Het hart en de harde hand

Mag een gemeente burgerlijk ongehoorzaam zijn? In 2006 weigerden zevenenveertig gemeentebestuurders van GroenLinks het asielbeleid van Rita Verdonk uit te voeren, destijds minister voor Vreemdelingenbeleid en Integratie van de VVD.

Nu hebben we de barmhartige burgemeester van Weert, die de uitzetting van een Syrisch gezin hielp voorkomen. In de verklaringen die hij in talloze microfoons uitsprak, kwam één woordje telkens terug: het hart. „Ik heb mijn hart gevolgd”, „mijn hart laten spreken”, „het hart gaat boven de regels”…

Het hart is een wonderlijk orgaan. Alles wat eruit opwelt, lijkt op voorhand geëxcuseerd, zo niet met dromerige ogen verheerlijkt te worden, zoals de popsongs ons aanmoedigen te doen. Wie kritiek op de hartstocht uit, is harteloos en daarmee meteen ‘af’. Maar het hart heeft het niet per se bij het juiste eind. De ambtenaar die geen homo’s wenst te trouwen, plaatst ook zijn hart boven de regels, net als de barmhartige Samaritaan, net als degene die wraak neemt à la psalm 137: „Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt en op de rotsen verplettert”, net als degene die de eer van zijn dochter wreekt met een roestig mes.

Het ene hart is het andere niet, bedoel ik maar, en omdat we niet willen dat iedereen naar hartenlust de wisselvallige ingevingen van zijn hart, zijn God of zijn tuinkabouter gaat opvolgen is er de democratische rechtsstaat.

De weigeraars van 2006 hadden domweg geen meerderheid voor hun standpunt. Dit was nu eenmaal het bikkelharde beleid dat wij gezamenlijk gekozen hadden.

Het ene hart is het andere niet, en daarom hebben we een rechtsstaat

Toch ligt dat in Weert wat anders. De Dublin-verordening is er om ‘asielshoppers’ tegen te gaan die van land naar land reizen. Dat is hier overduidelijk niet het geval. De moeder moet met haar vier kinderen naar Duitsland, waar ze zich als eerste registreerde, terwijl de broer, die de vaderfunctie in het gezin heeft, zich toevallig in Nederland aanmeldde.

Onmenselijk, vond burgemeester Jos Heijmans. Dat was goed, maar hij deed het verkeerd. Heijmans had binnen de juridische grenzen van de rechtsstaat moeten blijven, en samen met staatssecretaris Klaas Dijkhoff kunnen aandringen op een ‘humanitaire uitzondering’, waar ‘Dublin’ in voorziet.

De redelijkste oplossing lijkt me dat die broer mee naar Duitsland mag. Dat Dijkhoff zijn bevoegdheid hiervoor weigert in te zetten is vermoedelijk een imagokwestie. Hij moet de harde hand vertolken, geen onwelkome precedenten scheppen, geen verontwaardigde regels-zijn-regels-retoriek wekken, want zijn VVD kijkt doodsbenauwd naar de PVV-peilingen.

Toch is er een middenweg, voor allebei. Door zich te beroepen op die ‘geest van de verordening’, dat nooit bedoeld is om gezinnen te scheiden, houdt burgemeester Jos Heijmans zijn bedenkelijke hartopwellingen buiten de politiek, en staatssecretaris Klaas Dijkhoff blijft de populistische Befehl-ist-Befehl-roepers voor, omdat hij de wet in alle redelijkheid toepast.

Wat zou dat mooi zijn, politici die Heijmans’ hart kunnen verbinden aan Dijkhoffs hand.