Column

Brieven

Terreur afwijzen doe je zo

Na een vlammend betoog in NRC van 11 mei concluderen socioloog Mark van Ostaijen en bestuurskundige Shivant Jhagroe dat „geen enkel individu zich op basis van zijn etnische, culturele, seksuele, nationale of religieuze achtergrond zou moeten uitspreken tegen terreur”.

Als boosdoener wordt de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb opgevoerd omdat hij herhaaldelijk moslims oproept zich uit te spreken tegen radicalisme. Dat is tegen het zere been van de auteurs, zozeer dat zij van hun kant zo’n oproep karakteriseren als „de verbale terreur van dubieuze scheidslijnen”.

Het doen van zo’n oproep van Aboutaleb aan moslims bevat niet de minste suggestie van enige vorm van schuld, zoals de auteurs impliceren. Het is slechts een oproep tot verantwoordelijk burgerschap: geef op niet mis te verstane wijze weer dat de terroristische aanslagen niet in naam van jouw islam zijn uitgevoerd. Daardoor kan de angst en onrust van niet-moslims worden gereduceerd en kunnen zij worden voorgelicht over de vredelievende islam.

Maar belangrijker lijkt me dat aan opgroeiende jongeren enig tegengif wordt geboden tegen het vitriool van de radicale islam dat dagelijks via internet de wereld in wordt gespoten. Te simpel om dit haatzaaien af te doen met de bewering dat dit helemaal niets met de islam te maken heeft. Door het gebruik van verzen uit de Koran is dat – hoe onterecht ook – in de ogen van sommigen wel het geval. Om die reden is publiekelijk afstand nemen van de radicale islam van grote betekenis. Kun je daarom de handelingen van de terrorist gelijkstellen aan de in jouw ogen discutabele oproep van een Rotterdamse burgemeester (of de Amerikaanse president Obama die, met succes, eveneens moslims opriep zich uit te spreken tegen moslim-terroristen)? Is dat werkelijk ‘verbale terreur’? Niet elke vorm van categoriserend taalgebruik verdient onmiddellijk het etiket terreur, dunkt me. Juist in gevoelige kwesties is een dergelijke taalvervuiling ongewenst.

Erdogan

Homo is geen belediging

Wie beledigt nu wie? „Von Ankara bis Istanbul weiss jeder, dieser Mann ist schwul”, dichtte de Duitse komiek Jan Böhmermann. Als Erdogan beledigd is door deze uitspraak, vat hij het woord 'schwul' (homo) blijkbaar negatief op. Maar wat is er mis met een homo? Ik denk dat alle homo's zich hierdoor beledigd kunnen voelen door de Turkse president. Stap naar de Duitse rechter zou ik zeggen.

M.J.S. Halsema, Den Haag

Openbaarheid rechtspraak

En de privacy dan?

Met stijgende verbazing las ik het stukje van juridisch redacteur Folkert Jensma in NRC op 14 mei, over de openbaarheid van de rechtspraak. Het meest stoorde mij zijn constatering dat hij het niet mogen inzien van de processtukken als een ‘achterstand’ in de Nederlandse rechtspleging aanmerkt. Hoe is het mogelijk! Heeft Folkert Jensma nooit gehoord van het recht op privacy van procespartijen?

M.E.E. Wolff, Den Haag

Stemgeheim

Potlood is gewoon veiliger

„We gaan wellicht weer elektronisch stemmen. Als de Tweede Kamer het aandurft”, schreef NRC op 17 mei. De principiële essentie van ons kiessysteem is echter transparantie. De procedure van kandidaatstelling tot zetelverdeling is zo ingericht dat willekeurig welke burger op elk moment elke handeling van wie dan ook in het verkiezingsproces kan controleren – op die ene individuele handeling met het rode potlood na.

Dat is het stemgeheim. De stemmachine druist in tegen die essentie. Immers, de hardware en de software zijn niet transparant en dus niet voor iedereen controleerbaar.

W.J. Angenent, politicoloog