‘Dertig kilo! Haha, ik was dertig kilo aangekomen!’

(36), eerste soliste bij Het Nationale Ballet, voelt zich sinds de geboorte van haar zoon sterker dan daarvoor. In het Holland Festival danst ze met een jonge danser.

Igone de Jongh is 36 en eerste soliste bij Het Nationale Ballet. In het Holland Festival, volgende maand, danst ze in Transatlantic, een nieuwe voorstelling van vier jonge choreografen. Zij zit in het deel van de Nederlander Ernst Meisner. Haar partner zal een jonge jongen uit het corps de ballet zijn. Geen eerste solist dus.

Wat vind je daarvan?

„Dat doet er niet zo toe”, zegt ze. „Ernst vond dat interessant. De wat eh… oudere, meer ervaren ballerina met een opkomende mooie jonge danser.”

Het doet denken aan Birds [een videoclip van Anouk] waarin je je te pletter springt omdat je moet wijken voor een jongere ballerina.

Ze knikt afwezig.

Kon je je daarin inleven?

„In die rol?”

Ja. Is die realistisch?

„Nee, nee.”

Het jonge meisje…

„…dat mijn plek inneemt en dat de oudere ballerina dan van het balkon springt. Nee, hoor. Ik heb daar totaal geen moeite mee, dat de jongeren het op een gegeven moment van je overnemen. Niet als danseres, en ook niet als mens en als vrouw. Ik denk dat ik me zo gelukkig voel met alles wat ik heb meegemaakt in mijn carrière… En ik ben ook nog helemaal niet klaar. Ik zeg niet: ik dans nog een of twee jaar en dan is het klaar. Helemaal niet. Er zijn nog steeds dingen, nieuwe dingen, die me veel geven.”

Zoals?

„Nieuwe partners, nieuwe choreografen. En Hans die nog leeft.” Ze bedoelt de choreograaf Hans van Manen, die in juni 84 wordt. Zij is zijn muze. „Ik ben gelukkig met wat ik bereikt heb. Ik heb totaal geen last van ‘had ik maar’ of ‘kon ik maar’. Ik vind het alleen maar heel erg leuk om aan jongere dansers door te geven wat ik heb gevoeld en meegemaakt, daarom ben ik graag balletmeester. En ik wil daar ook mee verder. Er zijn ballerina’s die daar geen zin in hebben, maar ik heb er wel zin in en ik kan het ook goed, denk ik.”

Merk je in je lijf een verschil met tien jaar geleden?

„Nee, niet in mijn lijf. Er is misschien wel een verschil in motivatie. Als ik weet dat er een ballet van Hans van Manen aankomt, dan sta ik zonder enig probleem elke dag in de les en dan vind ik het allemaal prima. En zoals nu met Roméo et Juliette, daar ben ik heel gemotiveerd voor. Maar voor de les, elke dag weer, dat vind ik wel eens moeilijk.”

Waarom moeilijk?

„Nou ja, saai. Vooral de barre, zo saai. Ik wil de balletmeesters niet tekortdoen, ze proberen het zo leuk mogelijk te houden. Maar het blijft saai. Als het voorbij is, en je gaat naar het midden, oké, dan gaat het wel weer. Dan begint het leuk te worden.”

Voel je ook geen verschil in je lijf sinds de geboorte van je zoon?

„Nee. Ik ben eerder sterker geworden dan minder sterk.”

Vroeger was het verboden voor een ballerina om een kind te krijgen.

„Dat sloeg helemaal nergens op. Nou ja, het kan natuurlijk wel dat je er iets aan overhoudt, aan je bekken of aan je rug. Of dat je het gewicht er niet af krijgt. Ik heb het geluk dat mijn lijf goed heeft meegewerkt en het gewoon goed gedaan heeft.”

Klopt het dat je twintig kilo was aangekomen?

„Dertig. Haha, dertig! Ik was zo dik. En ik vond het zo heerlijk. Ik vond het heerlijk om zwanger te zijn, ik droom er nog vaak van. Het was geluk. Mijn moeder had het ook, die was ook zo dik geworden. Het was niet dat ik zo belachelijk veel at, hoor. Maar het zat gewoon overal. Overal.”

Voor een ballerina lijkt me dat toch wel een ding.

„Het is natuurlijk geleidelijk aan gegaan. Het is niet opeens: jezus, wat is hier gebeurd. Maar als ik nu foto’s terugzie, denk ik: wauw. Ik leek wel iemand anders.”

Hoe heb je het er weer af gekregen?

„Nou ja, Hans was natuurlijk heel slim, die zag mij toen ik acht maanden was en hij zei: wanneer is dat kind eruit? Ik zei: een paar weken nog. Nou, zei hij, ik ga dan en dan weer aan iets nieuws beginnen, dus ik hoop dat je er dan weer bent. Een grotere motivatie om terug te komen kon ik niet hebben.”

Hoe deed je dat?

„Ik heb hier goede begeleiding gekregen. Tijdens de zwangerschap heb ik heel veel pilates gedaan, en daarna ook. Die buik moet natuurlijk wel weer weg. En ja, onze discipline en onze mentaliteit van daar wil ik naartoe en daar heb ik zoveel tijd voor, dat neemt dan op een gegeven moment alles over. En dan ga je gewoon weer hard trainen.”

En op dieet?

„In het begin moesten er wel een paar kilo’s extra af.”

Onder begeleiding ook?

„Nee, dat deed ik zelf. In het begin gaf ik nog borstvoeding, dus toen moest ik wel goed eten. Maar het voeden liep al snel stroef, omdat ik een heel zware bevalling heb gehad, en heel veel bloed had verloren. Ik heb het twee maanden volgehouden, en toen dacht ik: ik heb dat en dat minimaal nodig, dus dat eet ik. Zo heb ik altijd gedaan. Veel was het niet, ik eet sowieso niet veel als ik aan het werk ben, en je lijf herkent dat en dan gaat het eigenlijk vanzelf. Ik ben niet iemand die dagenlang niet eet. Dat hou ik niet vol.”

Ben je terug op je oude gewicht?

„Geen idee. Ik weeg mezelf al heel lang niet meer. Dan ben ik toch bang dat ik er te veel mee bezig zal zijn. En ik voel het wel aan mijn lijf. Als ik heel hard werk, voel ik dat ik misschien net wat ondergewicht heb. Als ik in de zomer lekker dooreet, voel ik dat er twee of drie kilo bijkomt. Maar ik wil niet dat het een ding wordt in mijn leven. Ik heb nooit een probleem gehad met te dik of te dun, en dat hou ik graag zo.”

En als je ophoudt met dansen, ben je dan niet bang dat je dikker gaat worden?

„Dat maakt me niet uit. Ik vind het wel, als vrouw, belangrijk om mezelf goed te verzorgen en dat zal dan niet anders zijn. En ik vind bewegen heel lekker. Het bewegen zal ik missen. Dus ik ga dan wel wat anders doen. Misschien ga ik zwemmen. Er is hier een secretaresse, een ex-danseres, die zwemt drie keer in de week. Lijkt me heerlijk. Het vraagt discipline, en dat lijkt me ook heerlijk.”

Igone de Jongh is getrouwd met de Franse balletdanser Mathieu Gremillet, die tot 2012 tweede solist was bij Het Nationale Ballet. Nu is hij creatief filmmaker, deels ook bij Het Nationale Ballet.

Mist hij het dansen?

„Helemaal niet.”

Hij sport nog wel?

„Hij gaat naar de gym. Maar eerst heeft hij het een tijdje helemaal laten gaan. Hij kwam ook aan toen, en dat vond ik helemaal prima. Hij zelf ook. Je moet het zelf ondervinden, hoe het is als je stopt met dansen, wat je lijf dan doet.”

En jullie zoon, gaat hij dansen?

„Weet ik niet. Hij zit niet op dansles. Hij gaat zich wel steeds meer realiseren wat mama doet en dat er veel mensen naar haar komen kijken. Hij vraagt ook steeds of hij mee mag. Ik zeg altijd ja. Nou ja, niet naar Roméo et Juliette, dat vind ik te heftig voor zo’n kleintje.”

Omdat hij jou dan dood ziet?

„Ja. Ik denk dat het te veel indruk op hem maakt. Maar De notenkraker heeft hij wel vier keer gezien, en Midzomernachtdroom vond hij heel leuk, want daar zit een ezel in. Hij is helemaal gek van dieren.”

Heeft hij een danslichaam?

„Ja, ja, hij heeft een mooi lijfje. Of ik dat zeg omdat hij mijn zoon is en ik blind ben van verliefdheid, dat weet ik niet. Maar hij heeft mooie beentjes, hij is goed in proportie. Mooie voetjes ook. En het elegante dat Mathieu en ik allebei hebben, dat heeft hij ook.”