Voer het vak recht in op alle scholen

Nu rechten en plichten complexer worden, moeten scholieren rechtsbewust worden, vindt Levi Renneberg.

Illustratie Hajo

Hebt u een inkomen? Koopt u wel eens iets in een winkel? Hebt u een woning gekocht of gehuurd? Maakt u gebruik van de openbare weg? Waarschijnlijk wel. En dus krijgt u te maken met regels en wetten. Daarom ook moet u zich bewust zijn van binnen onze maatschappij gemaakte afspraken over wat wel en niet is toegestaan, en welke rechten u heeft.

Maar is iedereen zich daarvan bewust? Ongeveer 1 op de 20 studenten in het hoger onderwijs volgt een rechtenstudie. Dit betekent dat het overgrote deel van de studenten binnen het onderwijs geen (of zeer beperkt) kennis over het Nederlands recht vergaart. Dit geldt in grotere mate voor studenten in het mbo en scholieren die na de middelbare school direct de arbeidsmarkt betreden.

Hierdoor ontstaat een bepaalde mate van rechtsonbewustheid bij een groot deel van de bevolking. En in een tijd waarin de rechten en plichten complexer worden, onder meer door de toenemende invloed van Europees en internationaal recht, is dit een zorgwekkend feit.

Kinderen hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel en vinden het vaak interessant over regels te discussiëren. Het onderwijs kan hen al op de basisschool op een positieve wijze kennis laten maken met het belang van regels in onze maatschappij. Op de middelbare school kan dit beginnende rechtsgevoel verder worden ontwikkeld, onder meer door hen kennis bij te brengen en hen te scholen in juridische vaardigheden.

Het past niet binnen het algemene karakter van secundair onderwijs om alle rechtsgebieden zeer gedetailleerd te behandelen. Maar de rechtsgebieden waar we in het dagelijks leven het vaakst mee in aanraking komen, kunnen wel degelijk op hoofdlijnen aandacht krijgen. Zo kunnen docenten les geven over eenvoudige juridische vraagstukken als: Wat is de rol van relevante instanties? Wat kan ik doen als ik het ergens niet mee eens ben? Wat zijn mijn rechten en plichten in relatie met de overheid? En: Welke gevolgen heeft het als ik mij niet aan regels en wetten houdt?

Veel mensen kunnen de eigen belastingaangifte niet invullen

Ook kunnen scholieren leren overeenkomsten en voorwaarde te begrijpen, bezwaarschriften te schrijven en relevante juridische informatie te zoeken.

In ons leven krijgen we regelmatig te maken met nieuwe rechtsgebieden en wijzigende wet- en regelgeving. Als we het vermogen hebben om deze materie tot een bepaalde hoogte te begrijpen en als we weten hoe we relevante informatie kunnen raadplegen, is dit van grote waarde.

Onlangs bleek dat een groot aantal mensen de regels omtrent sociale uitkeringen niet begrijpt, waardoor ze niet de uitkering ontvangen waar ze recht op hebben. Ook begrijpen veel mensen de fiscale regels niet, waardoor ze niet in staat zijn de eigen belastingaangifte in te vullen. Dit zijn tekenen aan de wand.

We kunnen op twee manieren reageren: eenvoudigere regels of juridisch competentere mensen. Ik vind een combinatie van beide het meest wenselijk, en integratie van het recht in het voortgezet onderwijs kan hierin van groot belang zijn.

Slagen we erin een grotere rechtsbewustheid en meer juridisch denkvermogen te creëren, dan heeft wet- en regelgeving ook meer effect. Dan weten we welke rechten en plichten we hebben, hoe we deze rechten kunnen opeisen en deze plichten moeten vervullen. Ook zullen de regels beter worden opgevolgd. En tenslotte zullen scholieren beter kunnen beoordelen of ze verder willen studeren in een juridisch vakgebied.

Laten we een breed maatschappelijk debat voeren over de rol van het recht binnen het onderwijs. Dan kan het thema ook op de politieke agenda worden gezet. Want door toekomstige generaties scholieren de juiste juridische gereedschappen aan te reiken, kunnen zij zich ontwikkelen tot meer volwaardige deelgenoten binnen onze samenleving.