Als het aan de Schotten ligt, blijven ze in de EU

Brexit in Aberdeen Over een maand stemmen de Britten over een Brexit. Uit peilingen blijkt dat de Schotten in ieder geval wél in de EU willen blijven. „Verandering zal onze ondergang betekenen.”

Het is een hardnekkige mythe. De Schotten zouden pro-Europeser zijn dan hun Engelse zuiderburen. Maar wie op straat in Aberdeen maar even voorbijgangers aanspreekt, hoort eenzelfde eurosceptische klaagzang: over bureaucratie, over immigratie, over het vele geld dat aan ‘Brussel’ wordt betaald.

En Aberdeen is na het Welshe Aberystwyth het meest pro-Europese kiesdistrict in het hele Verenigd Koninkrijk.

„Euroscepsis is universeel. Brexit is Engels”, verklaart hoogleraar politicologie Michael Keating, van de University of Edinburgh. Dat is de andere kant van het verhaal. De Schotten zijn marginaal minder eurosceptisch – 43 procent wil de macht van ‘Brussel’ beknotten, evenveel als landelijk. Maar de kloof tussen Blijven en Brexit is met nog een maand tot het referendum over het EU-lidmaatschap aanzienlijk groter: 76 procent van de Schotten wil in de EU blijven (versus 54 procent landelijk), 24 procent wil een vertrek (46 procent landelijk), en veel minder Schotten twijfelen nog over hun keuze.

„De Schotse denkwijze is anders”, zegt Keating. Soevereiniteit bijvoorbeeld is geen thema, terwijl in Engeland het Brexit-kamp „controle over eigen wetten en grenzen” belooft. „Het idee dat je niet altijd je eigen zin krijgt, is hoe de Schotse politiek al 309 jaar [sinds de unie met de Engelsen] werkt. Je onderhandelt en dingt af.”

„Van het Engelse idee ‘door buitenlanders te worden geleid’, worden Schotten niet opgewonden: dat is hoe het is om vanuit Londen te worden geregeerd.”

Immigratie is ook een minder prangende kwestie. In de Schotse politiek is er consensus dat immigratie nodig is om Schotland economisch gezond te houden. Keating: „Er is een psychologische grens van 5 miljoen inwoners. Toen werd voorspeld dat de bevolking daaronder zou komen, was dat een soort nationale schok.” Het politieke verhaal in Schotland werd: er zijn méér immigranten nodig.

„Alle partijen zijn voorstander van vrij verkeer van personen”, zegt Keating. En alle partijen zijn voor Blijven – op de eurosceptische UK Independence Party na. Maar die is door een immens impopulaire Schotse voorman, de Europarlementariër David Coburn, eerder een last voor de Brexiters dan een hulp, vindt men zelfs in het eigen kamp.

Eenheidsworst Europa

In Aberdeen heeft Aarran McPherson van Vote Leave, een 22-jarige student internationale betrekkingen, het op straat dan ook niet over immigratie („te negatief” en „een Engels probleem”). Zijn belangrijkste argumenten om de Schotten op andere gedachten te brengen, gaan over de enorme regelgeving in de visserij. Ooit verdiende havenstad Aberdeen er „zijn brood mee”. En over de „eenheidsworst die Europa is”:

„Van Sardinië tot Schotland geldt hetzelfde beleid, terwijl voor zover ik kan nagaan, zij een heel andere economie hebben dan wij.”

Twee jaar geleden voerde hij campagne tegen een onafhankelijk Schotland. Maar die Unie is „héél anders”: „We hebben al meer dan driehonderd jaar een gedeelde geschiedenis, duizend jaar een gedeelde cultuur, gedeelde interesses en activiteiten. Met Europa is er gewoon veel meer verschil.” Met landen als Canada of de VS heeft hij „veel meer gemeen”.

McPherson zegt aan de deur dezelfde grieven te horen. „Mensen sommen vijf, zes klachten op. En dan kan ik zeggen: ‘Nou, dan zijn we dus beter af met een Brexit.’” Zijn vader en een aantal vrienden heeft hij overtuigd. Moeder twijfelt nog.

Op de campus van de University of Aberdeen heeft hij minder geluk. De studenten die al weten wat ze gaan stemmen, zijn voor Blijven. „Dat lijkt me aanzienlijk makkelijker”, zegt rechtenstudente Louise Walker. Ze bekent overigens, anders dan bij het Schotse referendum, „geen helder antwoord te hebben” waarom. De energie van die volksraadpleging, toen overal werd gediscussieerd over de Schotse toekomst, ontbreek nu volledig. Europa is minder aansprekend.

We kijken al jaren over de grenzen. Olie-industrie is nu eenmaal internationaal georiënteerd

Barney Crockett, gemeenteraadslid

In de haven van Aberdeen, in de pub Regent Bridge, is een soortgelijk geluid te horen. „Verandering zal onze ondergang betekenen”, zegt Colin McHattie, die op bevoorradingsschepen voor boorplatforms werkt. Terwijl een Engelse collega aan het eind van de bar heel hard „Get the fuck out!” roept, verklaart hij zich nader:

„Het risico is veel te groot.”

Dat vindt ook het bedrijfsleven. Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel voor Aberdeen en Grampian bleek dat 80 procent van de leden EU-lid wil blijven, in vergelijking met 60 procent in het hele Verenigd Koninkrijk.

Volgens Labour-gemeenteraadslid Barney Crockett is de pro-Europese houding natuurlijk voor Aberdeen. „We kijken al jaren over de grenzen”, zegt hij. De olie-industrie, de grootste werkgever in de regio, is nu eenmaal internationaal georiënteerd. De Noordzee is dichtbij, maar „veel mensen hier werken in Afrikaanse olie”. „Zeg je hier EG, dan weet iedereen dat je Equatoriaal-Guinea bedoelt.”

Dat betekent ook dat de regio Aberdeen welvarend is. Het aantal uitkeringsaanvragen steeg volgens de lokale krant door de lage olieprijs de afgelopen maanden weliswaar met „een schrikbarende 92 procent”, maar de werkloosheid ligt net boven de 2 procent. Crockett noemt Aberdeen „de makkelijkste plek in Europa om een baan te vinden.”

Hij somt op: er is een Frans lycée (Total is de op een na grootste werkgever), de internationale school heeft een Nederlandse afdeling (Shell). „Het is moeilijk een nationaliteit te bedenken die hier níét woont.” Bijna 16 procent van de inwoners van Aberdeen is elders geboren, 3 procent komt uit Polen. Crockett meent:

„Daardoor hebben we hier niet dezelfde fricties over immigratie.”

Dat beaamt Diana Szewczyk, die achter een toonbank voor rookworsten staat in een Poolse winkel aan de haven. Ze komt uit de buurt van Kraków, en zegt: „Iedereen is hier zo aardig.”

‘Schotten zijn progressiever’

Het is niet dat Schotten „verlichter en gastvrijer” zijn, zegt politicoloog Lynn Bennie van de University of Aberdeen. „Maar als de dominante politieke partij, de SNP, steeds herhaalt dat Schotten progressiever zijn, en Europa een kracht ten goede, dan krijgt het debat vanzelf die lading.”

Veertig jaar geleden, toen de Britten een referendum hielden over hun lidmaatschap van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap, waren het juist de Schotse nationalisten die wegwilden. De SNP leidde de nee-campagne: Europa zou „de doodsklap voor ons bestaan als een natie” zijn, en van Schotland „een provincie van een provincie” maken.

Dat veranderde eind jaren tachtig – het moment dat Engeland onder leiding van Margaret Thatcher juist eurosceptischer werd. Onder de toenmalige leider Gordon Wilson zag de SNP in de EU kans een eigen stem te hebben, te kunnen opkomen voor de eigen belangen, en uiteindelijk „onafhankelijk in Europa” te zijn. De partij merkte dat Europees beleid niet in Londen werd uitgevoerd, maar in de Schotse hoofdstad Edinburgh. „De EU werd strategisch belangrijk voor de SNP”, zegt hoogleraar Keating. De partij kon zich afzetten tegen de toenemende euroscepsis in Engeland, en de „groeiende neiging tot isolationisme” van de andere politieke partijen. Nu is de EU een middel om juist onafhankelijk te worden.

Want dat is een van de mogelijke gevolgen van het referendum op 23 juni. Mochten de Engelsen voor een Brexit stemmen, en de Schotten voor Blijven, dan is een nieuwe volksraadpleging over onafhankelijkheid „zeer goed mogelijk”, zei premier Nicola Sturgeon.

„Als wij tegen onze wil uit de EU worden gehaald, wil ik de Schotten de kans geven ons EU-lidmaatschap te beschermen door opnieuw naar onafhankelijkheid te kijken.”