De feestweek in Tokio was met het oog op ‘Rio’ vooral leerzaam

Het Nederlands vrouwenteam mag naar de Spelen in Rio. Nu nog leren omgaan met het snelle, Aziatische spelletje.

Het olympisch kwalificatietoernooi in Tokio was voor de Nederlandse vrouwenvolleybalploeg succesvol én leerzaam. Het grote doel, plaatsing voor de Olympische Spelen in Rio, werd bereikt, terwijl het team ook met zijn zwakheden werd geconfronteerd.

Tegenover een bijna perfecte wedstrijd van vrijdag tegen toernooiwinnaar Italië, stonden twee haperende duels tegen achtereenvolgens Zuid-Korea en Japan. Het snelle Aziatische spel ligt de Nederlanders minder goed, zo werd duidelijk. Nadat Zuid-Korea vorige week zondag de passlijn van Nederland had opgeblazen en met 3-0 had gewonnen, vond Japan een week later met gevarieerd spel opnieuw gaten in zowel de blokkering als de verdediging en versloeg het Nederland met 3-2. Zo werd het een leerzame week, want er is een gerede kans dat Nederland die landen op de Spelen opnieuw tegenkomt.

Bondscoach Giovanni Guidetti, die op het punt staat zijn contract tot en met de Olympische Spelen van 2020 in Tokio te verlengen, zal bij de voorbereiding van zijn team op ‘Rio’ extra aandacht aan de pass en de verdediging moeten schenken. Op die onderdelen heeft Nederland nog niet het olympische niveau. Daar staat een surplus aan aanvalskracht tegenover, maar tegen zowel Zuid-Korea als Japan bleek dat geen garantie voor een overwinning. En reken maar dat de concurrenten hebben meegekeken.

Maar de grootste winst boekte Nederland op mentaal vlak. Waar de volleybalsters de Spelen van Beijing (2008) als Londen (2012) misliepen door op beslissende kwalificatiemomenten aan druk ten onder te gaan, hielden zij deze keer stand. Nederland speelde sterk toen het moest en minder toen het zich dat kon permitteren. Er resteren Guidetti nog ruim twee maanden om oneffenheden weg te slijpen. Dat zal nodig zijn om in Rio mee te doen om te medailles. Want dat ambieert Nederland.