015 ging het om zo’n 750 aanvragen; in 2016 tot en met half mei waren er 900 aanvragen.

Albanese asielaanvragen worden door Nederland vrijwel nooit toegekend. Albanië geldt een veilig land – er is geen oorlog en geen vervolging. Het land is kandidaat-lid van de Europese Unie. Volgens de woordvoerder van Justitie gaan jonge Albanezen af op valse informatie van mensensmokkelaars of van Facebook.

In het vliegtuig zit telkens een Albanees ingeklemd tussen twee marechaussees in geel hesje. Er zijn twee jonge vrouwen bij, de rest zijn mannen. Vooral jongemannen. Allemaal op zoek naar het geluk dat werk heet.

Er is ook nog een back-upteam van vier man aanwezig. Zij zijn getraind in het in bedwang houden van agressieve of opstandige vreemdelingen in een kleine vliegtuigruimte. Ze zitten in het midden van het vliegtuig. De Albanezen weten dat de mannen van het back-upteam alleen zullen ingrijpen als ze zich verzetten.

Ze zijn niet nodig. De sfeer is gelaten. „We hebben het geprobeerd en het is niet gelukt”, is de stemming.

De meeste mannen wilden eigenlijk naar het Verenigd Koninkrijk. Naar Londen. Daar is het in het illegale circuit relatief makkelijk geld verdienen. Althans, dat is het verhaal dat ze hoorden van vrienden en bekenden. Véél makkelijker dan in Nederland met de hoge boetes op illegale arbeid en strenge controles.

Weer op weg naar huis, ingeklemd tussen twee ambtenaren in functie wil Edisan (21) – donkerblond opgeschoren haar, vrolijke lach – best vertellen over zijn reis. Een achternaam geeft niemand. De jongens hebben al genoeg gedoe gehad.

Heel ingewikkeld is het niet om Nederland te bereiken, vertelt Edisan. Een Albanees heeft voor Nederland geen visum nodig. Hij vertrok met twee neven, die zitten een eindje verderop in het vliegtuig. Edisan en zijn neven reisden van Tirana naar Brussel met het vliegtuig en daar namen ze de trein naar Rotterdam. Ze werden gepakt toen ze in Europoort over een hek klommen. In Engeland wilden ze werk zoeken in de bouw. Het was zijn tweede poging.

Dure smokkelaars

Ze maakten geen gebruik van smokkelaars, zegt hij. De prijs om de EU binnengesluisd te worden, is de afgelopen maanden gestegen van bijna 6.500 euro tot 9.000 euro volgens Edisan.

Hij wil voorlopig in Tirana blijven. Nederlandse agenten hebben hem uitgelegd dat de controles nog verder zijn aangescherpt. Hij kan werken in een bar waar hij voorheen ook werkte, al verdient hij er weinig. Als je hard werkt, kan je 150 tot 200 euro per maand verdienen.

„En we hebben een inreisverbod voor twee jaar”, zegt de 22-jarige man schuin voor Edisan die zijn naam niet wil noemen. Ze hebben nu stempels in hun paspoort. Hij heeft bruine ogen en een korte baard. Hij stapte indertijd gewoon op de bus in Tirana. Via verschillende busdiensten reisde hij naar Zweden.

Elf maanden werkte hij zwart in de bouw in Stockholm. Toen vertrok hij naar Nederland. Hij dacht dat hij in het Verenigd Koninkrijk meer zou kunnen verdienen en waagde het erop. Net als Edisan werd hij in Europoort aangehouden. Albanië is een prachtig land, zegt hij. Er zijn bergen en lange stranden. Het zou een feest moeten zijn om er te wonen. Maar de corruptie is dodelijk. En zonder werk kun je geen kant op. Toch stralen zijn ogen even als hij vertelt wie er op hem wacht: „Mijn hele familie! Ik heb ze een jaar niet gezien.”

Verstopt in een koelwagen

Meestal roepen Albanezen wel de hulp in van smokkelaars. En die verdienen daarmee een hoop geld, zegt ook Pask (24). Zijn smokkelaar verstopte hem en zes andere Albanezen in België in een koelwagen. Koud was het, en benauwd. Maar het wende vrij snel.

Ze werden in Engeland opgemerkt toen speurhonden de vrachtwagen doorzochten. Hij werd met dezelfde ferry teruggestuurd naar Nederland en daar aangehouden door de politie. Pask komt uit Lezha. Hij studeerde psychologie. Of hij verder zal studeren of proberen werk te zoeken, weet hij nog niet. „Een universitaire graad in Albanië is waardeloos.”

„Wilt u gaan zitten, stoelriemen vast, we gaan dalen”, meldt de piloot door de intercom. Beneden zien we kleine huisjes uitgestrooid over een groen landschap. Het ziet er lieflijk uit. In Tirana staan de huizen dichter op elkaar hoor, zeggen de Albanezen.

Ze krijgen ieder een plastic envelop met de spullen die ze bij aanhouding op zak hadden: portemonnees, pinpassen, geld, horloges. En allemaal krijgen ze 50 euro om in Albanië naar hun woonplaats te kunnen reizen. Een groepje marechaussees zal met hen meelopen en hen overdragen aan de Albanese autoriteiten. Dan zit het erop voor Nederland.

Ze verlaten het vliegtuig. „Good luck guys”, zeggen de marechaussees. Buiten wacht een rij Albanese cameraploegen. Het eerste vliegtuig dat landgenoten uit Nederland terugbrengt is landelijk nieuws. De mannen hadden maar weinig trek in de aandacht, vertellen de marechaussees die even later terugkeren. Erg heroïsch is het niet om zonder geld thuis te komen.

Als het vliegtuig later weer opstijgt, is de sfeer niet langer gelaten. Voor de mensen die weer terug naar Nederland gaan, zit het lastigste deel erop. Er worden tijdschriften opgediept, spelletjes op telefoons gespeeld. Stewardessen serveren een warme maaltijd. Het was een probleemloze vlucht, zegt de escort leader tevreden.

Het kan ook anders, vertelt hij. Vooral Afrikanen kunnen het de collega’s lastig maken. Bijvoorbeeld als ze op een lijnvlucht andere passagiers om steun gaan vragen. Of gewoon op de grond gaan zitten en weigeren het vliegtuig in te gaan.

Albanezen werken eigenlijk altijd goed mee, is zijn ervaring. „En wij snappen die gasten wel. Wat zouden wij zelf doen als we in ons eigen land geen toekomst hadden? Het is ook maar net in welk land je wiegje heeft gestaan.”