Korting pensioen is reële dreiging

Als de pensioenfondsen dit jaar niet financieel herstellen, zal het pensioen van ongeveer 1,8 miljoen deelnemers volgend jaar gekort moeten worden. Het gaat om een korting van gemiddeld 0,5 procent per deelnemer. Bij een modaal aanvullend pensioen van 1.100 euro gaat het om 5,50 bruto euro per maand. Dat blijkt uit een rapportage van De Nederlandsche Bank (DNB) die vrijdagmiddag is gepubliceerd.

Op basis van de laatste cijfers zouden de grote bedrijfstakfondsen ABP, Zorg en Welzijn, metaalfondsen PME en PMT en Bouw volgend jaar nog niet hoeven te korten. Hoewel de mogelijke kortingen „in omvang beperkt” blijven is dit een „pijnlijke boodschap”, schrijft het kabinet in een reactie. De kortingen zijn direct voelbaar voor gepensioneerden, maar gaan ook af van de opbouw van werkenden.

Eind vorig jaar zat 84 procent van circa 220 pensioenfondsen in Nederland (waarbij 97 procent van alle deelnemers is aangesloten) in onderdekking. Hun vermogen was ontoereikend om nu en in de toekomst voldoende pensioen uit te kunnen keren, volgens de wettelijke rekenregels. Deze fondsen hebben een herstelplan moeten indienen bij DNB, de toezichthouder.

Door de lage rente en tegenvallende beleggingsresultaten zijn de dekkingsgraden (verhouding vermogen en verplichtingen) in het eerste kwartaal van dit jaar verder gedaald. De gemiddelde dekkingsgraad daalde in de eerste drie maanden van dit jaar van 102 naar 96 procent, en steeg in april weer naar 98 procent.

De minimaal vereiste dekkingsgraad is ongeveer 104 procent. Als de fondsen dit jaar financieel niet herstellen, stijgt het aantal fondsen dat in onderdekking is en begin volgend jaar een herstelplan moet indienen bij DNB van 183 tot 200.

De financiële nood bij de fondsen bevestigt dat het huidige pensioenstelsel niet houdbaar is, schrijft het kabinet. Een onderzoekscommissie van de SER presenteerde gisteren een nieuwe variant met persoonlijke pensioenen die zowel bijval als kritiek kreeg. Kern van de SER-verkenning: individuele opbouw in combinatie met het collectief delen van risico’s.

    • Eppo König