Mao heeft ons misleid

China Ze waren scholieren. En meedogenloos. De Rode Gardisten voerden vijftig jaar geleden Mao’s Culturele Revolutie uit die zijn communistische heilstaat moest voltooien. Nu begint die generatie voorzichtig te praten.

Chinese rode gardisten tijdens de Culturele Revolutie, 1966 Foto World History Archive / Hollandse Hoogte

Onderwijzers afranselen, professoren vernederen, buren bespugen, winkels en woonhuizen plunderen. Het vergt verbeeldingskracht om in de zes mensen aan deze restauranttafel – twee elegante dames en vier gepensioneerde heren in vrijetijdskleding – de Rode Gardisten van vijftig jaar jaar geleden te herkennen.

Radicale tieners tussen de 15 en 19 jaar waren ze, toen de Chinese leider Mao Zedong zijn jonge voetsoldaten in het voorjaar van 1966 opriep massaal „te rebelleren” om „de laatste restanten van de bourgeoisie” te vernietigen. Dat werd de Grote Proletarische Culturele Revolutie, die China tien jaar in chaos zou storten en miljoenen levens kostte. Tientallen miljoenen levens, vooral ook van partijleden, werden gebroken in de pogroms tegen ‘stinkende intellectuelen’ en ‘kapitalistische honden’.

„Niemand van ons kan trots zijn op wat wij toen hebben gedaan, we hebben allemaal diep berouw”, zegt Ding Jianmin (67), voormalig afdelingsmanager van een staalfabriek. „Het was een krankzinnige, immorele, verwarde tijd. We waren totaal geïndoctrineerd, wij waren als blanke vellen papier, makkelijk beïnvloedbaar, het was ziek.”

De anderen aan de tafel met thee, bier en zoetzure heerlijkheden uit de Shanghai-keuken knikken instemmend. De zes kennen elkaar van de middelbare school en hebben altijd contact met elkaar gehouden. Het is zeer uitzonderlijk dat voormalige Rode Gardisten over die bloedige periode praten. De meeste zestigers en zeventigers – daders én slachtoffers – zwijgen er liever over. In het begin van het gesprek, dat vijf uur duurt, zijn ze op hun hoede. Mao Zedong is nog altijd een onaantastbaar icoon. Zijn laatste, dramatisch verlopen politieke experiment is door de Communistische Partij van China tot een afgesloten hoofdstuk verklaard.

Via een van hun zoons is het contact tot stand gekomen. „Omdat het vijftig jaar geleden is, willen we één keer praten met de media”, zeggen ze. Hun enige voorwaarde is dat benadrukt wordt dat zij veel van hun vaderland houden en ook trots zijn op wat de Communistische Partij sindsdien heeft bereikt. Ook mag het niet over de zittende partijleider gaan. Een terechte voorzorg, zoals later zal blijken.

Utopia

Ze waren Mao’s ‘kleine revolutionaire generaals’. Zelf was Mao ‘de Grote Roerganger’. Ze moesten hem helpen een ‘gouden brug’ te slaan naar het communistische Utopia waar hij zijn leven lang voor had gestreden. Op 16 mei 1966 lanceerde hij in de Partij zijn denkbeelden over de noodzaak van een ‘Culturele Revolutie’ om het marxistisch-leninistisch-maoïstische einddoel te bereiken. Het was tevens de oprisping van een zieke, paranoïde dictator die overal vijanden zag.

Die Culturele Revolutie duurde tot zijn dood, op 9 september 1976, en ging gepaard met reeksen ‘zuiveringen’ en politieke moorden, en zelfs met kannibalisme. In alle geledingen van de maatschappij werd ‘revolutionaire actie’ ondernomen tegen ‘klassevijanden’, ‘revisionisten’ en ‘rechtsen’.

Officiële balans: 1,7 miljoen doden. De halfzus van de huidige president Xi Jinping was een van hen. Maar sommige historici geloven dat het werkelijke aantal wel acht miljoen kan zijn. Na Mao’s dood werd de economische koers omgegooid en ontwikkelde China zich onder Deng Xiaoping tot een land met een door de staat geleid kapitalisme, het tegenovergestelde van Mao’s communistische droom.

„Wij hadden op school en thuis geleerd dat Mao dichter bij ons stond dan onze ouders. We waren bereid om voor hem te sterven, werkelijk waar”, vertelt Sun Yongguo (65), een gepensioneerd onderwijzer. Hij was „rood geboren”, zegt hij. Waren je vader, moeder, opa’s en oma’s revolutionaire soldaten, arbeiders, boeren of simpelweg doodarm, dan mocht je lid worden van losvaste groepen als Rode Wind of Rode Terreur Groep.

Als onze ouders iets verboden, riepen we dat zij contra- revolutionairen waren

Cao Yifei, destijds partijlid en nu nog

Hadden je ouders een eigen huis, een winkel met westerse luxeartikelen, een bedrijf of – erger nog – land, dan werd je als zoon of dochter van ‘een kapitalist’ afgewezen en geïsoleerd. „Als je vader een rode held was, was jij dat ook. Hoorde je vader of grootvader tot de bezittende klasse, dan was jij ook een reactionair”, zegt Sun Yongguo. „Mijn vader was soldaat geweest in de Koreaanse oorlog [1950-’53] tegen de Amerikanen en daarna buschauffeur geworden, dus mocht ik meteen lid worden.’’

Huang Ying zet haar designerbril op het puntje van haar neus: „Ik was een rebelse meid, ik wilde weg van huis, ik wilde de wereld zien en ik vond het met al die jongens ook heel erg spannend. Bij mij thuis was het heel saai.”

Ding Jianmin beaamt het: „We waren natuurlijk tieners en uit op sensatie”, zegt hij. „Het begon allemaal in de zomervakantie van ’66 en we hebben ook heel veel plezier gehad. We dachten dat alles wat wij deden goed was. Als je niet meedeed, stond je alleen en geen tiener wil dat.”

Hang Hsinwei (67), voormalig universiteitsdocent en voor een paar dagen over uit de VS om zijn stervende vader te bezoeken: „Ik weet hoe beladen het klinkt, én het is geen excuus, maar we waren heel jong en we leerden van huis uit Mao en de partij blindelings te gehoorzamen. Het was heel wreed wat wij deden, we hadden onze menselijkheid verloren, maar goddank heb ik niemand vermoord.”

Martelingen

De andere vijf zeggen evenmin een moord op hun geweten te hebben. Maar aan martelingen en mishandelingen hebben ze wel meegedaan, direct of indirect als juichende, lachende toeschouwers. Gu Yaoqi, gepensioneerd manager van het stadsvervoerbedrijf, voelt zich medeverantwoordelijk voor de zelfmoord van een buurman die door zijn groepje werd kaalgeschoren en over straat werd gejaagd, een bord om zijn nek met ‘Ik ben van de zwarte hand’ – de Chinese uitdrukking voor een subversieve organisatie.

En Ding Jianmin fluistert: „Ik droom steeds vaker over die tijd. Vooral over hoe wij onze onderwijzeres, juffrouw Chen, hebben gemarteld door haar te slaan, te bespugen en haar net zo lang door het trappenhuis te jagen tot zij er bewusteloos bij neerviel. Zij was onze meest geliefde onderwijzeres en ik was een van haar favorieten.”

Na de Culturele Revolutie heeft hij geprobeerd haar op te zoeken om vergiffenis te vragen. „Zij was toen net gestorven, veel te jong nog, en ik denk dat dat te maken had met de vernederingen die zij heeft moeten ondergaan. Ik heb daar tot in het diepste van mijn hart spijt van.”

Hang Hsinwei zucht: „Ik bezocht met een groepje in het holst van de nacht huizen van kapitalisten. We wilden bewijzen van hun criminele gedrag vinden en hen tot bekentenissen dwingen. Toen we in een van die huizen bezig waren en veel antiek hadden stukgeslagen, kwam opeens een jongen binnen. Hij was een van mijn beste vrienden op school. Ook hij werd hardhandig gedwongen zijn zogenaamde misdaden te bekennen, en ik deed helemaal niets.”

Decennia later bood Hang Hsinwei zijn excuses aan aan zijn vroegere schoolmakker, tegenwoordig een van China’s rijkste ondernemers.

Cao Yifei (68) haalt een beduimeld boekje uit haar dure tas. ‘Citaten van voorzitter Mao Zedong’ staat er op de versleten rode omslag in gele karakters. Met hoge stem scandeert zij slogans van die tijd: „Sla de kapitalistische honden neer”, „Lang leve de dictatuur van het proletariaat”.

Ik droom steeds vaker, vooral over hoe wij onze onderwijzeres hebben gemarteld

Ding Jianmin, voormalig manager staalfabriek

Mao was hun God en het Rode Boekje hun Bijbel, zegt Cao Yifei, die destijds partijlid werd en dat altijd is gebleven. „We hadden het altijd bij ons, en als onze ouders ons iets verboden dan riepen we dat zij contrarevolutionairen waren. Daar waren ze als de dood voor.”

Cao Yifei kon destijds niet meteen lid worden van een Rode Gardisten. Haar moeder, die in het verzet tegen de Japanners had gezeten, was hoofd van een middelbare school en werd dus verdacht van ‘revisionisme’. Bovendien was een familielid een huizen- en landbezitter geweest.

„Mijn moeder werd daarom gecategoriseerd als kapitalist. Ik vond dat verschrikkelijk, want ik wilde zo vreselijk graag Rode Gardist zijn.”

Ze was erbij toen Rode Gardisten haar moeder vernederden door haar haar in yinyang-stijl te knippen; symbolisch voor ‘half donker, half licht’. Half kaal werd haar moeder op straat uitgejouwd en bespuugd. „Ik had mij verscholen in de wc en durfde niets te doen, ik schaam mij nog steeds heel diep.” Dat haar moeder haar nooit een verwijt heeft gemaakt, is voor haar nog steeds een raadsel.

„Wij waren heel erg dom. Intellectuelen hadden meer kennis en dat was verdacht en reactionair. Mijn moeder had ook een verzameling klassieke muziek en platen met Arabische muziek. Ze studeerde in haar vrije tijd Arabisch om gedichten in die taal te kunnen lezen. Dat vonden de Rode Gardisten zéér verdacht.”

Oude ideeën, oude cultuur, oude gebruiken, oude gewoonten hoorden in deze gedachtengang bij de ‘uitbuitende klasse’ en dienden vernietigd te worden. ‘Westerse’ kappers- en kledingzaken, foto- en boekwinkels en bioscopen werden gesloten. Straatnamen werden gewijzigd, de Shanghaise Bund met zijn statige bankgebouwen uit de pre-revolutionaire jaren ’10, ’20 en ’30 werd omgedoopt in Revolutionaire Boulevard.

Italiaanse puntschoenen

Een tikkeltje lacherig vertellen Ding Jianmin en Gu Yaoqi hoe ze moesten posten bij de duurdere restaurants en de bioscopen in de metropool. „Als dames schoenen met hoge hakken droegen, moesten wij die afbreken. Italiaanse puntschoenen moesten we in beslag nemen. Broeken met nauwe pijpen mochten ook niet, want decadent. We knipten de pijpen gewoon open.” Wie zich verzette, werd in elkaar gemept, kaal geschoren of gedwongen deel te nemen aan een ‘zelfkritieksessie’.

Cao Yifei en haar vriendinnen gaven met tienduizenden andere Rode Gardisten gehoor aan de oproep om in Beijing naar de Grote Roerganger te komen luisteren. Een politieke bedevaart. „De stank van ongewassen lichamen en verstopte trein-wc’s deed ons niets, want we gingen naar Mao Zedong.” Ze was diep teleurgesteld toen bleek dat er zoveel mensen naar Beijing waren gekomen dat ze het reusachtige Tiananmenplein, waar Mao zijn openbare speeches hield, niet kon bereiken.

Na twee jaar ‘rode terreur’ was de chaos zo groot dat Mao Zedong het leger toestemming gaf de orde te herstellen. In feite werd China toen een militaire dictatuur. Historici spreken over de periode van ‘groene terreur’. Rode Gardisten werden in die tijd met miljoenen tegelijk van de grote steden naar het platteland gedirigeerd „om van de boeren te leren wat armoede was”, zoals het heette.

De zes kozen voor tewerkstelling in Heilongjiang, op de grens met de toenmalige Sovjet-Unie. Kouder, armer en onherbergzamer land was er toen niet. Ze werden op collectieve boerderijen geplaatst en moesten vaak met blote handen land ontginnen. „Alleen als je heel sterk van geest was, kon je de pijn overwinnen”, herinnert Hang Hsinwei zich. „In de winter was het bitterkoud, dag en nacht, in de zomer smoorheet. We misten onze families verschrikkelijk, er waren veel zelfmoorden.”

Cao Yifei’s moeder stierf in zeer armelijke omstandigheden toen zij ver weg was en niet voor haar kon zorgen. „Dat doet mij nog steeds heel veel pijn”. Dat de zes hun gedwongen verblijf op het platteland hebben overleefd, zeggen ze te danken aan de camaraderie en het revolutionaire vuur, al raakte dat in het barre Heilonjiang na enkele jaren uitgebrand. „Ik ben toen erg gaan twijfelen”, vertelt Ding Jianmin.

Pas na twaalf jaar, ruim na Mao’s dood, kregen ze toestemming naar Shanghai terug te keren om hun levens weer op te bouwen. Ze behoorden tot de gelukkigen; tienduizenden andere jongeren kregen nooit een terugkeerpas. „Achteraf denk ik wel eens, dat die twaalf jaar slavenarbeid mijn straf is geweest”, zegt Hang Hsinwei.

Leren van de geschiedenis

Als de actuele vraag aan de orde komt of de Culturele Revolutie zich zou kunnen herhalen, slaat de openheid om in voorzichtigheid. Nee, want China is enorm veranderd en „wij hebben geleerd van onze fouten”, zegt Sun Yongguo aanvankelijk. Maar na enig aandringen volgen genuanceerdere antwoorden. „Als we niet leren van de geschiedenis door middel van historisch onderzoek én een openbaar en eerlijk debat kunnen er weer enorme fouten worden gemaakt”, zegt Hang Hsinwei die, omdat hij in de VS woont, scherpere uitspraken durft te doen dan de Shanghaiers.

Daar zijn de anderen het mee eens. Maar ze blijven voorzichtig, want ze weten dat de Culturele Revolutie en de rol van het leger een gevoelig hoofdstuk zijn in de partijgeschiedenis. „De waarheid zul je nooit in onze media lezen en daarom lees ik geen kranten en kijk ik geen televisie”, zegt Huang Ying, opeens fel. „Je zult nooit lezen dat Mao Zedong grote fouten heeft gemaakt en dat hij de Culturele Revolutie alleen is begonnen om een machtsstrijd in de partijtop uit te vechten. Hij heeft ons totaal misleid.”

Cao Yifei knikt instemmend: „Ik begrijp niet waarom de Duitsers wel de feiten van het nazitijdperk onder ogen durfden te zien en wij in China de Culturele Revolutie afdoen met tien zinnen.”

Bij gebrek aan openbare reflectie verwerkt ze het verleden zelf. Ze heeft een professioneel ogend fotoboek laten drukken dat ze alleen stuurt aan mensen die ze vertrouwt; individuele Chinezen mogen immers niet zelfstandig boeken publiceren. Het staat vol foto’s van de grote demonstraties in Shanghai en Beijing en de ‘werkbataljons’ op het platteland. „Er zijn velen met onverwerkte trauma’s”, zegt Cao Yifei.

Ze zegt wel te geloven dat de partijleiders nieuwe chaos zullen voorkomen. „De angst daarvoor zit heel diep.” En ook Ding Jianmin zegt dat de Partij na de Culturele Revolutie de goede richting heeft gevonden. Wel is het gevaar van een nieuwe persoonlijkheidscultus rondom voorzitter Xi Jinping volgens hem „reëel.”

Daar reageren de anderen liever niet op; dit is gevaarlijk terrein. Xi Jinping ontpopt zich tot de machtigste Chinese leider sinds Mao en is uiterst gevoelig voor kritiek of negatieve vergelijkingen met de Culturele Revolutie.

Vier dagen na de openhartige, geanimeerde bijeenkomst benadert de staatsveiligheidsdienst de zes (en deze krant) met de waarschuwing „de sociale harmonie niet nog een keer te verstoren”. Agenten van de dienst maken duidelijk dat zij van de bijeenkomst op de hoogte waren, meeluisterden en overwogen in te grijpen als de reputatie van president Xi Jinping zou zijn bezoedeld.