Opinie

... maar een racist mag ik toch zo noemen?

Lennart Feijen noemde Hilbrand Nawijn een racist en werd veroordeeld. Maar benoemen is iets anders dan beledigen, vindt hij.

Er is enige ophef ontstaan over mijn veroordeling in hoger beroep voor belediging van Hilbrand Nawijn, op 2 mei. Ik heb Nawijn een racist genoemd omdat hij verkondigde dat de vrijheid van onderwijs niet voor moslims geldt.

Laat ik voorop stellen dat het niet mijn doel is om mensen te beledigen. In dit geval ging het ook allerminst om een belediging, maar om een politieke kwalificatie. Het standpunt dat hij verkondigde was discriminerend en daarop noemde ik hem een racist. Dat Nawijn zich hierdoor extra beledigd voelt is aan hem, maar ik heb hier zo mijn twijfels over. Als je jezelf oprecht beledigd voelt, ga je niet de volgende dag de burgemeester en het AD bellen om groots een aangifte aan te kondigen. Hilbrand Nawijn en zijn partij Lijst Hilbrand Nawijn kozen er niet voor om mij te benaderen, maar direct aangifte te doen. Die aangiften werden vervolgens drie keer in een week breed uitgemeten in de krant. Best vreemd als je niet wil dat de kwalificatie racist in verband met je naam op grote schaal wordt verspreid.

De uitspraak van Nawijn staat niet los van de context en de geschiedenis van Nawijn als politicus. Zo wilde hij Nederlanders die veroordeeld waren en in bezit waren van een Marokkaans paspoort terugsturen naar Marokko. Hij werkte samen met het Vlaams Blok, een partij die in België verboden is vanwege racisme. Met de voorman van die partij, Filip de Winter, was hij zelfs van plan om een ‘denktank’ op te richten. Als je als politicus met zo'n geschiedenis stelt dat islamitische scholen anders behandeld moeten worden dan andere religieuze scholen, en je dus onderscheid maakt tussen islamitische en andere religieuze scholen, dan moet je niet raar opkijken als een andere politicus je wijst op je discriminerende uitspraken en je een racist noemt.

In het tv-programma Pauw verschuilde Nawijn zich achter wetboek en woordenboek, om de discussie hierover maar niet aan te hoeven gaan. De grens van wat je wel en niet kan zeggen, ligt volgens hem bij de strafwet. Terwijl zijn uitspraken strijdig zijn met artikel 1 en artikel 23 van de grondwet. Uitlatingen doen die in strijd zijn met de grondwet is voor hem blijkbaar geen probleem.

Waar bij Böhmermann en Umar veel mensen (terecht) op hun achterste benen stonden, is deze discussie toch vooral een semantische discussie over of je het discrimineren van moslims wel racisme mag noemen, aangezien de islam een religie is en moslims geen ras zijn. Het gaat hier echter niet alleen om de islam als religie. De discussie wordt namelijk gekoppeld aan integratie, aan waar moslims vandaan komen, en dat zij zich vooral moeten aanpassen aan onze joods-christelijk-humanistische cultuur. Wat dat precies inhoudt is mij nooit echt duidelijk geworden, maar als je onze geschiedenis bekijkt dan kan je het joodse, christelijke en humanistische onmogelijk op een hoop gooien als een ondeelbare en dominante cultuur.

Naast religie gaat het dus ook om cultuur en de herkomst/afkomst van moslims, van wie er ook veel in Nederland geboren en getogen zijn. Het ontzeggen van bepaalde grondrechten (zoals de vrijheid van onderwijs) aan deze groep mensen maakt dat je niet alleen van discriminatie kan spreken maar ook van racisme. Maar dat benoemen of zelfs maar bespreekbaar maken is tegenwoordig taboe in de rechtse kerk. Het is de nieuwe politieke correctheid.

Discriminatie en racisme zijn een toenemend probleem in onze samenleving. De discussie hierover moet vaker worden gevoerd, vooral met mensen die discriminatie en racisme ondervinden.

Om te beseffen hoe groot dit probleem is en wat dit met mensen doet, is het belangrijk om naar hun verhaal te luisteren, om daar bewust van te worden en om er samen iets aan te doen.