De anti-establishmentpartij kan de president gaan leveren

Oostenrijk De FPÖ kan zondag de presidentsverkiezingen winnen.

Foto Leonhard Foeger/Reuters

De kans bestaat dat Norbert Hofer zondag de president van Oostenrijk wordt. Dan zou de extreem-rechtse FPÖ, de anti-establishmentpartij, establishment worden. Dat zou een fenomenale doorbraak zijn. En een contradictie.

Niet iedereen in Hofers partij zal daarom juichen. Insiders beamen dat de FPÖ, ook ‘Freiheitlichen’ genoemd, beter formuleert waar ze tegen is dan waar ze vóór is. Voor een oppositiepartij is dat oké, niet voor een partij met bestuurlijke verantwoordelijkheid. Andere FPÖ’ers vrezen dat de partij, net als toen ze eerder in een coalitieregering zat (2000-2005), weinig hoogopgeleide, ‘ministeriabele’ leden heeft. En tenslotte zijn er partijleden die een clash zien aankomen tussen partijleider Heinz-Christian Strache en Hofer, zodra die president is. En dat de partij dan splijt. Ook dat is eerder gebeurd.

Voor een partij die na de oorlog werd opgericht door ex-nazi’s die het pan-germanisme aanhingen, is de FPÖ ver gekomen. Veel Oostenrijkers werkten in ’40-’45 graag met Hitler samen. Na de oorlog moffelden zij die actieve betrokkenheid weg en afficheerden ze zich als „de eerste slachtoffers van het Derde Rijk”. Veel Oostenrijkers hielden daarom wijselijk afstand van FPÖ en pan-germanisme. Decennialang haalde de partij amper 5 procent van de stemmen. De aanhang bestond vooral uit outsiders: kleinburgerlijke ambachtslieden, boeren. De rest stemde socialistisch of conservatief.

Punschkrapfen

In de jaren tachtig moderniseerde Europa. Ook Oostenrijk. „Sindsdien trekt de FPÖ arbeiders aan”, zegt politicoloog Anton Pelinka. „Verliezers van de modernisering, bang voor de toekomst.” Nu, door de globalisering, gaat het extra hard. De socialistische partij, die het land al zeventig jaar met de conservatieven regeert, loopt snel leeg en is stuurloos geworden. Vanwege het onverwerkte verleden is de drempel naar de FPÖ laag. De toneelschrijver Thomas Bernhard vergeleek de Oostenrijkse mentaliteit met een Punschkrapfen, een taartje: „rode buitenkant, bruine binnenkant, altijd een beetje beneveld”.

’s Lands elite stapt niet over naar de FPÖ. Net als ‘zusterpartijen’ PVV en Front National is zij een partij vol outsiders gebleven. Haar kracht is dat ze tegen alles is wat de uitgebluste regering doet. Tegen migratie. Tegen TTIP en meer Europa. Maar als ze als grootste partij van Oostenrijk (nu 37 procent) de volgende president levert, moet zij zich verantwoordelijker opstellen.

Vorige keer deed de partij dat niet. Het kwam haar duur te staan. In de coalitieregering met de conservatieven verloor de FPÖ 60 procent van haar aanhang. Toenmalig kanselier Wolfgang Schüssel is er nog trots op. Met enige capabele FPÖ’ers begon hij hervormingen die „zonder deze ‘outsiders’ onmogelijk waren geweest”. De rest was incapabel en corrupt. De partij decimeerde zichzelf en brak in tweeën. De man die de partij groot had gemaakt, Jörg Haider, kreeg ruzie met Strache en vertrok. Haider, de Karinthische showmaster die nazi’s én arbeiders verleidde, wilde compromissen en richtte een nieuwe partij op. Het duurde jaren voor de FPÖ boven Jan was. Ze had enorme verwachtingen gewekt; kiezers waren teleurgesteld. Dat risico bestaat nu weer.

Velen denken dat Hofer, een evangelisch christen die lid is van een pan-germanistische club en een Glock-pistool draagt, dit begrijpt. Een president kan diplomatieke benoemingen blokkeren en verkiezingen uitschrijven, maar geen beleid maken of wetten vetoën die het parlement heeft goedgekeurd. Als hij regering en parlement dwarsboomt of commandeert, gaat het tegen hem werken. „Pas als de FPÖ de regering leidt en genoeg parlementariërs en rechters heeft, wordt het hier zoals Polen”, zegt Pelinka. „Voorlopig moet Hofer zijn gemak houden.”

Dat is niet wat veel FPÖ-kiezers willen. Die willen actie. Partijleider Strache wil snel verkiezingen om kanselier te worden. Maar er is net een nieuwe kanselier, socialist Christian Kern. Velen vinden dat hij een kans moet krijgen. Kern is een outsider uit een arbeidersmilieu. De FPÖ vreest hem. Hartgrondig.