Column

Schaf geschiedenis niet af

Auschwitz als entertainment – in de zomerblockbuster X-Men: Apocalypse dalen de mutanten neer op deze historisch beladen plek. Ik ga het niet allemaal uitleggen, maar dit groepje heeft geen goede bedoelingen, ze willen de mensheid vernieuwen door hem te vernietigen – een les die ons trouwens ook al in Avengers: Age of Ultron werd geleerd, het hangt in de lucht. Maar waarom Auschwitz? Omdat een van de mutanten, Magneto, een concentratiekamptrauma heeft – en zijn familie daar is uitgeroeid. De herinnering aan die verschrikking maakt een vernietigende woede bij hem los, altijd riskant bij mutanten. Een minuut later ligt heel Auschwitz in puin.

Genoeg spoilers. De film dendert daarna nog een dik uur lekker door, maar mijn gedachten dwaalden onwillekeurig af naar de commissie-Schnabel. Die stelt voor geschiedenis als apart vak op school te laten vervallen. Geschiedenis moet in de ogen van de commissie voortaan dynamisch worden, je hebt er niks aan leerlingen lastig te vallen met droge feiten en rijtjes; je gebruikt het wanneer je het nodig hebt. Je komt het dus vooral tegen in andere vakken – en wie zegt dat een mens ongelukkiger wordt wanneer hij geen idee heeft van de Tachtigjarige Oorlog? Wat maakt het uit als je niet weet wie Bonifatius was, waar Dokkum ligt en in welk jaar de zendeling vermoord werd? Wat heb je eraan in je ontwikkeling als zelfstandige wereldburger, op weg naar een toekomst waarin je louter je persoonlijke kwaliteiten ontwikkelt, en vervuld bent van empathie en burgerschap? Want dat is wat men als voornaamste taak van het onderwijs ziet.

En Auschwitz dan? In X-Men; Apocalypse wordt dat oord der verschrikking volkomen particulier neergezet; het is een heel erge plek in de psyche van het personage Magneto. Verder ontbreekt iedere context. Je leert er niks over.

Ik denk dat vijftien jaar geleden zo’n scène nog ophef veroorzaakt zou hebben, door de achteloosheid waarmee de gruwelen van het kamp onderschikt gemaakt worden aan bij miljoenen populaire fantasy. De in 2010 overleden historicus Tony Judt zag dat als een fatale ontwikkeling – historische feiten die alleen nog maar gebruikt worden om emoties in het heden van achtergrond te voorzien, waardoor geschiedenis een keuzemenu wordt waaruit iedereen pakt wat hij nodig heeft om zijn identiteit en overtuigingen te harnassen.

In zo’n wereld moet de politica Sylvana Simons alles weten over de slavernij en niets over de Armeense genocide, want wat gaat het laatste haar aan? Geen wonder dat er nu activisten opstaan die zich persoonlijk tekort gedaan voelen door de Dodenherdenking.

Dat eerste advies van Paul Schnabel en de zijnen is flink bekritiseerd, in deze krant door Jan Kuitenbrouwer. Mij ergert vooral de naïeve denkfout die eraan ten grondslag ligt: dat je wanneer je alles op persoonlijke ontwikkeling inzet, je vanzelf empathische burgers krijgt, die zich vol overgave gaan inzetten voor een duurzame wereld vol verscheidenheid en burgerschap.

Die notie is gemeengoed bij Nederlandse weldenkenden. Maar het slaat nergens op. Wanneer geschiedenis volledig ik-gericht wordt, krijg je helemaal geen burgerschap. Integendeel, je krijgt wat je nu al overal ziet, een emotionele vereenzelviging met bepaalde historische gebeurtenissen, die de breuklijnen in de samenleving nog dieper maken. Het burgerschap dat de commissie bepleit wordt dan een inhoudsloos, zwevend begrip – het gaat niet langer uit van een gedeelde kennis en inzicht in de geschiedenis, maar hoogstens van respect voor de volledig subjectieve persoonlijke geschiedenis die mensen aan hun identiteit meegeven.

Zeker, aan droge feiten heb je niks. En je moet iets aan geschiedenis hebben, vond Goethe al. Maar empathie ontwikkel je alleen wanneer het je lukt om jezelf als deel van iets groters te zien, van een mensheid die ten prooi is aan allerlei impulsen en emoties, die nu eens iets geweldigs voortbrengt en dan weer Auschwitz en de slavernij. Wanneer het je lukt, simpel gezegd, om jezelf als mens in de geschiedenis te zien in plaats van als enkel individu in het heden.

Zelfvertrouwen is mooi, maar jezelf wantrouwen misschien nog wel beter. In die zin bevatten de X-Men- en Avengers-films wijze lessen. De personages leren dat ze met de beste persoonlijke bedoelingen heel verkeerde dingen met de mensheid kunnen doen. Nu de commissie-Schnabel nog. Schaf het vak geschiedenis niet af.