Column

Waarom Denk en Sylvana de hoop op Aboutaleb vergroten

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Denk, Sylvana en de merkwaardige mediawerkelijkheid.

Ofwel: hoe het verlangen naar Aboutaleb steeds meer wordt gestimuleerd.

Illustratie

Aandoenlijke taferelen in Enschede. FC Twente teruggezet naar de eerste divisie, financieel wanbeleid door bestuurders, supporters als slachtoffers. „Zwaar kloten’’, zei een supporter op de voorpagina van de Volkskrant.

Ik dacht: stel dat die bestuurders niet een voetbalclub maar een Enschedese megamoskee te gronde hadden gericht – zouden de voorpagina’s dan ook de nadruk op geslachtofferde moskeebezoekers hebben gelegd?

U en ik weten: neen.

In de week waarin Denk, partij van ‘Nieuwe Nederlanders’, zo nadrukkelijk van zich deed spreken, leek dit me een nuttig uitgangpunt. Op dat Denk kon je vrij veel aanmerken: erg dubbelzinnig allemaal. De manier waarop tv-bekendheid Sylvana Simons door media als aspirerend Denk-politica werd geparachuteerd was ook al niet verheffend.

Maar wie het daarmee wilde afdoen, de leunstoel weer op slaapstand, maakte het zich erg gemakkelijk.

Die zag over het hoofd dat maatschappij en politiek, in een hypercorrecte reactie op Fortuyn, opzichtig ruimte hebben geboden aan de opkomst van een partij als Denk.

Je kunt dat zwaar kloten vinden – maar wie eindeloos en ongeremd zaken wil ‘benoemen’, zal op een dag ontdekken dat de benoemden ook iets te zeggen hebben.

Nederland is gewend aan korte campagnes en een grillig electoraat, zodat verkiezingsuitslagen eerder toeval dan een uitgebalanceerde keuze zijn. Onzekerheid waarmee politici en media mee moeten leven.

Hun angst om iets te missen is daarom zo groot dat een alternatieve nationale sport is ontstaan: politieke bijna-feiten oppimpen tot enorme gebeurtenissen.

Gevolg: de aankondiging van een politieke daad wordt nu routinematig als prestatie gepresenteerd.

Zo ging het deze week ook. Eindeloos konden we vernemen (ook in deze krant): ‘Sylvana Simons wordt politicus.’ In werkelijkheid kreeg zij een verkiesbare plaats beloofd van twee PvdA-afvalligen wier partij nooit eerder aan verkiezingen meedeed.

Normen worden steeds verder opgerekt. Als een columnist van een krant een mogelijke overstap naar de politiek aankondigt, zeggen bijna alle dagbladen de samenwerking op: succes ermee.

Als bij De Wereld Draait Door een medewerkster een zelfde overstap aankondigt reageren ze andersom: we kennen elkaar zo goed, dus kom een kwartiertje praten – en neem de partijleider ook mee.

Niet slecht voor iemand die misschien politicus wordt. Zoals eerder Geert Wilders, Peter R. de Vries, Rita Verdonk, Hero Brinkman (tweemaal), Dirk Scheringa en Bram Moszkowicz misschien politicus voor een nieuwe partij werden. U ziet het: de successcore kon hoger.

Maar ook zo’n rijtje blijkt dus geen enkele scepsis te genereren. Want scepsis is wegkijken en dat is, zoals bekend, verwerpelijke politieke correctheid.

En dan: in de nieuwe mediawerkelijkheid draait politiek om bekendheid in plaats van kwaliteit. Dus een bekende Nederlander die politicus wil worden hoeft niet te laten zien dat hij (m/v) politieke aanleg heeft. Dit hoeft betrokkene alleen te zeggen.

Met dit alles staat natuurlijk niet vast dat Denk en Simons hoe dan ook zullen mislukken. Ik kan me allerlei scenario’s voorstellen waarin dit een groot succes wordt. Maar we weten het niet, en dan kan even wachten met interviews en profielen echt geen kwaad.

Evengoed waren er deze week genoeg PvdA’ers die er, juist door de media-aandacht, niet gerust op zijn. Hun partij is traditioneel de sterkste onder allochtone kiezers. Tegelijk kennen ze daar als geen ander de inconsistenties van de Denk-gezichten, de oud-partijgenoten Kuzu en Öztürk.

De verleiding is groot die twee over één kam te scheren. Te simpel. Rotterdammer Kuzu (ex-Berenschot) dichten ze binnen en buiten de eigen partij grote (politieke) intelligentie toe, terwijl de Limburgse hoteleigenaar Öztürk, tevens Denk-voorzitter, bepaald lager wordt ingeschat.

Öztürk werd politiek volwassen in Roermond, waar hij PvdA-raadslid was in de dominante jaren van Jos van Rey. De twee deden geregeld politieke zaken. In het uitstekende El Rey van de Limburgse onderzoeksjournalisten Hans Goossen en Theo Sniekers wordt geschetst hoe Van Rey reageerde toen Öztürk hamerde op zuivere benoemingsprocedures: ,,Moet hij nodig zeggen.’’

Ook de ideologische positionering van Denk is ambigu. Tegen verrechtsing en verruwing en vóór verbinding, zeggen ze. Maar in de dagelijkse praktijk presenteren ze zich vooral als slachtoffer; net als die Twente-supporters.

En hun hang naar verbinding is niet erg consistent. Verbinding zoeken ze niet met nabestaanden van de Armeense genocide, Erdogan-critici of Ebru Umar. Umar had zich volgens Denk moeten aanpassen aan de Turkse wetgeving toen ze haar kritische tweets verstuurde. Ergo: wie zich niet houdt aan de repressie van Erdogan, valt buiten de verbinding die Denk nastreeft.

Tegelijk hebben ze natuurlijk een punt met hun klacht over verruwing van de identiteitspolitieke debatten. Ook de overheid en de PvdA kunnen hun handen hier niet in onschuld wassen.

Toen Kuzu en Öztürk november 2014 uit de PvdA-fractie werden gezet, publiceerde vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) diezelfde week een Motivaction-onderzoek waaruit zou blijken dat 87 procent van de Turkse jongeren waardering zou hebben voor IS.

Asscher zei „zeer verontrust’’ te zijn, maar met een beetje checken kwam je er destijds meteen achter dat het onderzoek aan alle kanten rammelde.

Ik weet nog dat ik er Motivaction-onderzoeker Pieter-Paul Verheggen op aansprak. Hij beaamde de gebrekkige onderzoeksmethode maar had het stuk toch gepubliceerd uit angst voor „het verwijt dat we het onder de pet houden’’.

Wat een moraal: om niet voor wegkijker uitgemaakt te worden publiceert men liever onzin over Turkse jongeren.

Zo is er meer. Sinds de Zwarte Piet-discussie opereren op sociale media hele legers die haat voor Anderen etaleren. Ook donkere spelers van Oranje (‘FC Aap’) kregen op Facebook een beurt.

De fractievoorzitter van de PVV in de Eerste Kamer presteerde het eind 2015 zelfs een kookles voor vluchtelingen ongedaan te maken omdat ,,de veiligheid’’ van omwonenden in het geding zou zijn. Veelzeggend detail: niet één Kamerlid nam de moeite deze parlementariër of haar partij hierop aan te spreken.

Dus dat ‘Nieuwe Nederlanders’ hun heil zoeken bij een partij die dit soort zaken zegt aan te kaarten, lijkt me zo verwonderlijk niet.

Minder helder is wat het oplevert. Ik sprak er donderdag over met Ahmed Marcouch, het PvdA-Kamerlid, man met een aanstekelijke kalmte.

Kuzu geeft met Denk een bepaalde groep een stem, zei hij. „Maar de vraag is of groepen allemaal een eigen stem verdienen.’’

Marcouch vertelde dat zijn achterban al jaren vraagt Wilders met gelijke munt terug te betalen. „Maar uitgerekend wij moeten mensen niet tegen elkaar opzetten.’’

Toen ik hem aanhoorde schoot me vanzelf de naam Aboutaleb te binnen. Ik liet hem vallen, Marcouch keek me geamuseerd aan maar reageerde niet: geen man van machtspolitiek via media.

Ik bedacht me dat de paradox nogal groot is. Want als Denk, na de rugwind van deze week, inderdaad een sprongetje in de peilingen maakt, zal dit in de PvdA het verlangen naar Aboutaleb slechts versterken: juist een niet-etnisch georiënteerde partij die een Nederlandse Marokkaan als leider benoemt, neemt Denk de wind uit de zeilen.

Ik weet het: de PvdA-top en een deel van het -kader is helemaal niet uit op deze keuze. Liever Asscher, Timmermans of toch weer Samsom.

Maar de groei van de identiteitspolitiek, de vluchtelingendeal met Turkije, het islamdebat, de mogelijke opkomst van Denk: het zijn allemaal ontwikkelingen die de PvdA met één man kan keren.

Dus hoe langer dit duurt, hoe groter de verleiding zal worden.