Schrijft de krant te veel over ouderen en dementie?

Is oud het nieuwe jong, in NRC Handelsblad? En dan vooral als oud ziek is, behoeftig of zelfs aan het dementeren? Soms denk je het, bij de vele verhalen over thuiszorg, dementie, euthanasie – en niet alleen in deze krant.

Ooit zette de jeugd – en het ,,jeugdprobleem’’ – de toon in de media, zoals oudere lezers zich nog zullen herinneren. Lang geleden, in 1970, struinde bijvoorbeeld NRC-verslaggeefster Emmy van Overeem het Kralingse bos af, om het gemoed van de daar verzamelde hippe vogels te peilen. De krant hield er ook een enquête (,,Hai, ik heb een paar lullige vragen, mag ik even?’’).

Een kwart eeuw later leverde een portretterend stuk in deze krant over de jongeren van de jaren negentig een kattenbelletje op van Willem Oltmans, die ,,nu ook eens’’ aandacht vroeg voor zíjn generatie, de ouderen die Nederland straks zouden domineren.

Hij heeft zijn zin gekregen, zoals uiteindelijk wel vaker.

Vorig jaar telde ik 81 stukken over dementie, dit jaar staat de teller al op 41. Losse artikelen, een serie over een alzheimer-patiënt, maar ook uitvoerige, persoonlijke stukken.

Dat is begrijpelijk: Nederland vergrijst, en dat geldt voor lezers (de NRC-abonnees van wie de leeftijd bekend is, zijn gemiddeld 53, nrc.next-abonnees 45 jaar). Maar ook voor journalisten: artikelen over de eigen ouders, of heuse familiegeschiedenissen, zijn een journalistiek-literair genre geworden in de krant en op televisie.

Maar wordt het soms niet te veel? De uitgever van een boek over dementie (De doolhof van tante An) klaagde dat hij de vele aandacht in de krant voor alzheimer eenzijdig vond. De krant zou zich te veel laten leiden, of zelfs laten sponsoren, door de Stichting Alzheimer Nederland en een overdreven beeld schetsen van de omvang van dementie.

Heeft hij een punt?

Dat alzheimer ,,echt een gigantisch probleem’’ wou worden, stond jaren geleden boven een uitgebreid interview met neuropsycholoog Wiesje van der Flier (‘Alzheimer wordt echt een gigantisch probleem’, 11 juli 2009).

Maar is de berichtgeving daarna eenzijdig? Dat geloof ik niet. De serie die de krant sinds begin dit jaar brengt, gaat over de 68-jarige Hans Goebertus. Een idee van zorgredacteur Enzo van Steenbergen, die op die manier laat zien hoe alzheimer het gedrag van de patiënt beïnvloedt en welk effect dat heeft op zijn omgeving. Daarvoor koos hij Goebertus, omdat diens vorm van de ziekte zijn zicht aantast, maar niet, of veel minder, zijn vermogen om over zijn beleving ervan te praten.

Goebertus meldde zich bij de krant na een oproep via Alzheimer Nederland (die ook vermeld wordt), maar inhoudelijk heeft die stichting geen bemoeienis met de reeks, laat staan dat er sprake is van sponsoring. Steenbergen meldt alleen tevoren als er een nieuwe aflevering in de krant verschijnt.

Maar ja, permanente aandacht voor de eigen zaak en lobby is natuurlijk ook wat waard, los van controle over de inhoud. En onder elke aflevering van de serie staat nu, tamelijk apodictisch: ,,Er leven 260.000 mensen met dementie in Nederland.’’ Maar dat aantal, een extrapolatie van ouder bevolkingsonderzoek, is een schatting – en dat zou er ook wel bij mogen staan.

Medisch redacteur Wim Köhler wees er al eens op dat recente cijfers duiden op een zekere afname van de trend, ondanks de vergrijzing, waarschijnlijk door betere opleiding en leefstijl en preventie van hartziekten en andere aandoeningen. (De voorspelde epidemie komt niet, 21 augustus 2015)

Het CBS houdt het nu op krap 13.000 sterfgevallen per jaar door dementie. Als mensen vijf tot tien jaar met dementie kunnen leven, zegt Köhler, kom je dan op hoogstens 130.000 patiënten. Het Nationaal Kompas Volksgezondheid is nog voorzichtiger: daarin staat dat bij huisartsen in 2011 maar 52.000 demente patiënten bekend waren; een verschil dat mogelijk deels verklaard wordt door andere criteria of geringere herkenning van symptomen bij huisartsen.

Köhler zette ook al eens de richtingenstrijd uiteen over diagnostiek en behandeling van dementie (en dus de ontwikkeling van geneesmiddelen). Dat betreft de ,,amyloïd-hypothese’’, het idee dat dementie wordt veroorzaakt door eiwitopstapelingen. Als andere oorzaken worden bloedvaten genoemd, ongezond leven, en stress (Dwalend door dementieland, 20 februari).

Hoe dat ook zij, het lijkt me niet verstandig om keer op keer, onder een serie één cijfer te melden, de herhaling geeft de extrapolatie dan het karakter van een onomstreden, vastgesteld feit. Om dezelfde reden wordt overigens een onzekere prognose die er de eerste keer bij stond ( ,,In 2040 zal dat een half miljoen zijn’’) al niet meer vermeld.

Een zorgredacteur die goed werk levert, creëert nieuws, reacties en vrijwel vanzelf nóg meer stukken over hetzelfde onderwerp – en zo hoort het ook. Maar daarnaast zijn er nog tal van andere auteurs binnen en buiten de krant die berichten over ouderen, dementie, en hun persoonlijke ervaringen.

Zo schreef Jannetje Koelewijn in 2011 het boek De hemel bestaat niet, over haar ouders en zette dat verslag voort in de krant. Ze beschreef hoe ze haar ouders onderbracht in een verzorgingstehuis en onlangs indringend een laatste uitje met haar vader naar Parijs (De laatste keer op reis, 26 maart).

In dezelfde krant stond een óók al autobiografisch opiniestuk van Malou van Hintum, die voor haar zieke vader zorgt (Dat is een taak voor de familie, 26 maart). Een goed stuk, dat de vinger op een zere maatschappelijke plek legde: de eisen aan mantelzorgers.

Lezers herkennen zich vaak in zulke persoonlijke verhalen. Maar toch, bij zoveel tegelijk kan ik me ook de indruk van overdaad voorstellen. Aandacht voor ziektes van ouderen is absoluut belangrijk, maar vraagt ook om enige maatvoering en afstemming.

O ja, en hoe zou het zijn met de jeugd van tegenwoordig?