Zij werd te vondeling gelegd

Antoinette de Boer (55) werd op Kreta te vondeling gelegd toen ze tien dagen was. De zoektocht naar haar moeder duurt al 36 jaar. Een DNA-match is nog niet gevonden. “Geen wortels hebben, dat went maar niet”

Ze is gevonden naast een granaatappelboom, in een nisje dat speciaal voor baby’s zoals zij was uitgehouwen. Minstens eens per jaar bezoekt Antoinette de Boer (55) de plek waar zij elf dagen na haar geboorte te vondeling is gelegd.

De nis in Heraklion, de hoofdstad van het Griekse eiland Kreta, is haar bedevaartsoord geworden. Als ze er is, legt ze haar hand op het witte zandsteen, ze veegt het stof weg en denkt aan haar moeder. „Het is de enige plek waarvan ik vrijwel zeker weet dat zij er is geweest.”

Antoinette had een briefje bij zich:

‘Het kind werd geboren op 12 april 1961 om 8 uur ’s ochtends.

Ik smeek u om voor haar te zorgen.

Ik kom haar weer ophalen.

U hartelijk dankend, tijdelijke moeders van mijn hart.’

Op haar derde werd Antoinette geadopteerd door Nederlandse ouders, die nooit een geheim van de geschiedenis hebben gemaakt. Antoinette was negentien toen ze nieuwsgieriger raakte. „In de pauze op mijn werk bladerde ik door een damesblad. Daar zag ik een advertentie van een organisatie die geadopteerde kinderen helpt met zoeken. In een opwelling heb ik gebeld.” De zoektocht begon zo bijna terloops, maar is een belangrijk levensdoel geworden. Al meer dan drie decennia is ze nu opzoek.

Antoinette gaat ieder jaar met vakantie naar Heraklion. Ze heeft er vrienden, ze kent tolken en journalisten.

Overal zijn oudere vrouwen op wie zij lijkt. Antoinette bekijkt ze allemaal aandachtig. Vandaag draagt Antoinette haar zwarte haar in een lange vlecht. Haar lichtbruine ogen lachen altijd een beetje. In de zomer krijgt haar huid al snel de kleur van brons. „Ik heb een heel Kretenzisch uiterlijk.”

Over haar andere eigenschappen speculeert Antoinette graag. Wat is opvoeding en wat is aangeboren?

We zijn op ‘het landje van Vasiliki’, Antoinettes grote moestuin in Overveen, vlak bij Haarlem. Antoinette is er bijna iedere dag. Ze kweekt groente die ze voor een zacht prijsje aan vrienden verkoopt. Haar Nederlandse ouders delen haar liefde voor de moestuin niet. „Ik denk dat het in mijn genen zit.”

In haar Griekse jaren in het kindertehuis droeg Antoinette de naam Vasiliki, naar haar verzorgster. Ze stelt zich met beide namen voor. „Want ik ben het allebei.” Vorige week hoorde ze dat een kind was afgegeven bij een ‘vondelingenkamer’ in Groningen. Zulk nieuws confronteert Antoinette altijd sterk met haar verleden. Beschermde Wieg vindt dat het te vondeling leggen van een kind niet strafbaar zou moeten zijn. Antoinette is het daarmee eens. Misschien zou mijn moeder me niet anoniem hebben afgestaan als deze mogelijkheid er was geweest, denkt ze.

‘Soms wist ik zó zeker dat ik mijn moeder had gevonden’

Ze legt drie foto’s op de houten tafel in het tuinhuisje. „Dit is het nisje waar ik ben gevonden. Die foto’s heb ik altijd in de buurt. Het komt zo vaak ter sprake, dan wil ik het ook laten zien.” Tijdens een gezellige avond met vrienden gaat het vroeg of laat altijd over Antoinettes geschiedenis.

Haar zoektocht begon met weinig aanknopingspunten. Alleen het kindertehuis waar haar Nederlandse ouders haar hadden opgehaald was bekend. Na een paar jaar vond ze in een archief het briefje dat ze als vondeling bij zich had gedragen. Er is veel aandacht voor Antoinettes verhaal geweest in Griekse media en in 1998 deed ze mee aan het Nederlandse tv-programma Spoorloos. Dat leverde aanwijzingen op, die de zoektocht ook ingewikkelder maakten. De redactie van Spoorloos nam de champagne weer mee naar huis.

Tot nu toe waren er twaalf potentiële moeders. Vrouwen die zeker wisten dat Antoinette hun dochter was. Maar steeds als na zes weken de DNA-uitslag binnenkwam, bleek het toch mis te zijn. „Soms wist ik het zó zeker. Hadden we hetzelfde uiterlijk, zelfs allebei een wespenallergie.

„Ook lang voordat je DNA gemakkelijk kon laten testen, toen ik nog een meisje was, heb ik vrouwen gesproken die dachten dat ze mijn moeder waren. Die waren dan helemaal overstuur.” Soms namen ze na zo’n kennismakingsgesprek geen contact meer op. „Misschien zat mijn moeder erbij. Misschien beseften ze, thuis aangekomen, dat zij in 1962 in plaats van 1961 waren bevallen. Ik was onervaren toen ik net begon met zoeken. Bovendien, waar moest ik beginnen, er was geen internet, geen Facebook.”

Een paar keer had Antoinette het gevoel dat ze heel dichtbij was. „Er was een man die tegen een vriend van me zei dat hij de broer van mijn moeder was. Hij zei dat ik moest stoppen met zoeken, dat het allemaal geen zin had. Ik kwam misschien te dichtbij. Ik mag het geloof ik echt niet weten. Misschien is het zo’n enorm geheim, zo’n schande.”

Toen Antoinette in 1993 op de Griekse radio werd geïnterviewd, belde er een hevig geëmotioneerde vrouw naar de uitzending. „Laat je niet om de tuin leiden, Antoinette, je moeder werkte in je kindertehuis.” Antoinette dacht meteen aan Vasiliki, de vrouw die haar in haar kinderjaren had verzorgd. „‘Nee lieverd, ik ben je moeder niet’, zei zij toen ik het haar vroeg. ‘Maar ik heb geen dochters, dus ik wil heel graag je moeder zijn’.” Antoinette is altijd blijven twijfelen aan dit antwoord. Ze wil weer naar haar toe. „Ze had ook allemaal foto’s van mij als kind.”

Er was nog iets raars: De Griekse maatschappelijk werkster die Antoinette als kind begeleidde zei eens: „Je bent een icoon van je ouders.” „Wat bedoelt ze nou, dacht ik toen. Volgens mij dat ik op mijn ouders lijk, maar hoe kan zij dat weten?” De Boer is een beetje Grieks gaan spreken in de loop der jaren, maar de taalbarrière heeft de zoektocht altijd bemoeilijkt.

Antoinette laat een foto van een vrouw zien op haar telefoon. „Kijk, dit is het laatste meisje met wie ik mijn DNA heb laten vergelijken. Haar moeder was net overleden en had op haar sterfbed gezegd dat ze nog een dochter had.” Maar Antoinette bleek die dochter niet te zijn. Ze swipet door naar een foto van een oudere vrouw. „Met deze moeder moet ik nog een DNA-test doen.”

Ze laat ook een foto van verzorgster Vasiliki zien. „Mijn vrienden zeggen dat ik op haar lijk. Ze vinden dat ik haar zou moeten opzoeken en een haar uit de badkamer moet pikken voor een DNA-test, zeggen ze. Ik durf dat denk ik niet.”

Antoinette is nooit kwaad geweest op haar biologische moeder. „Er zijn duizend-en-een scenario’s denkbaar. Het kan een onenightstand zijn geweest, ze kan verliefd zijn geweest op iemand uit een ‘slechte’ familie, ze kan verkracht zijn, er kan incest in het spel zijn geweest. Misschien wist niemand dat ze zwanger was en is ze helemaal alleen bevallen. Er kan zoveel gebeurd zijn. En ja, het kan ook een harde tante zijn geweest. Wie ben ik om te oordelen?”

Antoinette heeft overwogen de zoektocht af te breken, maar dat lukt haar niet. Dat heeft te maken met het gevoel dat er altijd iets ontbreekt – ze vindt het moeilijk het precies onder woorden te brengen.

„Om te kunnen groeien, heb je wortels nodig, zeggen ze. En die heb ik niet. Dat went maar niet.” Heel lang voelde het voor Antoinette alsof ze een toeschouwer was van haar eigen levensverhaal. Geleidelijk drong tot haar door dat zij het kind uit haar eigen verhaal is.

Als ze eens wat minder tijd in de zoektocht stak, gebeurde er ineens weer iets waardoor Antoinette er toch weer in werd gezogen. Veel hoop is vervlogen, maar er blijft altijd iets over om aan vast te houden. „Misschien heeft mijn moeder een dominante partner of broer. Misschien overlijdt die eerder dan zij en vindt ze moed om contact op te nemen.”

Haar zoektocht is haar leven geworden. Ze weet wel dat het allemaal nogal dramatisch kan klinken, maar ze is helemaal niet verbitterd. Antoinette benadrukt dat de zoektocht haar ook veel heeft gebracht. Ze is er van overtuigd geraakt dat mensen intrinsiek goed zijn. „Zoveel mensen helpen mij al jaren. Zonder dat ze er iets voor terug willen.” En ze leerde haar huidige vriend kennen tijdens de zoektocht. Hij is ook geboren in Griekenland en daarna geadopteerd door Nederlanders. Ze hebben in hetzelfde kindertehuis gewoond. Hij heeft zijn biologische ouders inmiddels gevonden, maar ze weten allebei hoe het is om je geschiedenis niet helemaal te kennen.