Een tentoonstelling die je moet zien, maar vooral voelen

Makoko Sawmill bij De Ateliers

Heeft de directeur iets te melden? De docenten? De kunstenaars? Nou nee. Dat was zo’n beetje de teneur van de lange documentaire die filmmaker Ditteke Mensink maakte over de postacademische kunstenaarswerkplaats De Ateliers in Amsterdam.

De documentaire – onlangs op televisie vertoond – bracht een schokgolfje teweeg. Jaarlijks worden uit zo’n zevenhonderd internationale aanmeldingen zo’n tien kunstenaars uitverkoren. Maar neusjes van de zalm zijn het lang niet altijd.

Dat bleek niet alleen uit Mensinks documentaire, maar ook – al veel langer – op de jaarlijkse Offspring-tentoonstellingen. Daar toonden kunstenaars vaak schoorvoetend en bedeesd waar ze meenden dat ze goed in waren: in doorgedachte, conceptuele kunst.

Toch is alles nu anders. Niet alleen heeft de Raad voor Cultuur donderdag geadviseerd om De Ateliers voor de komende kunstenplanperiode 400.000 euro jaarlijks toe te kennen, bijna evenveel als nu. Ook de kwaliteit van de net geopende Offspring-tentoonstelling – met werk van elf kunstenaars die een verblijf van twee jaar aan De Ateliers afronden – verrast. Nooit eerder zag ik zoveel vitale, eigenzinnige en zeer verschillende presentaties bij elkaar in de ruime studio’s van De Ateliers. Misschien ligt het aan de bezielende hand van kunstenaar/curator Ian Kiaer, die deze editie van Offspring tot zo’n fijnzinnige warboel van kunstenaarsvisies maakt. Misschien ligt het ook aan het docentencorps, dat het afgelopen jaar deels is vernieuwd.

Op Potlatch, zoals de afscheidstentoonstelling heet, worden alle registers bespeeld in ruimtevullende installaties, films, beelden en schilderijen. Opvallend is de nadruk die de kunstenaars leggen op zintuiglijkheid en materialiteit. De prachtige film Destiny (2016) van de Brits/Nigeriaanse Karimah Ashadu – over een houtfabriek in Laos – is met opzet geprojecteerd op verroest metaal, zodat het gekrijs van de cirkelzagen irritant diep in je merg doordringt.

De Braziliaan Adriano Amaral (1982) heeft zijn studio veranderd in een abstract alchemistisch universum, waar het plafond en de door steenkoolgruis bedekte vloer verbonden zijn door helderwitte spanners en zwart glanzende panelen een kast met water, olie en aluminiumstof weerspiegelen.

Ook de Oostenrijkse Sarah Pichlkostner (1988) doet een beroep op je zintuigen – maar heel subtiel. Haar presentatie oogt als een abstracte installatie die gaat over kijken en de relatie van een kunstwerk tot de ruimte. Maar feitelijk is alles wat je ziet anders dan het zich voordoet. Gaat dat zien, en vooral: voelen.