Eddy van Wessel: ‘Zij schieten met kogels, ik met film’

Aan het front vragen ze zich af wie die man met dat ouderwetse toestel is. Fotograaf Eddy van Wessel – die twee keer de Zilveren Camera won – over zijn Leica.

De Leica van Eddy van Wessel. Foto Merlijn Doomernik

Zijn duim glijdt heen en weer over de gebutste rondingen van de camera. Op veel plekken is de zwarte verf van het messing afgesleten. De analoge Leica komt uit 1969; er zit een zwartwitrolletje in met 36 opnamen.

De handen van Eddy van Wessel (51) zijn vergroeid met zijn lievelingscamera. Hij brengt hem naar zijn neus: „De body is bekleed met een soort rubber dat alle geuren absorbeert; kruitdamp, vuil van de woestijn, zweet van mijn handen, slechte adem. Je kunt het zelfs weken later nog ruiken als ik mijn tas thuis opendoe. Dan ben ik in een flits even terug in Syrië.”

In een tweedehandswinkel op de Haarlemmerdijk in Amsterdam lag de camera 25 jaar geleden te pronken. Eddy was verkocht. De Leica M4 werd in het Duitse Wetzlar met de hand gemaakt.

Een dertigste van een seconde

Van Wessels vinger drukt op de ontspanner. Kl-ak. „Hij klinkt het lekkerst als ik fotografeer met een sluitertijd van een dertigste van een seconde. Dat geluid is van het contragewichtje dat binnenin de sluiter afremt. Maar je hoort ook veertjes, stelschroefjes, tandwieltjes. Het toestel veert op.”

De Leica is altijd binnen handbereik. Tijdens gevechten aan de grens van Tsjetsjenië, bij rellen in Congo, aan het front in Irak, langs de tsunamikust. „Met deze camera is het alsof ik op een wild paard zit. Je weet nooit of de foto gelukt is. Dat zie ik pas als ik het rolletje ontwikkel.”

“Als er geschoten wordt, dan pak ik – altijd met links – het toestel bij de lens beet en is het rennen voor je leven.” - fotograaf Eddy van Wessel

Hij loopt zo onopvallend mogelijk rond in oorlogsgebied. Het eenvoudige uiterlijk van de Leica helpt hem daarbij. „Ze zien mij niet als journalist. Eerder als een ongevaarlijke gek in gevaarlijk gebied. Ik lijk bescheiden maar ik ben een aanvallende fotograaf binnen de grenzen van de anarchie die op een plek heerst.

Binnen zo’n slachtveld voel ik me een jager. Na een aanslag in Bagdad zag ik iemand voorovergebogen staan bij een lijk; de tragiek van die houding wilde ik op de foto. Maar ook de losse stukken beton met opspringend ijzerdraad. Ik wil alles perfect in dat kader. Deze Leica heeft de kwaliteit van een goed geweer. Zij schieten met kogels, ik met film.”

Foto Merlijn Doomernik

Eddy van Wessel fotografeert Wilfried de Jong. Foto Merlijn Doomernik

Zo dierbaar als zijn Leica hem is, zo achteloos gaat Van Wessel soms met het toestel om. De camera is al vaak van zijn schouder op de rotsen gevallen en zelfs in een snelstromende rivier in Tsjetsjenië. Pas toen hij met een shovel het water liet omleiden vond hij zijn Leica terug. „Ik heb niet de luxe om voorzichtig te zijn. Als er geschoten wordt, dan pak ik – altijd met links – het toestel bij de lens beet en is het rennen voor je leven.”

Van Wessel won twee Zilveren Camera’s:‘Ik begreep ineens een beetje de strijd voor IS’

Een streepje om de werkelijkheid heen

Als reserve heeft hij een klein digitaal toestel in zijn reistasje. Maar Eddy van Wessel werkt liever met fotorolletjes. „Het is oerkijken door deze camera. Ik kan niet eens via de lens kijken maar alleen via een glazen ruitje ernaast. Dat heeft een groot voordeel: bij een moderne camera zie je tijdens het afdrukken een fractie van een seconde niets, ik zie het belangrijkste moment juist wèl door dat kleine rechthoekje. Je trekt een streepje om de werkelijkheid heen.”

Zijn duim pakt de hendel om te transporteren. Het rolletje draait traag verder in de body. „Ik transporteer bewust heel langzaam. Je schuift toch een belangrijk moment door. Als je ‘klak’ hoort, sluit je pas af in je hoofd. Met je duim dat hendeltje pakken. Die slome beweging, het is bijna erotisch. Digitale fotografen weten niet wat ze missen.”