Een wonder van lichtvoetigheid

De nieuwe Peugeot 308 is snel en wendbaar. De Porschehaan wordt zo vernederd, voor de helft van zijn geld, schrijft Bas van Putten.

Ik rijd Peugeot 308, ik mijmer over wat vooruitgang is, en daardoor kom ik in die Franse Golf op Porsche. Dat bouwde van 1993 tot 1998 de laatste luchtgekoelde 911, type 993, waar iedere man van droomde. Occasions zijn nu zo gewild dat hun koerswaarde de nieuwprijs dicht benadert. Beleggers, het is hun arena, betalen dus vermogens voor een auto die de rapste middenklassers van de kleine burgerij inmiddels op hun sloffen bijhouden. Peugeots als deze.

Ten bewijze leggen we de prestatiecijfers van de Fransman en de Duitse boy toy naast elkaar. Eerst de 911: 272 pk, 330 Nm koppel. Acceleratie 0-100: 5,5 seconden. Topsnelheid: 270 km/u. Daar lag ik 20 jaar geleden van te kwijlen in mijn jongensbed. Nu het onthutsende: mijn 308 GTI 270, een anoniem gewoontedier met twee belachelijke uitlaatpijpen die de dufste diesel ook heeft, legt hem het vuur na aan de schenen. Koppel en vermogen zijn praktisch identiek. Het Peugeootje haalt 250, zelfs in Duitsland even onbereikbaar als 270, en de sprint naar honderd gaat maar een verwaarloosbare halve seconde trager.

Pûh, mokt u, een nieuwe Porsche draaft veel harder, de gezagsverhoudingen tussen boven- en onderbouw zijn intact gebleven. Al zou het waar zijn; dat was niet mijn thema. Mijn punt is dat het spook van de vooruitgang elke mythe sloopt. En hoor eens wat dat giftige Peugeootje kost: net geen 42.000 euro. Daar koop je tegenwoordig nog geen halve 993 voor. Wat is er gebeurd?

Guitig randje

Wel, in GTI-land is de pleuris uitgebroken. De GTI zoals VW hem in de jaren zeventig bedacht, het eerste specimen van wat nu hot hatch heet, was een compacte gezinsauto met een beetje adhd. Met 110 pk ging je net iets harder door de bocht dan met gewone Golfjes. Die GTI was keurig met een guitig randje, verder reikten de ambities niet. Geen fabrikant zou het toen in het hoofd hebben gehaald met volksvervoer op Porsches te gaan jagen.

Omdat het in onze tijden nooit genoeg is, is dat onschuldige vermaak ontaard in een groteske vermogenswedloop. Allemaal schieten de erfgenamen van de GTI als kruisraketten hun oorspronkelijke doel voorbij: de Golf R met 300, de Ford Focus RS met 350, de bizarre Mercedes A 45 AMG met 381 pk. De GTI van nu is porno voor de man die zelfs een nieuwe 911 te kijk wil kunnen zetten.

Zowel uit budgettair als psychologisch oogpunt is het van belang dat hij betaalbaar blijft. De prijs is manna voor het onderbuikgevoel; de Porschehaan vernederd voor de helft van zijn geld. De gevolgen heb ik vaker hoofdschuddend verslagen, al naar gelang de stemming van de dag verrukt of dwangbuisrijp.

De pk-race is nu zo geëscaleerd dat de 308 met de Porsche-spierballen bij de middenmoters hoort. Die achterstandspositie gaat Peugeot met de rekenmachine te lijf om zich alsnog met klinkende getallen naar de frontlinies te bluffen. Deling van het gewicht – 1.205 kilo, zegt de folder – door het vermogen levert een gewichts-vermogensverhouding van 4,46 kilo per pk op. Hoe lager dat cijfer, des te geringer de massa die de auto per pk hoeft te verslepen. Op dat zo essentiële punt scoort Peugeot volgens Peugeot voortreffelijk.

Het rekent zich iets te makkelijk rijk. Hanteer je het zogenaamde rijklaargewicht, gemeten met één inzittende van 75 kilo en een voor 90% gevulde tank, dan weegt de GTI 1.280 kilo – en met mij aan boord nog wel iets meer. Maar ook daar moet zo’n motor weinig werk aan hebben. En vergeet niet dat Peugeot als fabrikant van kleine straatracers een aanzienlijke reputatie heeft, die de auto boven verwachting waarmaakt.

Ik had een middelbare variant op de sprankelende Peugeot 208 GTI verwacht, die met een minder potige versie van dezelfde turbomotor een wonder van lichtvoetigheid is geworden. Maar de tientallen extra pk’s van de 308 vangen het hogere gewicht behendig op. Hij is zo bijterig en dartel als de kleine broer, met wie hij ook zijn enige tekort deelt; de versnellingsbak. Zowel de pook als de schakelwegen zijn te lang en het schakelgevoel ontbeert precisie.

Toch zou ik hem verkiezen boven de humorloos perfecte Golf R. In de 308 voel je met ironische weemoed het pretentieloze jongensavontuur dat de GTI ooit was. Of dat uitgeperste viercilindertje de meerderjarige leeftijd haalt, is geen vraag maar een weet. De vooruitgang zal het sneller mollen dan de wildste hobbyrijder. Dan rijdt die 993 nog steeds, dat dan weer wel.