Ontroerende filminstallatie van Dries Verhoeven op Spring

The Square, van Nicole Beutler Foto Anja Beutler

Eerst valt het nauwelijks op. Maar die Chinese op het filmdoek, arbeidster in het helse kabaal van een katoenfabriek in Guangzhou, imiteert jou, de enige toeschouwer in het ruimte. Ze verplaatst haar gewicht als jij, houdt haar armen als jij, zet een stap opzij als jij dat doet. En dan komt ze naar je toe. Zo maakt theatermaker en beeldend kunstenaar Dries Verhoeven een filmpje met een digitale gimmick tot een intieme, tot nadenken stemmende ontmoeting en confronteert de toeschouwer met zichzelf in dit eerste van zijn Guilty Landscapes (de titel dankt hij uiteraard aan Armando).

Verhoevens ontroerende filminstallatie is nog tot het einde van SPRING Utrecht te zien en zo kort als het duurt nu al een van de beste ervaringen van de vierde editie van het fusiefestival, in 2013 voortgekomen uit Springdance en Festival aan de Werf. Nog steeds is de identiteit van het festival wat diffuus, maar de cross-over is in elk geval een vaste waarde.

Een verrassend voorbeeld daarvan is Concrete van de Franse danseres/choreografe Maud Le Pladec. Eerder dan een interessante dansvoorstelling, creëert zij een visuele, choreografische verrijking van een keigoed concert van het Ictus Ensemble, dat ‘postminimalistische’ composities van Michael Gordon speelt. Met kleurwisselingen en stroboscoopeffecten is het overdonderende lichtontwerp (Sylvie Mélis) beeldbepalend en even belangrijk als de dans, die opmerkelijk genoeg vooral boeit als de dansers tot (bijna) stilstand komen.

Nicole Beutler concentreert zich in haar nieuwe voorstelling 6:The Square op het vierkant, als symbool voor onze behoefte aan ordening en neiging tot ‘hokjesdenken’. Tweemaal vier dansers in donkere, uniforme kostuums lopen langdurig rechthoekige patronen en schuiven in vierkwartsmaat om elkaar heen. Ze ontmoeten elkaar, nu als individuen van diverse culturele pluimage, in een Amerikaanse square dance (symbool van gemeenschapszin), aangemoedigd door een vrouwelijke ‘caller’ die – en hier zakt de voorstelling helaas door het ijs – ook een min of meer politiek getint praatje afsteekt, inclusief tenenkrommend onleuke publieksparticipatie. Zelfs een kleine orgie krijgt de zaak niet meer overeind. Het aardigste onderdeel van The Square blijkt daardoor de titel, gespeld in danserslichamen.

In Sons of Sissy schudt Simon Mayer met drie kompanen wat Oostenrijkse gemeenschaps- en dansrituelen door elkaar. Jodelen en dijenkletsen (Shuhplatteln), voor niet ingewijden toch al ietwat koddig en campy, ontsporen tot een woeste exercitie die, jawel, uiteindelijk naakt wordt uitgevoerd. Mede dankzij onchoreografeerbare geslachtsdelen wordt een en ander nóg koddiger.