Hoe tropische producten hun weg vinden naar de Nederlandse eettafel

Nederlanders eten 720 miljoen bananen per jaar, gemiddeld 43 bananen per persoon. De meeste bananen komen uit Ecuador, waar ze in trossen van zo’n 50 stuks aan de bomen groeien. Ze worden geplukt als ze nog groen zijn en met snelle koelschepen naar – onder veel meer landen – Nederland gebracht. Daar worden de bananen blootgesteld aan warmte en ethyleengas, waardoor ze rijp, zoet en geel worden.

De route van plantage tot winkel is prachtig na te lopen op de tentoonstelling De wereld op je bord. Daarin laat het Maritiem Museum namelijk zien hoe zeven voedingsmiddelen uit de hele wereld op de Nederlandse eettafels belanden. Dat gebeurt op zeer aanschouwelijke wijze, met looproutes over een wereldkaart die de hele vloer van de tentoonstellingszaal beslaat.

Een wandeling of speurtocht (voor kinderen) brengt je naar eilanden van informatie over bijvoorbeeld koffie en cacao. Die eilanden staan vol fraaie en vaak verrassende objecten, zoals een kruidnagelscheepje, een souvenir dat op de Molukken gemaakt wordt door duizenden kruidnagels aan elkaar te rijgen. De verhalen eromheen trekken daarbij mooie lange lijnen door de geschiedenis en over de wereld.

Neem de aardappel, die door de Spanjaarden eeuwen geleden van Peru naar Europa is gebracht. Op een dressoir staat een prachtig bronzen beeld van twee verbonden aardappelen dat een onbekende, waarschijnlijk inheemse kunstenaar in de 16de eeuw heeft gemaakt als eerbetoon. Wie een la opentrekt vindt een pentekening van een bintje, een aardappelras dat een Friese onderwijzer in 1905 kweekte en vernoemde naar een leerlinge. Zo worden in enkele seconden drie eeuwen en 10.000 kilometer overbrugd.

Hoewel gepresenteerd als een familietentoonstelling worden in de expositie details en diepgang niet geschuwd. Zo wordt de weg van cacaoboon tot chocoladereep gedetailleerd getoond, inclusief de dikke ‘grammofoonplaat’ van cacao die je overhoudt nadat de cacaoboter uit de bonen is geperst. Dat procedé werd in 1828 uitgevonden in Amsterdam, nog altijd de grootste cacaohaven ter wereld. Pronkstuk is een Nederlandse uitgave (1725) van het boek Nieuwe reizen naar de Franse eilanden van America, van Labat.

Het voedsel en de drank hebben een plek gekregen in de populaire cultuur, zoals te zien is in affiches voor Van Nelle-koffie en een ganzenbordspel van een chocoladefabrikant – uit de jaren twintig van vorige eeuw. De voedingsmiddelen worden ook verbonden met sociologische veranderingen, zoals de immigratie uit het Verre Oosten in dezelfde periode. Chong Long Kok was in het Rotterdamse Katendrecht destijds (1924) het eerste Chinese restaurant in Europa. Het ging in 1976 dicht, maar een muurschildering bleef bewaard – en is te zien.

De makers van de tentoonstelling durven ook kritische kanttekeningen te (laten) plaatsen, vooral door het afspelen van vijf afleveringen van het tv-programma De keuringsdienst van waarde. Daarin wordt onder meer de draak gestoken met 4-seizoenenpeper (er zijn geen verschillende seizoenen, alleen verschillende kleuren) en stellen de makers vragen over de lage lonen van bananenplukkers die betalen voor onze goedkope banen.

Het is daarom onbegrijpelijk en jammer dat één aspect vrijwel buiten beeld blijft. De getoonde producten stammen alle uit de koloniale tijd, maar reflectie op deze (ongemakkelijke) erfenis ontbreekt. Sterker nog, er is wel een 19de-eeuws boegbeeld van een donkere man met een tros bananen. Zo’n raciaal stereotype kan tegenwoordig niet meer zonder een tekst dat dit echt iets van vroeger is.