Dafne kan nóg harder, kwestie van finetunen

Met een toptijd heeft Dafne Schippers zondag de verwachtingen voor Rio nog eens flink opgeschroefd.

Dafne Schippers moet even bijkomen van haar race over 200 meter. Foto Eric Brinkhorst

Haar vorm is groeiende, zegt Dafne Schippers. Met andere woorden: ze heeft haar top nog niet bereikt. Dat belooft nog wat dit olympisch jaar, want de Nederlandse sprintster liep zondag bij de FBK Games in Hengelo, in de regen, op de 200 meter bijna achteloos naar een toptijd van 22,02 seconden.

Om die prestatie in perspectief te plaatsen, de jaarranglijst ziet er na zondag als volgt uit: 1. Dafne Schippers 22,02, 2. Dafne Schippers 22,25. 3. Tori Bowie (VS) en Felecia Brown (VS) 22,26, 5. Veronica Campbell-Brown (Jam) 22,29. En dan is er nog ruimte voor verbetering, zegt Schippers. Dat schept hoge verwachtingen voor de rest van dit jaar.

Verwachtingen waar Schippers zich niet mee bezighoudt. Over de gevolgen van haar uitbarsting in Hengelo wil Schippers evenmin speculeren. Dat laat ze graag aan anderen over. In aanloop naar de EK in eigen land en vooral de Olympische Spelen in Rio de Janeiro telt voor haar het proces. Zij wil vragen beantwoord zien. Hebben de intensieve trainingen van afgelopen winter resultaat opgeleverd? Ja, is haar vaststelling in Hengelo. Verloopt de seizoensopbouw volgens planning? Opnieuw een warme bevestiging. Mooi, dan gaat ze op de ingeslagen weg verder.

Het lijkt al zo vanzelfsprekend dat Schippers de ene na de andere toptijd loopt. Historisch is dat allerminst, want de atlete koos minder dan een jaar geleden voor de sprint. Op 3 juni 2015 maakte Schippers op een persconferentie in Utrecht wereldkundig dat ze de meerkamp, waarop ze twee jaar daarvoor in Moskou de bronzen WK-medaille had gewonnen, zou inruilen voor de sprint.

Een gewaagde keus, ook al was ze de Europees kampioene op de 60, 100 en 200 meter. Maar Europa is niet de wereld. En daarbuiten sprinten vrouwen doorgaans een stukje harder. De grote vraag was of Schippers zich kon meten met de Caraïbische en Amerikaanse topsprintsters. Het antwoord volgde ruim twee maanden later op de WK in Beijing, waar ze wereldkampioen werd op de 200 meter en zilver won op de 100 meter.

Prachtresultaten, daar niet van, maar Schippers ervoer ook dat ze haar start moest verbeteren. Wil de sprintster bijvoorbeeld een superstarter als de Jamaicaanse Shelly-Ann Fraser-Pryce verslaan, dan zal ze aanzienlijk sneller uit de blokken moeten schieten. In Beijing kostte die ‘handicap’ haar vrijwel zeker de wereldtitel op de 100 meter. Belangrijk aandachtspunt voor het olympisch jaar, wist ze.

Aan de hand van haar trainer Bart Bennema en met adviezen van de Amerikaanse specialist Rana Reider werd haar start minutieus behandeld. Het gaat om details, zoals de kromming van haar rug, de hoek van haar lichaam en de snelheid van de eerste passen. Aan de hand van videobeelden werden die aspecten uitentreuren geanalyseerd. En nog steeds, want die nieuwe houding moet een automatisme worden.

Schippers ligt op schema. Ze heeft zich significant verbeterd blijkt uit haar tweede seizoenstijd (10,83) op de 100 meter en haar dominantie op de 200 meter. Het is nu nog een kwestie van finetunen tot en met de Spelen.