Leven met een leugenaar

Clement had het ideale profiel: hij was piloot, romantisch en zorgzaam. Betty was niet de enige vrouw die zijn verzonnen leven geloofde. Hoe lang zijn leugens offline houdbaar?

De vriendengroep van Betty kwam op een festival te spreken over de nieuwe baan van haar vriend, piloot bij Lufthansa, en toen gooide haar broer het er zomaar ineens uit. „Ach, neppiloot.”

Even was het stil. „Wat?”, zeiden de anderen.

De broer excuseerde zich, hij had al wat borrels op. En Betty was er niet eens bij.

„Nee nee, ga verder”, zeiden ze. „Misschien heb je gelijk.”

Bedrog kun je makkelijker doorzien als je iemand echt kent. Je kent zijn gedrag, zijn omgeving, zijn houding en zijn oogopslag en elke afwijking van de nullijn is verdacht.

Maar wat nu als die nullijn is gebaseerd op de gedroomde mens? Op een avatar, bij- en bijgeschaafd tot de ideale ik, de perfecte mens van wie er duizenden als profiel te vinden zijn op datingsites? Als dat de nullijn is, hoe kun je dan nog ijken?

Betty leerde haar prins kennen in de zomer van 2011 via een datingsite. Knap, lang, sportief, twee universitaire titels, wereldverbeteraar. Gescheiden, twee kinderen. Het klikte meteen en alles ging razendsnel. Ze hadden goeie gesprekken, hij was voorkomend, eloquent, romantisch, open minded. Clement heette hij.

Vraag het andere vrouwen die hem van datingsites kennen, Relatieplanet, e-Matching, en ze zijn net zo verguld. Jacqueline: „Hij is innemend, mooi, intelligent.” Een ander: „Gezond, bewust van persoonlijke ontwikkeling.” Marlous: „Charmant, leuke kop erop.” Alice, Edith en Tess hadden ongetwijfeld dezelfde observaties.

Clement wás de avatar die niet zou bestaan. En ja, zegt Jacqueline achteraf, misschien was het te mooi om waar te zijn. Maar ze dacht ook: misschien héb ik wel zo veel geluk.

Is er bij internetdating een morele grens? Online doen vele vrouwen zich voor als jonger en mannen als rijker en niemand die daarover valt. Eenmaal aan het daten is het aan de ander om de avatar af te pellen tot de ware identiteit overblijft. De ideale ik is offline toch niet vol te houden. Context die online ontbrak, thuissituatie, werk, vrienden, moeder, sluit zich in de echte wereld als een net rondom de avatar. Dat is het idee althans.

Betty merkte snel dat Clement minder succesvol was dan hij op internet oogde. Hij had schulden. Maar omdat hij er al snel zo open en eerlijk over was dacht ze: Dit kan iedereen overkomen. Hij vertelde dat hij vroeger had gevlogen en een eigen adviesbureau had gehad. Dat hij door de crisis het bedrijf moest stoppen, was gescheiden van zijn vrouw en nu een baan had als accountmanager. Dat hij al die rekeningen uit het verleden niet kon betalen.

Accountmanager klonk mooier dan het was. Hij deed callcenterwerk. Maar vaak genoeg werd hij gevraagd te solliciteren en altijd zat hij bij de laatste twee en telkens ging het net niet door. Betty wilde het geloven. Met haar zoon ging hij naar Feyenoord, hij bracht rozen op haar werk, vulde op Valentijnsdag het pad van carport tot voordeur met kaarsjes. De vakanties waren leuk, de kinderen hadden lol en de cadeautjes bleven komen.

Toen Clement in het derde jaar nog steeds geen baan had was Betty er moe van. Dan weer ontbrak een document, dan weer waren de voorwaarden niet goed en altijd lag het aan een ander. Ze belandden in een relatiecrisis. Zij vond dat hij alle energie uit haar trok, hij vond dat ze geen energie meer in de relatie stak omdat haar drukke baan haar leegzoog.

De crisis leek bezworen toen Clement via een vriend zijn oude baan als piloot weer kon oppakken. Hij deed een opleiding van een jaar en zou in juni 2015 aan de slag gaan bij Lufthansa. Clement gaat weer vliegen, kreeg iedereen te horen.

Twee uur tot een kus

Liefde maakt blind, zegt Jacqueline, een van zijn laatste romances. ‘Drie uur tot een kus’, ‘twee uur tot een kus’, zulke sms’jes ontving ze. Hij vertelde haar over zijn pilotenopleiding, zijn zwarte band taekwondo, zijn liefde voor muziek en voor ze het wist had ze een piano in huis gehaald – nog altijd onbespeeld – en kocht ze voor hem kleren voor de commerciële baan die hij zei te hebben gevonden. „Ik ben er met boter en suiker ingegaan.”

Een ander, een jaar zijn vriendin, had haar twijfels. Ze vermoedde dat hij nooit piloot is geweest. Maar ze wilde de ingewikkelde vragen niet stellen. Ze zag ook zijn goeie kanten. Het ging hem niet om geld, dat had ze niet, wel om aandacht. En waarom ook niet? Hij was charmant en zorgzaam en stopte meer tijd in het zindelijk maken van haar zoontje dan zijzelf. Ze voelde zich op handen gedragen, als een koningin. Precies wat een alleenstaande en hardwerkende moeder wil. „Ik ben heel gek op hem geweest.”

Clement gaat weer vliegen? De broer van Betty geloofde er niets van. Hij belde met Lufthansa, die zou het uitzoeken. Intussen maakte hij met Clement een afspraak bij zijn zus thuis. Maandagavond acht uur, eind juni 2015. „Laat gewoon je contract aan hem zien”, zei Betty tegen haar vriend. Ze had geen twijfels, ze had zijn vluchtschema’s gezien. Het pilotenpak hing in de kast.

Het moest zo zijn, denkt ze. In de auto op weg naar de afspraak kreeg haar broer om kwart voor acht op de afslag de bevestigende e-mail van Lufthansa, dat Clement niet bekend was, om tien voor acht zag Betty thuis de e-mail met eigen ogen. „Ik dacht: ik ken deze man dus helemaal niet.”

Ze vroeg haar zoon boven te blijven, het kon beneden wel eens luidruchtig worden, in het uiterste geval moest hij 112 bellen. Haar broer besloot Clement in de voortuin te confronteren met de mail. Ze ziet de reactie nog voor zich. „Je hebt zoiets als lijkbleek, nou dit was angstwit.”

Clement kwam binnen en ging naast haar op de bank zitten. „Richt het woord maar tot haar”, zei haar broer witheet. Hoe het gesprek daarna precies verliep weet Betty niet meer. Ja, ze weet nog dat haar broer zei „Gast, ze kennen je daar niet eens” – ‘gast’, dat woord is blijven hangen – en dat er over wel meer verhalen twijfels waren en dat Clement daarover zei „nee, nee, dat allemaal niet”. Maar het enige wat ze nog dacht: hij moet weg.

Mooie mannen met zonnebrillen, auto’s, zeilboten, een open haard. Goeie banen, liefde voor lekker eten, boswandelingen. Vaak genoeg heeft Marlous, kortdurende flirt van Clement, op datingsites profielen voorbij zien komen waar ze haar twijfels over had. Ze trapte er niet in. „De koppen van zes jaar geleden staan er nog steeds op.”

Maar wat als de droom zo mooi is dat je erin wilt blijven geloven? De vriendin met wie hij een jaar een relatie had maakte het pas uit toen Clement zo in de ellende zat dat het echt niet meer ging. Datingsites, zegt ze nu, zijn een gevaarlijk platform, juist omdat context ontbreekt. Jacqueline wilde de droom laten voortduren maar ze vermoedde dat hij een ander had en sloot voor hem de deur.

Betty heeft Clement nooit meer gesproken. Waar was ze al die tijd, vraagt ze zich af. Ze is toch niet op haar achterhoofd gevallen? Nou, zegt ze nu, kennelijk ook weer wel.

Je hebt toch een leuke tijd gehad?

Maar wat is er mis mee te leven met een avatar? Je hebt toch een leuke tijd gehad? zeiden enkele van haar vrienden. Iemand die zó romantisch is, mán, dat wil toch iedere vrouw? „Nee”, zegt ze resoluut. „Ik heb vier jaar samengeleefd met een leugenaar. Dát doet pijn. Alles ga je in twijfel trekken. Heeft hij echt van mij gehouden? Of was het één grote fucking leugen?”

De bomen staan in bloei, vogels fluiten. Het uitzicht vanuit zijn appartement, Clement woont pal aan een park, is prachtig. „Zal ik je jas aannemen?”

De woonkamer is opgeruimd, het kleuraccent zwart-wit. Op de schouw brandt een kaarsje in een boeddha, op de salontafel ligt Het boek met alle antwoorden, cadeau van Jacqueline. „Koffie?”

Clement neemt plaats op de hoekbank met chaise longue, zijn benen over elkaar. Hij huurt het appartement tijdelijk van een vriend, vertelt hij. Het huis is netjes want in zijn hoofd is het al chaotisch genoeg. Kun je nagaan hoe fijn het was toen hij na zijn scheiding destijds, na 22 jaar samenleven met een chaotische vrouw, even kon bijtanken in zo’n Landal-huisje. Rúst. Sindsdien heeft hij zijn inrichting altijd simpel gehouden.

In de hoek staat een klein keyboard. En een kamerscherm met daarop de foto’s van al zijn dierbaren. Zijn overleden vader, profvoetballer bij Vitesse. Foto’s van zijn moeder, die hij elke week wel een paar keer spreekt. Zijn middelste broer, omgekomen bij een motorongeluk, zijn jongste broer, verstandelijk gehandicapt. Foto’s van een jonge Clement in bad met zijn zoontje, van zijn ex-vrouw, zijn puberdochter die hij vanwege de vechtscheiding al drie jaar niet heeft gezien. Het gaat niet zo goed met haar, vertelt hij.

Wat is waarheid? Het lot van zijn dochter doet hem pijn. Veel meer dan hij uiten kan. En als vrouwen zeggen dat hij zo goed over zijn gevoelens kan praten, dan is dat maar ten dele waar. Hij is een goeie prater en hij kan zijn problemen benoemen. Ja, dat is al meer dan de meeste mannen kunnen. Maar raak je dan de kern? „Kijk naar mijn ogen”, zegt Clement. „Zie je? Die stralen niet de energie uit die ik pratend wel overbreng.”

Laat staan dat datingsites ontsluieren wie de ander is. Je intrigeert elkaar, tikt wat sleutelwoorden op, iets dat triggert, en voilà. Ook vrouwen die híj er ontmoette, logen wat af. Slank, nee volslank. Hbo, nee mbo. De context die zij bij hem misten, die miste hij ook bij hen. Er is geen gemeenschappelijke basis. Geen wonder dat het steeds misloopt.

En hoe kun je een profiel aanmaken als je zelf nauwelijks weet wie je bent? Hij dácht het te weten ja. Succesvol, zelfverzekerd. Consultant met een eigen adviesbureau. Vrijwilliger bij het voetbal. Vader van een gelukkig gezin. Maar na een auto-ongeluk groeiden hij en de moeder van zijn kinderen uit elkaar. Thuis voelde hij zich leeggezogen en ook zijn bedrijf liep slecht. Hij stopte ermee, hield dezelfde levensstijl, belandde diep in het rood en plots was hij een alleenstaande vader zonder baan.

Het was crisis en tientallen keren solliciteerde hij zonder succes. Dan weer was hij te goed opgeleid, dan weer te breed opgeleid. Wat kun je eigenlijk als consultant? Hij werd er moedeloos van. Hij, met zijn adviesbureau, zei altijd tegen anderen: ik weet het beter. Maar opeens kon hij over de meest basale dingen niet meer zeggen dat hij daar goed in was.

Een slecht huwelijk

Gevoelens uit zijn kindertijd kwamen boven. De jonge Clement zag er al goed uit, hij speelde in de schoolband. Maar hij was ook timide, onzeker. Zijn ouders hadden een slecht huwelijk, hij zorgde voor zijn jongste broer. En kreeg hij met tennis en gitaar altijd te horen ‘goh dat kun je wel leuk’, zijn middelste broer had talént. Die kreeg met zijn gitaarspel de hele kerk stil.

„Jij kunt mensen overtuigen”, zei iemand van het UWV. „Waarom ga je niet werken bij een callcenter?” Dat heeft hij dus de afgelopen jaren gedaan. Mensen ergens lid van maken door ze vijf keer op een vraag ‘ja’ te laten antwoorden waarna een zesde ‘ja’ op de vraag ‘waarom niet uw maandelijkse inleg verhogen van 5 naar 7 euro?’ onontkoombaar is. Als iets een leugenachtige wereld is, dan fundraising en sales. Hij praatte mensen shit aan, een illusie. „Dat voelde niet goed.”

Clement is begonnen met therapie. Hij worstelt met zichzelf. Wat is je toegevoegde waarde nog als werkloze vijftiger? Hij is een trots iemand, dat is een van zijn problemen. Een paar jaar terug stond hij zelfs weer bij zijn moeder op de stoep, berooid. Zijn broers zijn weinig fortuinlijk geweest in het leven, dan wil je als oudste zoon je moeder graag goed nieuws brengen. „En dat is er nog nauwelijks.”

En dat bedrog? Clement, rap van tong, is even stil. Het was een „sliding scale”, zegt hij. Het begon met niet vertellen. Achterhouden dat hij weer ergens was afgewezen. Daarna doen alsof hem een baan was aangeboden. Alsof er een betere toekomst aan kwam. Het krikte zijn eigenwaarde op, al besefte hij ook: eens komt het uit. En ja, die confrontatie met Betty’s broer gaf schaamte, maar ook opluchting.

Zijn eigenwaarde is gekelderd tot een dieptepunt. Maar dat zet je niet op een datingsite. De partners die hij er vond raakten hem „als stokslagen op een leeg vat”. Ze vulden hem met energie en identiteit en gaven hem zelfvertrouwen terug. Samen ben je meer dan één, dat gevoel. En dat gevoel was echt, zegt hij. Inmiddels heeft hij een nieuwe vriendin.