Twents hoogtepunt

Foto: Bastiaan Heus

Het blijft wennen voor een Nederlander: we kunnen niet voetballen, maar we kunnen wel sprinten. Het is de ontdekking die Patrick van Luijk al jaren geleden voor zichzelf deed, toen hij via FC Bakesteijn, Xerxes en ninjitsu (geen Neerpeltse derdedivisieclub maar Japanse krijgskunst) uiteindelijk rond zijn twintigste eens een sintelbaan opstapte. Had hij dat maar eerder gedaan… Hij bleek sneller dan Arjen Robben.

De rest werd een bliksemcarrière. Op zijn 23ste stond hij naast Usain Bolt in de finale van de 4×100 meter op de Olympische Spelen. Een natuurtalent – maar niet in alles, want Bolt kreeg zijn stokje wel en Van Luijk niet. Zoals de Nederlander zelf zei: een hoogtepunt en een dieptepunt ineen. In Londen werden ze zesde, Rio moet bewijzen dat driemaal gewoon scheepsrecht is.

Oh, u bent afgeleid door de foto? Google vult de zoekterm Patrick van Luijk automatisch aan tot ‘Patrick van Luijk vriendin’; en hij heeft al een tweeling. Kijken mag wel, dit weekend gedurende een seconde of tien in Hengelo bij de Fanny Blankers Koen Games. Die zijn nu al het hoogtepunt van het Twentse sportjaar 2016.