Friese schilder werd ster in Londen

Sir Alma-Tadema Lourens Alma-Tadema, in zijn tijd Nederlands bekendste levende schilder, is inmiddels vergeten. Het Fries Museum gaat zijn werk tonen.

Lourens Alma Tadema, De rozen van Heliogabalus (1888, olieverf op doek, 214×132 cm) Particuliere collectie

Wat Jheronimus Bosch was in het voorjaar moet Alma-Tadema (1836-1912) worden in het najaar. Alma wíé?

Ja, dat is dus een beetje een pijnpunt. Een enkeling heeft van hem gehoord, meestal iemand die zich in kunstgeschiedenis heeft verdiept. Inwoners van het Friese Dronrijp kennen hem ook. Lourens Alma-Tadema werd er in 1836 geboren, er staat een beeld van hem. En wie weleens in het Fries Museum in Leeuwarden is geweest, kon daar werk van hem zien. Amo te ama me bijvoorbeeld, een zonovergoten liefdesscène in de antieke oudheid.

Op 1 oktober opent de grootste expositie ooit van het Fries Museum, dat hoopt op veel publiek: Alma-Tadema, klassieke verleiding. Alma Tadema was in zijn tijd waarschijnlijk de bekendste levende Nederlandse schilder. En anders in ieder geval de best verkochte. Daarna is hij vergeten. Maar dan ook echt, helemaal.

Om dat intrigerende verhaal te kunnen vertellen leent het Fries Museum nu wereldwijd zo’n tachtig schilderijen. Zoals het werk hierboven: De rozen van Heliogabalus. Lawrence Alma-Tadema (zoals hij zich liet noemen nadat hij in 1870 in Londen was gaan wonen) maakte het in opdracht van Sir John Aird, die er 4.000 pond voor betaalde. Het werk werd lovend besproken in kunstbladen en kranten. Zoals al Alma-Tadema’s werken, die in de laatste decennia van de 19de eeuw werden geëxposeerd in Londen, Parijs en Berlijn. Eenmaal verkocht hingen ze in salons van New York tot Melbourne, van Zuid-Afrika tot Moskou.

Hoe kwam hij zo beroemd en waarom raakte hij in de vergetelheid? Om te beginnen: Alma-Tadema schilderde wat in de laat-Victoriaanse tijd aantrekkelijk werd gevonden: het Griekse en Romeinse leven, weelderig en bij voorkeur met in doorschijnende gewaden geklede vrouwen, vaak ook zie je ze naakt baden. Een heel andere sfeer dus dan de sombere, aan strenge etiquette gebonden werkelijkheid van die tijd, je zou het een vorm van escapisme kunnen noemen.

Meer kunstenaars schilderden zo. Maar Alma-Tadema werd nog extra gewaardeerd. Zijn techniek leek op die van de 17de-eeuwse Nederlandse schilders. En hij was een perfectionist: alles moest kloppen, ruimtes, kleding, sieraden, meubilair. Voor De rozen van Heliogabalus liet hij midden in de Engelse winter rozen overkomen uit de Franse Rivièra.

Alma-Tadema bereidde zich altijd grondig voor, kortom. Daarvoor bezat hij een enorme verzameling foto’s van antieke bouwwerken (en trouwens ook van dieren, bloemen en planten), een grote collectie replica’s van gebruiksvoorwerpen en een bibliotheek vol boeken over klassieke architectuur en archeologie. In 1899 werd Alma-Tadema geridderd, na zijn overlijden in 1912 werd hij begraven in St. Paul’s.

En toen was het afgelopen. Zijn herdenkingsexpositie werd overal besproken, „maar de reacties toonden aan dat de eerder zo gevierde kunstenaar net zo diep was gezonken als het Romeinse Rijk zelf”, schrijft Alma-Tadema-kenner Elizabeth Prettejohn in de catalogus die verscheen bij de Alma-Tadema expositie in 1996 in het Van Gogh Museum. Alma-Tadema was ingehaald door Impressionisme, Fauvisme, Futurisme. Zijn werk werd gezien als commercieel, louter en alleen bedoeld voor decoratie en verkoop. En daarna vergeten.

Hoe het kan dat we hem nu weer kennen? In 1973 exposeerde Allen Funt zijn 35 Alma-Tadema’s in het Metropolitan Museum of Art in New York. Funt was dol op de schilderijen, maar moest ze uit geldgebrek verkopen.

Sindsdien is de belangstelling terug. En doen Alma-Tadema’s werken opnieuw topprijzen. Betaalde Sir John Aird in 1902 nog 5.250 pond voor Mozes gevonden! , en kocht een galerie het voor 250 pond in 1960, in 2010 werd er op een veiling bijna 36 miljoen dollar voor betaald. Het Fries Museum wil het lenen voor de expositie.