Diepe verdeeldheid bezorgt Oostenrijk verkiezingsthriller

Presidentsverkiezingen Krijgen de Oostenrijkers een extreem-rechtse president? De FPÖ’er Norbert Hofer lag gisteravond nipt voor.

De groen-linkse liberaal Alexander Van der Bellen (links) en deextreem-rechtse Norbert Hofer van de FPÖ zondagavond voorafgaand aan een televisiedebat in Wenen. Foto Helmut Fohringer/AFP

Oostenrijk is een tot op het bot verdeeld land. Toen bijna alle stemmen voor de presidentsverkiezingen zondagavond geteld waren, leek dit de enige veilige conclusie.

De extreem-rechtse Norbert Hofer (45) lag met 51,9 procent voor op de groenlinkse liberaal Alexander Van der Bellen (72), die 48,1 procent kreeg. Maar maandag moeten nog 900.000 briefstemmen worden geteld. Na de eerste ronde van de verkiezingen, eind april, kreeg Van der Bellen meer briefstemmen dan Hofer. Hij zou zijn achterstand kunnen inhalen als hij 60,2 procent van de briefstemmen haalt. Het kan tot maandagavond duren voor het resultaat bekend is.

Dit ‘verdeelde’ Oostenrijk past uitstekend in een breder Europees verhaal – het verhaal waarin het politieke midden verdampt en de uiterste flanken als de belangrijkste politieke krachten tegenover elkaar staan. Maar het radicale rechts, waar Norbert Hofers nationalistische en eurosceptische FPÖ te vinden is, krijgt evenals de Nederlandse PVV of het Franse Front National veel stemmen van voormalige arbeiders. En radicaal links, de hoek waar je de Groenen van de internationalist en overtuigde Europeaan Van der Bellen zou lokaliseren, krijgt steun van hoogopgeleiden die vroeger conservatief stemden.

Maar deze Wahlkrimi, zoals de Oostenrijkers hun allereerste spannende presidentsverkiezingen noemen, geeft ook aan dat alles in de politiek nu door elkaar heen loopt. Hofer won het platteland, Van der Bellen de steden. Jongeren en vrouwen prefereren Van der Bellen, veruit. Oudere mannen stemden op Hofer. En veel kiezers verklaarden dat ze tot op het laatst niet wisten op wie ze zouden stemmen, en dat de keus ten slotte op een negatieve manier was bepaald.

Hij is een communist!

„Ik kan niet op Van der Bellen stemmen”, vertelt een dierenarts van middelbare leeftijd, in een provinciedorp drie kwartier buiten Wenen, die anoniem wil blijven. „Hij is een communist!” Ze heeft nooit eerder op de FPÖ gestemd die, zo geeft ze toe, fascistische wortels heeft en „ons land een slechte reputatie geeft”.

Maar de vrouw is bezorgd over de verloedering in de steden. En over zo veel moslims die als vluchtelingen het land inkomen – Oostenrijk kreeg 90.000 asielzoekers in 2015. Asielzoekers, heeft ze gehoord, krijgen belachelijk veel zakgeld. Haar man kent iemand die voor vluchtelingen kookt „en daar was een asielzoeker die dat eten zo op de grond smeet, omdat een vrouw het had aangeraakt”. In de eerste ronde heeft ze op een onafhankelijke, gematigde rechter gestemd, Irmgard Griss. Een positieve stem. Griss kondigde laatst met enorme tegenzin aan dat ze op Van der Bellen zou stemmen, maar gaf geen stemadvies, „omdat mijn kiezers oud en wijs genoeg zijn”.

Beide kandidaten namen zondag feestend een voorschot op de winst

Volgens opiniepeiler Isa Sora hebben Oostenrijkers in alle leeftijdsgroepen behalve die van zestig en ouder vooral tégen een kandidaat gestemd, niet vóór een kandidaat. Voor Claude Longchamps, een politicoloog uit Zwitserland waar de SVP – zusterpartij van de FPÖ – al twintig jaar de grootste is, is „negative voting” als trend niet meer weg te denken: mensen zijn niet meer trouw aan partijen, maar wisselen van voorkeur, afhankelijk van de actualiteit en issues die hen bezighouden.

Neem Roland, een twintiger, computerinstallateur in Wenen. Vorige week, gevraagd of hij ging stemmen, zei hij: „Dit keer wel. We moeten de democratie redden, hè.” Hij deed zijn best om zijn vrienden te overtuigen hetzelfde te doen – met enig resultaat. In Hofer heeft Roland minder vertrouwen dan in andere politici, zegt hij.

„Ik denk dat hij de democratie om zeep helpt. Als ik hem hoor, denk ik: dit is mijn Oostenrijk niet.”

Zijn stem op Van der Bellen was strategisch. In andere omstandigheden had hij nooit op de man gestemd.

Vermolmde coalitie

Terwijl beide kandidaten gisteravond feestend een voorschot namen op de mogelijke overwinning – elk omringd door eigen aanhang, in verschillende gebouwen in Wenen – trok de nieuwe bondskanselier Christian Kern een nuchtere conclusie: deze nek-aan-nekrace bewijst dat „het tijd wordt om het land te vernieuwen en serieus te besturen”.

Kern komt uit de bijna geïmplodeerde socialistische partij. Socialisten en conservatieven hebben het land zeventig jaar lang bestuurd. Kern heeft nog één kans om de vermolmde coalitie te revitaliseren. Anders gebeurt er bij de komende parlementsverkiezingen exact hetzelfde als gisteren bij de presidentsverkiezingen – en valt Oostenrijk echt aan polarisatie ten prooi.