En nu wil iedereen Max zijn

Jarenlang zat de kartsport in een dip. Door de successen van Max Verstappen leeft de kraamkamer van de Formule 1 op. Kleine jongens hebben weer een idool.

Snelheid had hij wel, maar hij was „iets te lief” in de bochten, zegt zijn moeder. Maar, voegt ze er aan toe, lef kun je leren. Jenson is pas tien, maar is vastbesloten om een grote coureur te worden. Zijn voorbeeld? „Max natuurlijk.” Jenson rijdt zijn rondjes op kartcentrum Lelystad. Zestig, zeventig kilometer per uur haalt hij wel. Vol gas in de meeste bochten van het 735 meter lange circuit. Racen is hem met de paplepel ingegoten. Pa keek altijd naar Formule 1, een kinderfeestje in een kartcentrum deed de rest. Toen zijn zoontje werd geboren, was een naam snel gevonden: Jenson, naar wereldkampioen Jenson Button.

Jenson doet inmiddels ook oefeningen om sterker te worden. Huiswerk van de fysiotherapeut. „Hij wil zijn droom waarmaken”, zegt zijn moeder. „En wie zijn wij als ouders om dat tegen te houden?” De eerste prijzen zijn al binnen, in de ‘Parolin Rocky-klasse’ (7-12 jaar), de ‘RTL GP Cup’, de ‘Chrono Wintercup 4-Takt’. Wat er leuk is aan karten? „De kriebels in je buik”, zegt Jenson. Zijn oom, eigenaar van een standbouwersbedrijf, kan tevreden zijn. Die is sponsor. Het is geen goedkope sport, maar in Lelystad zijn er karts ontwikkeld om de sport betaalbaar te maken: 850 euro voor de categorie vanaf vier jaar, 950 euro voor zeven tot twaalf jaar. Maar daar komt natuurlijk wel nog van alles bij: overall, helm, bodyprotector voor de ribbenkast. Wie vanaf twaalf jaar aan het Nederlands kampioenschap wil meedoen is in Lelystad 2.500 euro voor een kart kwijt en meer dan 2.000 euro voor bijkomende kosten. Maar zegt iedereen elkaar na: „Als ouders ophouden met roken, kunnen de kinderen karten.”

In 2009 filmde Holland Sport Max en zijn vader Jos Verstappen tijdens een kartwedstrijd:

Maar het kan ook flink oplopen hoor je elders, met bedragen tot 100.000 euro voor een seizoen. Dan gaat het om de top: met bus, monteur, internationale races. Het karten zat de afgelopen jaren in een dip, het aantal licentiehouders – de karters in wedstrijdverband – daalde van 690 in 2009 naar 372 vorig jaar. Oorzaak: kartbanen in de buitenlucht – het echte werk – werden gesloten, zoals in Uitgeest en Amsterdam.

Het regent aanvragen

Exploitanten klaagden over ‘crisis’ en de teruggelopen bestedingen. Karts werden minder verkocht. Sinds begin vorig jaar trekt de sport aan. Oorzaak: het debuut van Max Verstappen in de F1. Na zijn transfer naar Red Bull en zijn historische gp-zege in Spanje is het een gekkenhuis, zegt autocoureur Indy Dontje, mede-eigenaar en hoofdinstructeur van Lelystad. Indy, afgeleid van Indianapolis (het circuit): „De sport miste lange tijd een held. Die is er nu.” Sinds het succes van Max regent het aanvragen voor kinderfeestjes, bedrijfsuitjes en serieuze cursussen. Op tweede Pinksterdag, daags na Max’ zege, heeft ‘Lelystad’ vijftien karts verkocht. Een vader stapt opgewekt het restaurant binnen: twee Max-arrangementjes graag en doe er ook maar twee Red Bulletjes bij.

Vader Ronald de Vries trekt de kart van zoontjeRoan aan. „Het is een hobby. We zijn hier als ik vrij heb en hij zin heeft.”Foto’s Jasper Juinen

De kraamkamer van de autosport

Het karten is altijd de kraamkamer van de autosport geweest. Michael Schumacher, Sebastian Vettel, Ayrton Senna, Jos en Max Verstappen – allemaal begonnen ze in zo’n laag, wendbaar karretje dichtbij het asfalt. In Nederland doen er zo’n duizend mee aan wedstrijden – meisjes vormen een kleine minderheid. De samenwerkende kartbanen verwachten alleen al dit jaar twee keer zo veel wedstrijdlicenties uit te geven. Wij zoeken jou! The Next New Max, ronkt de brochure van het circuit in Lelystad.

Jos Verstappen, de vader van Max, had de autosport een boost gegeven. Maar nadat hij in 2003 met Formule 1 stopte, liep de animo terug. Nieuwe helden creëren, de sport naar een hoger plan brengen – dat was de missie van Maarten van Wesenbeeck, hoofd opleidingen van de nationale autosportfederatie KNAF toen hij tien jaar geleden begon. „Het fascineerde mij dat het altijd over materiaal ging.” Hij miste de topsportaanpak. Sportkoepel NOC*NSF stak alleen geld in de rallysport, vanwege het internationale draagvlak, met meerdere nationaliteiten. „Maar ik dacht: het kan toch niet zo zijn dat Formule 1 niet als topsport wordt beschouwd omdat er, zoals nu, maar 22 stoeltjes te verdelen zijn.”

Verwachtingen en prestaties

Hij schreef een plan om de autosport naar het niveau van topsport te brengen met karting als opleidingsinstituut. Het geld daarvoor kwam uit onverwachte hoek. Renstal McLaren kreeg in 2007 een boete van tientallen miljoen dollars opgelegd wegens spionage bij Ferrari. De internationale automobielfederatie FIA stak een deel van het geld in talentontwikkeling, accommodaties, opleiding van officials. En zo ging er ook anderhalve ton van de spionageboete naar de Nederlandse autosportfederatie, dat inmiddels ook subsidie van NOC*NSF krijgt (125.000 euro). Racetalenten kunnen er van naar de simulator in Gilze-Rijen en Delft, naar de sportschool, krijgen mediatraining, mentale begeleiding en ondergaan medische tests. Fysiek viel er veel te verbeteren. Wesenbeeck: „Ik zag vaak geen atleten in de karts.”

Bij ouders is er nog eens een ‘mismatch’ tussen verwachtingen en prestaties. Wesenbeeck: „Het is een beetje een oneerlijke sport, je hebt budget nodig om maximaal te presteren. En dan nog heb je geen enkele garantie dat je de top haalt, je moet niet de illusie hebben dat je de nieuwe Max Verstappen bent.” Bij Max is het de combinatie die hem zo ver bracht: én toptalent, én vader Jos erachter, én financiële middelen én een uitstekend management.

Ayrton Senna

Senna van Walstijn is dertien, hij is vernoemd naar de in 1994 verongelukte Braziliaanse raceheld Ayrton Senna. Toen hij drie was kocht zijn vader – vroeger fanatiek karter en fan van drievoudig wereldkampioen Senna – een kart voor zijn zoon. Snelheid zit van nature in Senna, zegt zijn moeder. Al bij zijn geboorte. „Hij kwam in één perswee ter wereld.” Senna: „Ik heb geen angst, hoe sneller hoe beter”.

De KNAF beschouwt hem als een belofte, hij wordt dit jaar uitgezonden naar de Karting Academy Trophy – een reeks internationale races voor rijders in de leeftijd van 13 tot en met 15. „Sommige kinderen denken veel na voor ze een actie maken”, zegt hij. „Als ik een gaatje zie, rijd ik er gewoon tussen.”

De jonge Amsterdamse coureur rijdt gedurfd, tegenstanders bekritiseren zijn manoeuvres soms. Zijn vader: „Het gebeurt wekelijks dat vaders van kinderen boos op hem zijn vanwege zijn acties.” Hij heeft al meerdere crashes gehad en brak zijn linkerbeen op twee plekken.

Senna rijdt sinds zijn negende bij team Hugo Motorsports en wordt gesponsord door de spareribsketen waar zijn vader werkt. Hij kan ver komen, denken Senna en zijn ouders. Zijn vader: „Toeschouwers zeggen vaak: we komen speciaal kijken voor Senna omdat hij op de limiet rijdt en voor spektakel zorgt.” Geen twijfel over zijn doel. „Formule 1. Het is moeilijk te halen, maar ik wil het.”

Zijn vader vervoert de kart met een bestelwagentje naar trainingen en races en doet het sleutelwerk. Jaarlijks zijn ze ruim 10.000 euro kwijt aan het karten. Dat kunnen de ouders nu nog opbrengen, ze hebben beiden een eigen zaak. Als Senna straks de volgende stap wil zetten, meer professioneel, loopt het gezin tegen financiële barrières op. „Het is eigenlijk niet te betalen”, zegt zijn moeder over de haalbaarheid van Formule 1. „Het is net een lot uit de loterij.”

Ik heb geen angst, hoe sneller hoe beter

Senna van Walstijn (13) karter

Senna hoopt dat hij opvalt bij een fabrieksteam. Of een grote sponsor die zijn carrière ondersteunt. Hij heeft ‘gevoel’ voor de machine doordat hij zelf veel sleutelt. Dat is van groot belang zegt kartinggoeroe Peter de Bruijn uit Vlaardingen, wereldkampioen in 1980. Tweede werd Ayrton Senna, jarenlang de kartrivaal en vriend van De Bruijn.

Zelf sleutelen is belangrijk

Later begon hij zijn eigen kartingteam, eind jaren negentig was Kimi Räikkönen een van zijn coureurs. De Fin – in 2007 wereldkampioen met Ferrari – verbleef in de voormalige woning van De Bruijn in Vlaardingen. Jos Verstappen reed in zijn tienerjaren ook in het team, via hem leerde De Bruijn zoon Max kennen.

„Max stond op zijn twaalfde zijn eigen kart in en uit elkaar te halen. Kimi deed dat vroeger ook”, vertelt De Bruijn. „Andere goede rijders wachten tot de monteur klaar is en stappen dan in. Die komen nooit zover als deze jongens. Door sleutelen leer je je materiaal kennen.”

En je moet ook goed liggen in het het kleine kartwereldje. „Als je snel bent maar je hebt iedereen tegen je, dan kom je niet ver, dan rossen ze je van de baan.” Max Verstappen en Räikkönen zijn daarin voorbeelden, zegt De Bruijn. „Die hadden nooit vijanden, het werd ze gegund.”

De Bruijn begon in 1968 op zijn twaalfde met karten, hij gebruikte een kettingzaagmotor van 5 pk. Vier jaar later ging hij met zijn vader naar het wereldkampioenschap in Denemarken, de kart op de aanhangwagen achter de Audi 100.

Afhankelijk van je ouders

Zo begint het bij velen, van vader op zoon, met een tweedehands kart, eindeloos sleutelen. En zo is het eigenlijk nog steeds. De Bruijn: „Als je ouders er geen interesse in hebben, dan is het niet te doen. Je bent afhankelijk van je ouders.”

Op het circuit van Lelystad start Ronald de Vries de motor van zoontje Roan (9). Er wordt alleen gereden „als ik vrij heb, en hij zin heeft”. Het is een investering dat karten, maar de Vries, werkzaam in de beveiliging, redt het wel. Een „bestelbusje met grijs kenteken en een beetje Marktplaats”, zegt hij. „Maar het blijft een hobby. Ik heb niet de illusie dat hij de volgende Max Verstappen is.”

    • Harry Meijer
    • Steven Verseput