De beste EK in tijden voor Team NL

EK zwemmen Met name Ranomi Kromowidjojo en Sebastiaan Verschuren tankten in Londen zelfvertrouwen voor de Spelen in Rio de Janeiro.

Ranomi Kromowidjojo heeft goud behaald op de 50m vrije slag op het EK zwemmen. Op de foto bereidt ze zich voor op de start. Olaf Kraak/ANP

De ogen van Ranomi Kromowidjojo straalden weer. Het laatste grote testmoment voor de Olympische Spelen van Rio de Janeiro – nog 74 dagen – bracht haar precies de bevestiging die ze zocht: klinkend goud op de 50 meter vrije slag. Het laatste nummer dat ze in Londen zwom leverde haar de medaille op die nog ontbrak in haar bonte verzameling: individueel goud op een EK langebaan. De locatie had niet beter gekund. „Ik kreeg een déjà vu naar vier jaar geleden”, zei de olympisch kampioene van 2012. „Heel bijzonder om hier nu weer te staan met goud.”

Ze was niet het enige uitgelaten lid van Team NL, zondagmiddag in het Aquatics Centre. De EK-oogst van 2016 is de rijkste sinds 1999: vijftien finaleplaatsen leverden vijfmaal goud op, drie keer zilver en tweemaal brons. De prestaties van Kromowidjojo, Sebastiaan Verschuren, Femke Heemskerk en de estafetteploegen bieden volop aanknopingspunten in de aanloop naar Rio.

Ja, vooraf waren er genoeg twijfels. Bijvoorbeeld over de vorm van kopvrouw Kromowidjojo, die na haar successen van 2012 achterop is geraakt bij de Australische sprintelite, en bij de Zweedse Sarah Sjöström. Maar haar 50 vrij van zondag, met 24,07 slechts tweehonderdste boven de tijd waarmee ze al eens olympisch (2012) en wereldkampioen (2013) werd, toonde aan dat ze in vorm raakt. „Ik ben vooral tevreden met de tijd en de manier waarop ik heb gezwommen. Een race volgens het boekje. Dit geeft vertrouwen voor Rio.”

Kromowidjojo ziet de Australische zusjes Bronte en Cate Campbell nog steeds als favorieten voor de 50 en 100 meter in Rio, maar de Groningse weet dat ze als geen ander kan presteren in beslissende races. Ook zondag, in Londen, had lokale favoriet Francesca Halsall op basis van eerder gezwommen tijden veruit de beste papieren voor goud, maar in de finale kwam ze niet in de buurt van Kromowidjojo. „Ik wil de snelste tijd in de finale zwemmen. Dat is het moeilijkste, maar dat is wel het kunstje waar het om gaat met zwemmen.” Of, zoals haar coach Patrick Pearson het verwoordde: „Halsall is hier heel goed in vorm, maar blokkeert in de finale, Ranomi excelleert. Dat is het verschil. Ze heeft me verbaasd met haar snelle tijd. Als ze dit in de zomer opnieuw kan laten zien, met een iets betere vorm, dan kan er iets heel moois uit komen.”

Zo gaan ook twee andere favorieten in de ploeg met een plezierig gevoel naar beslissende fase van het olympische jaar. Heemskerk kwam nog nooit zo dicht bij een individuele hoofdprijs als zaterdag, op haar 200 vrij. Waar ze de afgelopen toernooien regelmatig instortte op de laatste meters, hield de 28-jarige vrijeslagspecialist het in Londen tot de laatste meter vol. Des te wranger was het dat ze op de allerlaatste slag werd ingehaald door de Italiaanse Federica Pellegrini, maar het verschil tussen goud en zilver was met 0,04 seconde verwaarloosbaar.

Heemskerk was ontgoocheld, maar tegelijkertijd gaf haar sterke optreden de bevestiging dat ze de juiste beslissing nam toen ze na haar moeizame WK in Kazan, een jaar voor de Spelen, haar biezen pakte in Eindhoven en de sprong waagde naar Narbonne. Het spartaanse trainingsregime van de Fransman Philippe Lucas, ook al enkele jaren de coach van Sharon van Rouwendaal, slaat volgens Heemskerk goed aan. Ze zwom weken met meer dan zeventig kilometer, stierf duizend doden. „Mentaal word je er hard van”, zegt ze nu. „In het begin had ik het heel, heel zwaar. Elke keer werd ik geconfronteerd met iets waarvan ik dacht dat ik het niet kon. Het heeft me robuuster gemaakt.”

Verschuren een echte kopman

Voor Verschuren kon de timing van het sterkste toernooi in zijn loopbaan niet beter. Hij kwam eigenlijk alleen naar Londen om de olympische limiet te zwemmen voor de 100 vrij, het nummer waarop hij vier jaar geleden in hetzelfde zwembad op achthonderdste van het podium eindigde. Uiteindelijk beleefde hij in Londen zijn ware doorbraak. Verschuren gaat zich op Rio richten in de wetenschap dat hij Europa’s beste zwemmer op de 200 vrij is, als de eerste Nederlander sinds Pieter van den Hoogenband. Daarnaast verraste hij met zilver op de 100 vrij – én zwom en passant, in zijn tiende poging, eindelijk de olympische limiet op dat nummer. De puzzelstukjes lijken ook voor hem precies op tijd in elkaar te passen.

Met zijn knappe prestaties heeft de Nederlandse ploeg voor de Spelen bovendien een echte kopman. Verschuren nam nadrukkelijk jongere zwemmers Dion Dreesens, Maarten Brzoskowski en Kyle Stolk op sleeptouw. Op de 4×200 vrij, het oudste estafettenummer, behaalde Nederland voor het eerst in de geschiedenis een Europese titel. „Dat zegt wel iets over de breedte van het mannenzwemmen”, zei de coach van Verschuren, Martin Truijens. „Wij zijn twee jaar geleden begonnen een team te formeren, en we plukken er al heel snel de vruchten van.” Of Nederland in Rio tot de kanshebbers voor een medaille behoort op deze estafette is moeilijk te zeggen. Truijens. „Je hebt in Rio meer concurrentie met Australië, de Verenigde Staten en de Aziatische landen.”