Column

De maagd Maria en de onschuld van verdachten

In januari heb ik nogal wat togadragers bezeerd met een stukje waar ‘Strafzittingen zijn te vaak toneelstukjes’ boven stond. Althans, ik mocht sindsdien een keer of drie bij bijeenkomsten met rechters en advocaten verdere uitleg komen geven.

Wat altijd leuk is, natuurlijk, en nuttig, zeker voor mij. Mijn bezwaar destijds was dat de strafzitting op de ongeïnformeerde toeschouwer geheel lijkt aan te sturen op de schuld van de verdachte, aan de hand van een strafdossier dat iedereen tot in detail bekend is, behalve dan het aanwezige publiek. Of het nu de indeling van de zaal is, met het OM collegiaal naast de rechter, de volgorde en de teneur van de behandeling, als het pleidooi van de advocaat dat hooguit als dessert dient: je kijkt naar een voorstelling waarvan de uitkomst geen verrassing is. Het dossier van de officier is leidend, de advocaat bungelt er wat bij.

Statistisch klopt dat overigens. Het OM brengt alleen de echt harde, bewijsbare strafzaken op zitting, een gering percentage van het totaal. En daarvan eindigt dan ook meer dan 90 procent in een veroordeling. Dat was steevast het eerste argument dat ik kreeg tegengeworpen. Het ís ook moeilijk om steeds de pose op te houden dat er principieel onschuldige burgers worden gedagvaard. Want dat zijn ze in de praktijk gewoon niet, laten we wel wezen.

Tegelijk is iedere togadrager die ik ontmoette er ook van overtuigd dat onschuld principieel het uitgangspunt van ieder strafproces moet zijn. Het is de basis van het eerlijke, zuivere rechtspleging. Hoe breng je die twee met elkaar in evenwicht? Of is dat onmogelijk? Is dat net zoiets als geloven in de maagdelijkheid van Maria, terwijl we allemaal weten dat het anders zit?

Strafrechters staan wel open voor suggesties, zo bleek me. Het strafproces kan begrijpelijker worden als er ‘voor de tribune’ eerst de feiten worden beschreven. Waar gaat dit over? Oplichting, brandstichting, geweld, overval – door wie, met wie, waar? Liefst ook duidelijk ín de microfoon. Er gaat héél veel openbaarheid verloren, louter omdat de microfoon niet wordt gebruikt.

De dominantie van het OM kan ook worden verminderd door de advocaat eerder en vaker aan het woord te laten. Waarom geen korte samenvatting van het standpunt van de verdediging, als tegenwicht, aan het begin van de zitting?

En waarom zou de advocaat niet zijn pleidooi deels al tevoren aan de stukken toevoegen? Ook de officier zou dat met zijn requisitoir kunnen doen, waarbij de strafeis dan voor de zitting kan worden bewaard. Dat zou de kwaliteit kunnen verbeteren. Nu is er op zitting zelden sprake van een gesprek, laat staan een debat over de juridische argumenten. Dat kan ook nauwelijks - die worden pas op de zitting uitgesproken, terwijl de klok tikt en de volgende voorstelling alweer moet beginnen.

Onlangs schreef rechter Rinus Otte ter gelegenheid van zijn overstap naar de top van het OM, op ivorentoga.nl iets wat ik nog niet wist. De drie leden van meervoudige strafkamers vormen geen echt team. Ze gaan onvoorbereid de zitting in. Dat wil zeggen, allen hebben (apart) het dossier bestudeerd en één van hen leidt de behandeling, maar met elkaar is er tevoren geen woord gewisseld. Men wil elkaar niet beïnvloeden, zo is het idee. Daarmee wordt dus iedere kans gemist om van elkaars inzichten te profiteren, een aanpak te kiezen, een invalshoek of om de kern van de zaak alvast te duiden.

De ‘bijzitters’ in een meervoudige strafkamer doen hun naam dus eer aan. Otte, al jaren pleitbezorger van meer regie voor de rechter, stoort zich aan het ‘niet to the point opereren’ tijdens zittingen, aan verhoren die óf slaapverwekkend of te confronterend zijn, maar in ieder geval zelden hout snijden. Het zou zoveel beter, puntiger en inhoudelijker kunnen, is zijn stelling. Kijk eens naar België, waar het debat tussen OM en verdediging deels al schriftelijk is gevoerd. En de rechter dus weet waar het op zitting over moet gaan. ‘Bij ons’ is dat steeds een verrassing.