Zwijgend weg van haar demonen

Femke Heemskerk klaagde de laatste jaren vaak over stress. In Londen pakt ze het anders aan: ze zwijgt, en laat haar armen spreken.

Femke Heemskerk in actie in de halve finale 200 meter vrije slag. Olaf Kraak/ANP

Als ze zwijgt, dan zwijgt ze goed. Als een volleerd politica tijdens de formatie laveert Femke Heemskerk tijdens de EK langebaan in Londen tussen de vragen door – soms stekelige, maar ook doornormale. „Elke dag is weer een nieuwe dag, ik weet dat als geen ander”, zegt ze dan. En natuurlijk is ze blij met een medaille. „Ik zwem goed, het gaat lekker. En nu ga ik me weer voorbereiden op de volgende race. Bedankt!”

En weg is ze. Zo open als Femke Heemskerk in het verleden was met het delen van haar gedachten en emoties, zo gesloten is ze nu. Onherkenbaar voor de buitenwacht. Vroeger een open boek, vrolijk lachend en pratend – nu stil en in zichzelf gekeerd. Op een missie. In het olympische Aquatics Centre in Londen laat ze liever haar armen en benen voor haar spreken. Met drie podiumplaatsen, en alle kans op een unieke gouden medaille in de finale van de 200 meter vrije slag, zaterdag, presteert ze zeer behoorlijk, zo kort voor Rio.

De demonen overvielen haar

Maar wat ze allemaal doormaakt – het blijft een raadsel. Een minuutje clichétaal voor camera en microfoon. Dat is het wel voor Femke Heemskerk, met haar 28 jaar de meest ervaren zwemster van Team NL. Haar nieuwe houding naar de buitenwereld heeft alles te maken met een aantal vervelende ervaringen uit het verleden. Oncontroleerbare spanning, stress en angst voor finales hinderden haar ernstig op jacht naar topprestaties tijdens de WK’s van 2011 (Shanghai) en 2015 (Kazan). Op dat laatste toernooi, vorige zomer, repte ze uit zichzelf tegenover de pers van „de demonen” die haar overvielen op de dag voor de finale. Zozeer zelfs dat ze overwoog niet te starten. Ongekend voor een topzwemster die op dat moment de snelste tijden ter wereld op haar naam had staan. „Ik vind het blijkbaar te spannend”, zei ze toen. „Ik ben een mens, sorry daarvoor.”

Die disbalans verklaart misschien ook de onrust, de vele trainerswisselingen in haar loopbaan. Via Martin Truijens in Amsterdam week ze in 2010 uit naar Marseille, waar ze hard zwom, maar in Londen presteerde ze tegenvallend. Na een paar rustige jaren bij Marcel Wouda in Eindhoven was ze op de weg terug, maar ze koos na de sof in Kazan voor Narbonne, thuisbasis van de Fransman Philippe Lucas, bij ploeggenoot Sharon van Rouwendaal bekend als ‘de beul’.

Hoe Heemskerk over Narbonne denkt, na een maand of acht onder Lucas, wil ze niet toelichten. Niet nu. Een maand geleden zei ze tegen het AD dat ze het in het begin „heel moeilijk” had gehad en dat ze onder het loodzware trainingsregime van Lucas echt had leren „incasseren”. Van Rouwendaal weet er alles van.

De ‘nieuwe Heemskerk’

Wellicht is die verharde houding de basis voor ‘de nieuwe Heemskerk’. Uit zelfbescherming trekt ze zich terug in haar schulp, ze geeft zichzelf geen kans haar eigen belangen te schaden via emotionele uitlatingen in de media. In Londen presteert ze goed, met brons op de 100 vrij, en goud en brons op twee estafettes. Met name op de 4×200 vrij maakte ze donderdag indruk met een geweldige inhaalrace, die Nederland op het podium bracht. Zij sleurde haar ploeg naar de eerste Nederlandse medaille op dit nummer sinds 1995. Niet voor het eerst in de carrière van Heemskerk, koningin van de estafette.

Dat is óók Femke Heemskerk: in de estafetteploegen, meestal met collega-Golden Girls Marleen Veldhuis, Inge Dekker en Ranomi Kromowidjojo, stond ze liefst 21 keer op het podium. Meer dan de helft van de keren (twaalf) was het goud, inclusief een olympische titel in Beijing (2008). Zes keer was ze betrokken bij zilver, drie keer bij brons. Daarmee behoort Heemskerk tot de groten in de Nederlandse zwemgeschiedenis.

Joop Alberda, technisch directeur van de zwembond (KNZB), opperde vorig jaar al eens dat Heemskerk ook kon kiezen voor een voortzetting van haar loopbaan als pure estafettezwemster, gezien de stress die de individuele races bij haar veroorzaken.

Maar Heemskerk weet dat ze de capaciteiten heeft voor individueel goud, ook al jaagt ze nog altijd op haar eerste titel op een groot langebaantoernooi. Vorig jaar was ze even de snelste zwemster ter wereld op de 100 en 200 vrij, haar beste nummers. Al lukt het haar maar één keer, het liefst in Rio, dan is het het allemaal waard geweest. Dan maar een paar maanden zwijgen, ook al is het tegen haar vrolijke, open natuur in.