Het grote zwijgen over de politie lijkt nu doorbroken

nrcvindt

Handelen naar waarheid’ heet het tamelijk brisante deskundigenrapport over zware tekortkomingen bij de recherche, dat deze week verscheen. In die titel zit behalve een opdracht ook een verwijt. Te lang is er niet gehandeld naar deze lijst met ongemakkelijke waarheden, die aan alle deelnemers in de strafrechtspleging al jaren bekend was. Het rapport stelt het kabinet, de politieleiding, het OM, maar zeker ook de Tweede Kamer in gebreke.

Dit rapport gaat niet alleen over haperende misdaadbestrijding, maar vooral over de onmacht om te kunnen veranderen. En dus over het gebrek aan lef om een eerlijk debat te voeren over de tekortkomingen. Een ‘relatie van framen en spinnen’, zo wordt de verhouding tussen politiek en politie gekarakteriseerd. Dat geldt dus ook de burger – alle energie gaat daar zitten in het ‘slim, veilig en mediageniek verpakken’ van ongemakkelijke feiten. Communicatiekramp dus – alles gaat (inmiddels) goed, of weer goed, of het ging echt niet zó belazerd als commissie X of Y het opschreef.

Ook de relatie met de Kamer over het thema misdaadbestrijding is toe aan herijking. De onderzoekers verwijten de parlementariërs ‘verstikkend detaillisme’. Een ‘fors deel’ van de politie is bezig met ‘verantwoording naar boven’. Ofwel het produceren van cijfers, die liefst moeten onderstrepen dat het met de veiligheid van de burger bergop gaat. Waarbij dan verborgen blijft hoe hoog die berg is, en hoe laag men met de klim is begonnen. Eerder deze week presenteerde Justitie het jaarverslag over 2015 waarin te lezen viel dat het aantal overvallen met 2% daalde en het aantal inbraken (inclusief pogingen) met 9 procent. Het aantal straatroven daalde met 13 %. Recht zo die gaat.

Uit ‘Handelen naar waarheid’ doemt echter een ontluisterend beeld op van een verstarde organisatie met een grote achterstand op moderne ontwikkelingen, onderbemand, overbelast, met een gesloten beroepscultuur, niet voldoende hoog geschoold, kwalitatief gebrekkig en slecht aangestuurd.

Het jaarverslag van het ministerie (en dat van de politie zelf) en dit deskundigenrapport lijken dan ook gescheiden werkelijkheden te vertegenwoordigen. Die van de politieke veiligheidsillusie waarin van de misdaad ‘gewonnen’ kan (en moet) worden – overigens ook een populair mediaframe. En die van de politie-binnenwereld, waar ’breed getwijfeld wordt’ aan het effect van strafrecht en men ‘professionele buikpijn’ krijgt van de eigen organisatie die wordt vergeleken met het failliete V en D.

Behalve over de politie zelf, moet de burger zich dus ook ernstige zorgen maken over de capaciteit van ministerie, kabinet, Kamer en de politie zelf om de feiten onder ogen te zien, conclusies te trekken en veranderingen in gang te zetten. Blijven politieleiding en kabinet mooi weer spelen dan laten ze automatisch de kans onbenut om deze structurele crisis op te lossen.

Natuurlijk zit het rapport barstensvol aanbevelingen, sommige makkelijk, andere moeilijker. Doe aan verplichte en gecontroleerde bijscholing, bijvoorbeeld. En de keerzijde – neem afscheid van personeel dat niet (meer) voldoet. De politie kent namelijk ‘te veel arbeidsrechtelijke zekerheid’ en is te weinig selectief. Functies gaan naar wie beschikbaar is, niet wie geschikt is. Verbeter de toerusting. Meest beschamende citaat: ‘Voorlopig moeten we accepteren dat we ons wat politie-ICT betreft niet kunnen meten met hoogontwikkelde landen als Canada, Estland en Turkije’.

Handelen naar waarheid, dat is nu echt het devies.