Onconventioneel theater bij Operadagen

Parsifal, The Game Foto Bas Czerwinski

‘Nieuwe wegen’ is het thema van de Operadagen Rotterdam. Traditionele opera zoek je dan ook vergeefs op het festival. De openingsvoorstelling Toxic Psalms van het Sloveense meisjeskoor Carmina Slovenica was goed gekozen: overrompelend en onconventioneel muziektheater, zonder plot, waarbij je van begin tot eind op het puntje van je stoel zit.

Het ‘vocale theater’ van artistiek leider Karmina Šilec bouwde kunstig gechoreografeerde scènes rond fantastisch gezongen muziek, van Pergolesi en Rachmaninov tot Syrische kerkzang, afgewisseld met flarden gesproken tekst – over maagdelijkheid, wreedheid, liefde. Soms scheerden die verhalen langs de kitsch, maar de intense performance van het koor en het ritme van de voorstelling maakten alles goed.

Parsifal, The GameFoto Bas Czerwinski

Peter-Jan Wagemans hilarische en bij vlagen ontroerende Aan het einde van de dag bood een geslaagde satire op het operabedrijf. De muziek verschoot van stijl en genre en zat tussen de pastiches door vol bloedmooie momenten. Sopraan Lisette Bolle schitterde als opportunistisch zangeresje dat met has-been-tenor Alexander Oliver in de clinch ligt – jammer genoeg niet geënsceneerd, wel sterk geacteerd.

Minder geslaagd was Folie à deux van componist Emily Hall en de IJslandse poëet en Björk-handlanger Sjón. De zesdelige liedcyclus leed onder zijige teksten, pretentieuze pseudo-lyriek, te veel laptops op het podium en slappe pantomime. Het vierde lied, een mantra op de woorden ‘I bow to you’, creëerde spanning met licht- en geluidseffecten, maar de geforceerde elektronische chaos daarna deed die spanning weer moeiteloos teniet.

Ook Parsifal was geen traditionele uitvoering van Wagners verlossingsdrama, maar een bonte en ontregelende voorstelling op drie locaties, naar concept van Arlon Luijten. Geestig is de eerste akte: repetities van Parsifal monden uit in chaos omdat de titelheld niet komt opdagen. Dus wendt de operaregisseur zich tot het publiek: „Wees zélf het sprookje.”

Waarna de toeschouwers via een straatprocessie naar een hogere verdieping worden geleid. Daar moet men onder begeleiding van game hosts – opzwepende zangers van Club Gewalt – een toenemend complex spel spelen. Géén van de teams wint, want om te winnen had iedereen moeten samenwerken.

De Wagneriaanse moraal wordt op het dak van het Groot Handelsgebouw nog eens ingewreven door de verzamelde amateurzangers en muziekstudenten: „Kies voor compassie.”